17 juni 2010
Nieuws
Maakt de Richard Krajicek Foundation (RKF) waar wat het beoogt? Hoogleraar bestuur- en organisatiewetenschappen Paul Verweel, die aan de Universiteit Utrecht de Krajicek-leerstoel bekleedt, onderzocht de afgelopen drie jaar de toegevoegde waarde van de RKF aan de sociale binding in de buurt. Verweel is niet ontevreden maar ziet nog voldoende ruimte voor verbetering.
Drie jaar geleden startte de Foundation het door ABN AMRO, Oranjefonds en VSB Fonds gefinancierde onderzoeksproject SC RKF, waarbij SC staat voor zowel sociale cohesie als voor sportclub. Dat de sportpleinen sociale kruispunten kunnen zijn binnen een wijk, leidt na deze studie geen twijfel meer. Verweel: “Jongeren met een verschillende culturele achtergrond komen elkaar daar tegen. Dat schept kansen voor kinderen in kansarme posities en er gaat ontegenzeggelijk een pedagogische werking van uit. Uiteindelijk komt dat de leefbaarheid in de wijk ten goede.” Omdat de meeste sportvoorzieningen en -verenigingen de afgelopen decennia naar de randen van de stad zijn verplaatst, ontwikkelen de Playgrounds zich steeds vaker tot een plek waar buurtgenoten elkaar kunnen ontmoeten.
De RKF is verheugd over de effecten van de Playgrounds maar heeft ook oog voor de verbeterpunten die uit het onderzoek 'De Richard Krajicek Foundation maakt het verschil in de buurt' naar voren komen. “Het is duidelijk dat we moeten streven naar pleintjes waar meerdere sporten worden beoefend. Dat zorgt ervoor dat we nog meer mensen weten te binden en trekt divers publiek aan.” Een ander punt van aandacht is de begeleiding op de Playgrounds. Het eigen initiatief van buurtbewoners is volgens Verweel een cruciale factor om de pleintjes te laten slagen, maar dat neemt niet weg dat gemeente en welzijnsorganisaties (ook) de regie in handen kunnen nemen. “Onze pleintjes worden door steeds meer mensen in wisselende samenstelling bezocht. Dat vereist een vakkundige begeleiding die er toe moet bijdragen dat de Playgrounds voor iedereen hun meerwaarde behouden en dat is geen eenvoudige opgave.”
Pedagogische begeleiding en ondersteuning mag dan noodzakelijk zijn, de directe betrokkenheid en verantwoordelijk van buurtbewoners blijft voorop staan. Verweel: “Mensen voelen dat de pleintjes letterlijk dichtbij zijn, dat het hún kinderen zijn die er sporten en spelen in hún buurt.” De RKF speelt verder in op dat gevoel van ‘eigenaarschap’ door sportclubs op te richten, met de Playgrounds als thuisbasis. Hoeveel en waar die sportclubs komen is nog niet bekend. Dat is in grote mate afhankelijk van de samenstelling van de wijk die nergens hetzelfde is. Op de pleintjes zal niet veel veranderen, al zal de begeleiding indien mogelijk professioneler worden en het sportaanbod iets minder vrijblijvend.
Verweel: “We vragen buurtbewoners zoveel mogelijk zelf te organiseren en hun betrokkenheid, die er zeker is, ook te tonen bij de oprichting van de clubs. Bang voor kaderproblemen, die zich nog wel eens voordoen bij traditionele verengingen, is Verweel niet. “Ik kan niet ontkennen dat er clubs zijn die door te weinig mensen draaiende gehouden worden, maar het probleem wordt nogal overschat. Vergeet niet dat van de vijf miljoen leden van verenigingen er 1.1 miljoen vrijwilligers werk doen. Dat is een heel behoorlijk aantal. Als wij ouders ervan kunnen overtuigen dat we investeren in hún kinderen zullen zij zich ongetwijfeld willen inzetten voor de sportclubs van de Richard Krajicek Foundation.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.