door: Leo Aquina | 31 oktober 2013
Op 11 oktober kondigde minister Schippers aan een landelijk sportnetwerk op te gaan richten. Zij wordt daar zelf voorzitter van. In het licht van het kabinetsstreven naar een afslankende overheid en de wens van de kamer om het aantal advies- en onderzoekscommissies terug te dringen, is dat op zijn minst opmerkelijk. Telegraaf-columnist Jaap de Groot prees de minister omdat zij hiermee ‘eindelijk de verantwoordelijkheid neemt, waar het bij de Olympische ambitie voor 2028 aan ontbrak’. Wat zijn eigenlijk precies de plannen? Het ministerie van VWS kan drie weken na de aankondiging nog weinig zeggen. Kamerleden zijn nieuwsgierig. “Een hartstikke goed idee, maar hoe ga je het invullen”, aldus Matthijs Huizing, woordvoerder sport en partijgenoot van Schippers in de Tweede Kamer. NOC*NSF volgt de plannen met argusogen. “Wij hebben zelf niet het idee dat het aan samenwerking ontbreekt”, aldus woordvoerder Geert Slot. 
Aanleiding voor het landelijke netwerk is volgens VWS: 'Dat er veel goede initiatieven in sport zijn, maar dat die verbrokkeld en weinig zichtbaar zijn'. VVD-Kamerlid Huizing beaamt dat: “Er zijn ongelooflijk vele verschillende instanties met de sport bezig: NOC*NSF, NISB, sportbonden, kennisinstituten, maar ook organisaties zoals de Cruyff Foundation en de Krajicek Foundation. Het is een woud aan betrokkenen en het kan geen kwaad om al die kennis en ervaring eens te bundelen.”
Nut netwerk?
NOC*NSF hoopt dat het landelijk netwerk meer gaat doen dan alleen de partijen bij elkaar aan tafel zetten. Woordvoerder Slot: “Als het alleen daarom gaat, zien we er het nut niet echt van in. Dan zou de minister een probleem oplossen dat er niet is. De partijen praten namelijk al intensief met elkaar.” Slot benadrukt echter dat NOC*NSF in principe positief tegenover het initiatief staat: “Maar we weten nog niet zoveel over de invulling.”
Op de vraag wat de minister concreet met het netwerk wil, kwam een woordvoerder van VWS deze week niet verder dan het persbericht dat al eerder was gestuurd: 'Het gaat er om dat goede initiatieven bekend worden en slim en snel navolging kunnen krijgen'. Als beoogde partners noemt VWS onder meer: “NOC*NSF, VNG, wethouders sport, Vereniging Sport en Gemeenten, Gehandicaptensport, Onderwijs, en Veilig Sport Klimaat.” NOC*NSF vindt het belangrijk dat er in het netwerk vertegenwoordigers zitten van zowel de gemeentelijke, de provinciale als de landelijke overheid. Slot: “Wij praten op alle drie de niveaus met de overheid, maar je ziet dat het vaak over eenzelfde onderwerp op andere momenten gebeurt en dat het verschillende loketten zijn. Zo’n netwerk kan helpen om het beleid tussen die verschillende bestuurslagen beter af te stemmen.”
SlagkrachtHet is niet de bedoeling dat het netwerk een fysiek kantoor en medewerkers krijgt, getuige het persbericht van VWS: 'De organisatie van het nieuwe netwerk krijgt een licht karakter. Het gaat er om dat goede initiatieven bekend worden en slim en snel navolging kunnen krijgen'. Er wordt wel budget voor het netwerk vrijgemaakt, maar nog niet bekend is hoeveel. Op 18 november staat de sportbegroting op de agenda in de Tweede Kamer. Kamerlid Huizing wil dan meer duidelijkheid over het budget. “Dat zullen we bij de begrotingsbehandeling zeker aan de orde stellen.”
NOC*NSF kijkt met grote belangstelling uit naar die begrotingsbehandeling. Als het aan de sportkoepel ligt, krijgt het landelijke sportnetwerk veel slagkracht. “Wat ons betreft zitten er in het sportnetwerk daadwerkelijk partijen aan tafel met beslissingsbevoegdheid. Wij juichen het toe als we gezamenlijk kunnen beslissen over de 130 miljoen in de sportbegroting, de 1,2 miljard aan gemeentelijke sportsubsidies en de nog niet bekende meeropbrengsten als gevolg van de nieuwe kansspelwetgeving.”
Gezien het ‘lichte karakter’ lijkt dat echter niet de richting waarop de minister aanstuurt. Als het netwerk niet die coördinerende rol krijgt, vindt NOC*NSF dat het netwerk op een wat grotere afstand moet opereren. “Dan moet je in onze ogen denken aan een netwerk waarin alle grote partijen in de Nederlandse sport met elkaar visie op de sport over een periode van bijvoorbeeld vijf jaar bespreken. Daarbij gaat het meer om strategische afstemming.”
Olympisch VuurBij de aankondiging van het netwerk schreef VWS in het persbericht: ‘Het nieuwe netwerk vult ook het gat op dat met het verdwijnen van Olympisch Vuur is ontstaan. Olympisch Vuur was echter teveel gericht op het binnenhalen van de Olympische Spelen, wat de bevordering van het sporten zelf enigszins onderbelichtte.’ Daarmee lijkt het nieuwe landelijke netwerk een poging van de minister om de criticasters de mond te snoeren, die haar verweten dat zij te weinig regie voerde ten aanzien van het Olympisch Plan 2028.
Huizing: “Ik vind het positief dat de minister hiermee het signaal geeft dat zij de sport serieus neemt. Het feit dat zij zelf voorzitter wordt, geeft aan welk belang zij er aan hecht. Anders had ze wel iemand uit de ambtelijke staf naar voren geschoven. Tot nu toe heeft het aan regie ontbroken in de sport. Dat heeft ook te maken met al die verschillende organisaties, die bezig waren hun eigen straatje af te bakenen. Ik hoop dat we met dit netwerk de ambitie om Nederland op olympisch niveau te brengen weer kunnen oppakken. Olympisch Vuur was te veel bezig met alleen het binnenhalen van die Olympische Spelen. Daar blijkt voorlopig te weinig draagvlak voor en daarom is dat doel met het regeerakkoord weggevallen. Daarmee dreigde de ambitie om Nederland op olympisch niveau te brengen ook te verdwijnen en dat was jammer.”
Voor informatie over het netwerk vanuit VWS klik hier. Voor de inhoud van de column van Jaap de Groot klik hier.