Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Korfbalbond deelt coachexpertise met buitenlandse bondscoaches

Korfbalbond deelt coachexpertise met buitenlandse bondscoaches

12 september 2013

Nieuws

door: Lennart Bloemhof | 12 september 2013

Stiekem zullen Nederlandse voetbal- en tennisbestuurders jaloers kijken naar de beleidsdilemma’s van hun korfbalcollega’s. Internationaal is Nederland simpelweg te dominant op korfbalgebied - is de mening van het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond (KNKV) - en daarom organiseert de korfbalbond onder de vlag van de Internationale Korfbal Federatie (IKF) een coachcursus om buitenlandse bondscoaches bij te scholen en daarmee het internationale veld te versterken.

Kees Rodenburg is technisch directeur van het KNKV. Via Twitter verkondigde hij over de cursus - die plaatsvond van 27 augustus tot en met 1 september in Dordrecht - dat “het KNKV haar verantwoording neemt” met het leerprogramma. Rodenburg verklaart die woordkeuze: “Korfbal is in Nederland vergelijkbaar met hockey en schaatsen. Wij zijn toonaangevend in de wereld, met de beste faciliteiten, spelers en coaches. We zien het als onze taak om die kennis te delen, zeker gezien onze ambitie.”

‘Top 6-plan’
In 2028 moet korfbal namelijk een olympische programmasport zijn, als het aan de IKF en het KNKV ligt. Het IOC eist voor die status onder andere een gelijkwaardige internationale competitie op het hoogste niveau en daarom lanceerde de bond samen met de internationale federatie het ‘Top 6-plan’, met als hoofddoel de wereldtop te verbreden en daarmee korfbal verder te ontwikkelen als internationale topsport.

Rodenburg stuurt het project aan, dat focust op investeringen in landen die kansrijk zijn om aan te sluiten bij de wereldtop. Volgens de technisch directeur zijn er twee sleutelfactoren die bepalend zijn voor het internationale niveau van de korfbalsport. De kwaliteit van het atletenprogramma (wedstrijden en trainingen) en de kwaliteit van het coachprogramma. Vanuit die gedachte is de coachcursus ontstaan.

Rodenburg: “Een directere aanleiding voor het plan was het WK in 2011, waar we in de finale België met groot verschil versloegen. Daarnaast zijn poulewedstrijden op toernooien vaak verschrikkelijk. We hebben toen gezegd dat onze sporters een andere strijd verdienen en het niveau omhoog moet. Daaropvolgend creëerden we buiten de reguliere begroting - zoals dat heet in penningmeesterjargon - een speciaal geldpotje om het internationale programma uit te breiden waarmee de coachopleiding werd opgezet.”

Cursus met IKF-vlag
Het KNKV financiert voor 90 procent de cursus, maar Rodenburg benadrukt dat de vlag van de IKF boven het coachprogramma wappert. “We werken in dit project nauw samen met de IKF, dergelijke stappen moeten namelijk onder internationale auspiciën worden gezet. Die samenwerking is overigens erg prettig, mede omdat de IKF met Jan Fransoo een Nederlander als voorzitter heeft.”

Alle ‘Top 6-landen’ - zoals gedefinieerd in de ambitie van het KNKV - namen deel aan de cursus in Dordrecht: Tsjechië, Spanje, Taiwan, Engeland, Duitsland en Portugal. Verder waren de bondscoaches van Hong Kong en Brazilië present, naast de twee korfbalreuzen Nederland en België. De spelers van het Nederlands team acteerden voor de gelegenheid als oefenmateriaal voor de bondscoaches.

“Dat vonden ze geweldig”, zegt Rodenburg, terugkijkend op de cursus. De directeur was verguld met de aanwezigheid van Hong Kong en Brazilië. “We mikken met ons project daarnaast ook landen als Rusland en China. Die hebben een enorm potentieel op korfbalgebied. In Rusland is de sport groeiende en in Hong Kong en Taiwan zitten enthousiaste korfbalenclaves waarmee we misschien China kunnen bereiken.”

Bataljon korfbalexpertise
De zes cursusdagen waren voor zowel deelnemers als organisatoren inspirerend en leerzaam, aldus Rodenburg. Het KNKV stuurde een bataljon vol korfbalexpertise naar Dordrecht om de kennis van de bondscoaches te verrijken. Onder meer de 72-jarige korfbalgoeroe Ben Crum, de Nederlandse bondscoach Jan Sjouke van den Bos en zijn aanstaande opvolger (vanaf 1 januari 2014) Wim Scholtmeijer deelden hun korfbalervaringen. Verder gaven bewegingswetenschapper Peter Beek en fitnesscoach Raymond Verheijen als externen hun visie op coaching.

