21 september 2023
Nieuws
door: Emma Meertens | 21 september 2023
Het afgelopen jaar deed John Weggeman in het kader van de opleiding Sports Leadership Program aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) onderzoek naar Lokale Sportakkoorden. Met zijn scriptie hoopt Weggeman het lokale sport- en beweegbeleid in Nederland te verbeteren. In gesprek met Sport Knowhow XL legt hij uit waarom dat belangrijk is en wat ervoor nodig is.
Dat John Weggeman heeft gekozen voor het onderwerp Lokale Sportakkoorden is best bijzonder. Hij deed ooit de sportacademie maar besloot toch een andere richting op te gaan. Jarenlang werkte hij als consultant en projectmanager bij grote bedrijven in onder meer de financiële wereld en het openbaar vervoer. Werken in de sport kwam pas weer in beeld toen corona uitbrak. “Ik heb mijzelf toen afgevraagd: wat ga ik de komende jaren doen? Ik heb een soort sabbatical genomen en een aantal onderwerpen opgeschreven die mij aanspraken: sport en bewegen, gezondheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Vervolgens heb ik in gesprekken met mensen uit mijn netwerk verkend welke van die onderwerpen mij het meest aanspraken om in te gaan werken”, zo vertelt Weggeman. Inmiddels werkt hij in beide vakgebieden; als projectmanager in de offshore windindustrie en als kernteamlid van sportplatform Culemborg, een netwerk dat is opgezet als ondersteuning van de uitvoering van het lokale sportakkoord. Ook is hij voorzitter van LABC, het regionaal talent centrum voor Triathlon Midden-Nederland en is hij aangesloten bij Stichting ONS.
Sports Leadership Program
Als onderdeel van de nieuw ingeslagen weg besloot John Weggeman het Sports Leadership Program aan de HvA te gaan volgen. “Vanuit mijn eerdere werk had ik geen directe aansluiting in de sportwereld. Door deze opleiding te volgen zou ik een netwerk en credibility in de sport opbouwen en kennis en ervaring opdoen met actuele, relevante vraagstukken.” Een van de onderdelen van de eenjarige opleiding is het schrijven van een scriptie, liefst aansluitend op het werkgebied waarin de student actief is. In het geval van Weggeman werd dat dus het lokale sportakkoord. Met de ervaring als kernteamlid van sportplatform Culemborg zag hij genoeg verbeteringen voor het lokale sportakkoord.
“Het oorspronkelijke doel van het sportakkoord was om verenigingen te stimuleren om meer leden aan te trekken en zo meer mensen aan het bewegen te krijgen. Het draaide echt om sporten en de sportclubs, terwijl dat volgens mij niet is waar we nu behoefte aan hebben. De focus moet niet liggen op mensen die sporten, maar op bewegen in zijn algemeenheid.” Daar komt bij dat veel van de kleinere gemeenten nog nauwelijks begonnen waren of worstelden met de implementatie van het lokale sportakkoord. In de grootste, Nederlandse gemeenten werd er wel al volop gewerkt aan de uitvoering van het beleid. Maar ook daar zag Weggeman kansen voor verbetering. Wat moet er dan volgens hem beter? Hij legt uit:
“Je kunt niet, zoals nu gebeurt, een pot geld overmaken vanuit Den Haag naar een gemeente en hopen dat het goed komt. Vaak hebben ze namelijk niet de kennis en expertise in huis om het beleid goed uit te voeren. En dus koopt de gemeente die mensen in en ook daar heb je kennis van zaken voor nodig. Zij zijn vaak allang blij dat ze iemand gevonden hebben die het voor ze oppakt.”
Best practices
Het gevolg is volgens Weggeman dat elke gemeente op eigen wijze invulling geeft aan het Sportakkoord. Terwijl ze veel van elkaar zouden kunnen leren. “Ik heb input verzameld bij betrokken partijen uit 14 gemeenten en aan de hand van enquêtes en interviews. Er zijn namelijk wel degelijk een aantal mooie voorbeelden van gemeenten waarin het wel is gelukt om het lokale sportakkoord goed te introduceren. Ik dacht: hoe gaaf is het als ik straks van die opleiding af kom en met mijn onderzoek naar verschillende gemeenten toe kan gaan om die best practices te delen.” Een voorbeeld van zo’n succesvol initiatief is het project Fietsmaatjes. Het doel van Fietsmaatjes is om iedereen (met een beperking) de mogelijkheid te bieden om te fietsen. Het bevordert niet alleen de vitaliteit van mensen, maar geeft ze ook een stuk vrijheid.
