24 november 2011
Nieuws
door: Thomas van Zijl | 24 november 2011
Het is voor buurtwerkers niet altijd eenvoudig om jongeren die onvoldoende bewegen, toch aan het sporten of bewegen te krijgen. Dat komt onder meer doordat deze groep vaak moeilijk te bereiken is. Door van een sportclub ook een sportief buurthuis te maken, probeert het Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij (NIVM) daar iets aan te doen.
Het programma dat het NIVM heeft opgezet is min of meer de opvolger van het eerdere project Tijd voor Vechtsport dat vijf jaar geleden van start ging en eveneens beoogde sportclubs een centrale functie in de wijk te geven. “Wij zien graag dat verenigingen een bijdrage leveren aan de maatschappij, maar zij moeten daar wel toe in staat zijn en er voor worden klaargestoomd”, zegt Arien Bosch van het NIVM. Voor begeleiding kunnen de clubs bij het Instituut terecht. “Wij zien dat veel verenigingen steun kunnen gebruiken om zichzelf maatschappelijk te positioneren in de wijk, al zien verenigingen zelf ook steeds meer de maatschappelijke meerwaarde van de inzet van vechtsport.”
De ondersteuning die NIVM verleent varieert van het professionaliseren van processen in de club tot het aangaan van samenwerkingsverbanden met welzijnsorganisaties en het onderwijs. Een adviseur van het instituut kan ook helpen bij het opstellen van beleidsplannen. Bosch: “Veel clubs slagen er wel in om jongeren tijdelijk aan zich te binden, maar het is ingewikkelder om deze groep langer vast te houden. Het is verstandig om daar op tijd over na te denken en er gericht beleid op te ontwikkelen als vereniging. Ook zorgen we in het programma dat clubs meer aanbieden dan alleen sportlessen en voor uiteenlopende groepen ook een ontmoeting- en buurthuisfunctie vervullen.”
Alleen als de sportclub een stabiele factor wordt in het leven van de jongeren kan die ook een grotere rol gaan vervullen. Het NIVM en ook gemeenten vestigen daar hun hoop op. Bosch: “Het zijn vaak gemeenten die in bepaalde wijken problemen signaleren. Wij kunnen - door intensieve begeleiding van clubs en het zoeken naar geschikte partners - bijdragen aan een oplossing. Vaak scheelt een actieve bijdrage van welzijnsorganisaties ook een slok op een borrel.” De assistentie van het NIVM bestaat uit organisatorische ondersteuning, maar minstens net zo belangrijk is de opleiding van trainers die de lessen voor hun rekening nemen. Bosch: “Het technische gedeelte - laten we zeggen de vechttechnieken - vallen uiteraard onder de verantwoordelijkheid van de bond, maar wij proberen trainers een thematische en doelgroepgerichte aanpak bij te brengen. We bieden trainers middels onze opleidingen een arsenaal aan werkvormen vergezeld van inzichten in specifieke probleemvelden en doelgroepen.”
Met deze kennis kunnen trainers themagericht aanbod verzorgen en jongeren begeleiden bij verschillende sociale thema’s als ‘het verbeteren van het zelfbeeld’, ‘omgaan met (groeps)druk’, ‘geven en nemen’ of ‘discipline en respect’. Bosch vervolgt: “Op deze manier kan er in de lessen een antwoord gegeven worden op bijvoorbeeld pestgedrag, bewegingsarmoede of sociaal isolement. Met de juiste pedagogische bagage in huis hopen we dat er vanuit de club goed aangesloten kan worden problemen of wensen die er zijn in de buurt. En niet te vergeten, lessen te bieden die jongeren leuk vinden! De synergie van lokale samenwerking kan zo optimaal benut worden om aanbod op maat te leveren.”
Niet iedere wijk en iedere club komen in aanmerking voor deelname aan het project, al gaat het NIVM daar pragmatisch mee om. Eventueel kan er gedacht worden aan een dependance op de plek waar dat gewenst is. “Het zou mooi zijn als wij via Sportief Buurthuis zoveel mogelijk wijken via zoveel mogelijk clubs een beetje beter kunnen maken en ‘en passant’ het aantal leden van vechtsportclubs kunnen vergroten. In deze context zijn we extra benieuwd naar de uitrol van de beleidsplannen die het Ministerie van VWS binnenkort presenteert”, aldus Bosch. Sportief Buurthuis wordt nu op een paar plekken gefinancierd met een subsidie van ZonMw, een organisatie die hoofdzakelijk in opdracht van VWS zorginnovatie en gezondheidsonderzoek mogelijk maakt. In de toekomst gelden andere criteria voor het ontvangen van overheidsgeld, maar Bosch denkt dat het NIVM goede papieren in handen heeft. “Het laten meedoen van zoveel mogelijk mensen, deels moeilijk bereikbare jeugd, en het realiseren van lokaal aanbod op maat wordt door het ministerie als voornaamste doestelling genoemd. Wij hebben met eerdere projecten bewezen dat we daartoe in staat zijn en kunnen dat met een programma als Sportief Buurthuis nogmaals proberen te onderstrepen.”
Voor meer informatie: klik hier
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.