Uit het onderzoek van Weggeman zijn drie conclusies gekomen. De eerste conclusie is dat lokale sportakkoorden tot meer succes hebben geleid wanneer er, naast vrijwilligers, ook professionele krachten bij betrokken zijn geweest. “De gemeenten die successen behalen hebben vaak een eigen stichting of BV in de vorm van een sportbedrijf. De verantwoordelijkheid om de doelstellingen van het Sportakkoord te halen ligt dan niet bij vrijwilligers, maar bij de professionals die hier dagelijks mee bezig zijn. Vandaar ook dat een van mijn aanbevelingen is om de beschikbare budgetten rondom sport en bewegen in zo’n stichting of BV onder te brengen.” Omdat deze organisaties onderdeel zijn van de gemeente en de gemeente de regie in handen houdt, kan het uitkomstenpatroon ook democratisch gecontroleerd worden en blijft de gemeente aansprakelijk.
Zak geld onvoldoende
Ten tweede concludeert Weggeman dat gemeenten baat zouden hebben bij het aanstellen van een netwerker, iemand die als coördinator kan optreden bij de uitvoering van het beleid. Dit hangt nauw samen met de eerdere constatering van Weggeman dat het beschikbaar stellen van geld door Den Haag onvoldoende is voor het daadwerkelijk uitvoeren van het sportakkoord: “Je moet naast geld ook zorgen dat de juiste kennis aanwezig is binnen de gemeentelijke organisatie.” In de interviews met 14 gemeenten kwam naar voren dat zo’n netwerkleider de verbindende factor kan zijn tussen alle stakeholders en dus domeinoverstijgend moet kunnen werken. Alleen op die manier kan het zorginfarct waar we volgens Weggeman op afstevenen, voorkomen worden.
“Je ziet dat nu dat de betrokken zorgpartijen vooral gewend zijn binnen hun eigen werkveld zaken te organiseren. We moeten gaan leren om over de domeingrenzen heen te gaan samenwerken.” Een voorbeeld waar wel die verbinding is gezocht en gevonden, is Achterhoek in Beweging onder leiding van directeur-bestuurder Pascal Kamperman. Daar is men erin geslaagd om met landelijke partijen (zoals Menzis, Rabobank, NOC*NSF) en professionele sport- en zorgaanbieders gezamenlijk aan de slag te gaan. Daarnaast werken ze mee aan lokale sportplatformen waar de verbinding wordt gemaakt met middenstanders, sportaanbieders, fysiotherapeuten, huisartspraktijken en onderwijsinstellingen.
De derde conclusie is gebaseerd op de interviews die Weggeman deed. Uit die gesprekken bleek dat er een grote bezorgdheid is bij betrokkenen: de activiteiten die nu worden uitgevoerd hebben vooral een tijdelijk karakter, gedreven door de beschikbare subsidie. Volgens betrokkenen is er meer tijd nodig om een langdurige, duurzame samenwerking tussen de diverse partijen te borgen. Het helpt volgens Weggeman dan niet dat de uitvoering veelal bij vrijwilligers belegd is. “Je gaat met vrijwilligers gewoon niet met honderd kilometer per uur vooruit, je mag blij zijn met vijf kilometer per uur.” Weggeman adviseert daarom ook gemeenten om hun ambities op het gebied van sport en bewegen voor minstens tien jaar vast te leggen. “Zo’n tienjarenplan moet heilig verklaard worden. Daarmee voorkom je dat alles wat je hebt opgebouwd uit elkaar valt op het moment dat er verkiezingen zijn geweest. Alleen op die manier kunnen we de beoogde doelstellingen van lokale sportakkoorden daadwerkelijk gaan realiseren.”
Voor meer informatie: thesis Lokale Sportakkoorden – hoe kan het beter? Input voor lokaal sport- en beweegbeleid
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.