Wat de bondscoaches leerden van het diverse docentenpanel? Rodenburg legt uit: “De opvattingen over coaching en leren zijn in Nederland zeer divers. Voetbal en korfbal hanteren een holistische benadering en gaan uit van acties en handelen. De rest van de sportwereld heeft een reductionistische visie op presteren en gaan meer uit van zaken als spierkracht en uithoudingsvermogen. Wij wilden de bondscoaches die holistische benadering bijbrengen.

“Verheijen, Crum en Beek legden een stevige theoretische basis voor die holistische gedachte bij de coaches en dat viel ze rauw op hun dak”, zegt Rodenburg. “Ze zeiden: ‘Nu ben ik beter in staat om zelf trainingen te geven en te coachen, op mijn eigen manier’. En dat is toch wel wat we wilden”, aldus de tevreden technisch directeur. “Coaches moeten hun eigen visie creëren en niet alleen maar methodes kopiëren.”

De sessies in Dordrecht krijgen een vervolg. Op afstand gaan de drie bondscoaches van het KNKV de ‘Top 6-landen’ begeleiden en Rodenburg neemt zelf Hong Kong, Brazilië en Rusland voor zijn rekening. Tijdens de Korfbal Challenge in Rotterdam - tussen kerst en de jaarwisseling - zal de cursus met een vierdaagse bijeenkomst worden afgesloten.

Veel werk
Maar voordat de geambieerde ‘Top 6’ daadwerkelijk gerealiseerd is, is er nog veel werk te verrichten voor het KNKV en de IKF, benadrukt Rodenburg. Van de zes landen die het KNKV nu ondersteunt met het plan is volgens Rodenburg de korfbalcompetitie in Engeland het beste georganiseerd, terwijl Tsjechië de spannendste competitie kent, maar beide zijn onvergelijkbaar met het competitieniveau in Nederland. In de overige landen wordt de sport beoefend op ‘eilandjes’. Zo komt bijvoorbeeld het leeuwendeel van de Spaanse korfbalclubs uit Catalonië.

Rodenburg benoemt verschillen in sportculturen als andere remmende factor voor een brede, internationale korfbaltop. “In Noordwest Europa kennen we een sterke verenigingscultuur met clubcompetities”, zegt hij, “maar in Taiwan is dat bijvoorbeeld een ander verhaal. Daar zijn er geen competities, maar sporten ze op scholen of universiteiten en trainen daar vier uur per dag. Er is geen Nederlander die aan zoveel trainingsuren komt op die leeftijd, maar vanwege die trainingscultuur komen ze weer competitie tekort.”

Gezamenlijk
Samen met de ‘Top 6-landen’ zet het KNKV daarom projecten op om de korfbalachterstanden in te lopen. “We willen namelijk wel eerst een goed plan van het land zien met daarin concrete ideeën voordat we met ze in zee gaan”, zegt Rodenburg. De voorstellen druppelen binnen op het bondskantoor in Zeist en er zijn zelfs al enkele initiatieven opgestart.

Vorig jaar startte het KNKV samen met Taiwan het plan om de beste Taiwanese spelers naar de Nederlandse competitie te halen en deze zo wedstrijdervaring op te laten doen. Succesvoorbeeld is Ricky Wu, het Taiwanese toptalent dat uitgroeide tot publiekslieveling bij de Groningse korfbalclub Nic./Alfa-college.

“Daarnaast zijn we van plan om het Duitse nationale team vanaf volgend seizoen in de Nederlandse competitie uit te laten komen”, zegt Rodenburg. “Dat zal dan niet in de hoogste klasse zijn, maar dat is het voordeel van Nederland: de klassen daaronder zijn ook heel competitief.” Volgens Rodenburg heeft de Duitse ploeg op papier de potentie om snel een korfbaltopland te worden.

België
In de plannen van het KNKV om het internationale korfbalniveau op te krikken heeft België een aparte status. In ruim zestig landen wereldwijd wordt korfbal gespeeld, maar het goud en zilver op internationale toernooien wordt vanouds verdeeld tussen Nederland en België. Alleen op het WK in 1991 snoepten de Belgen het goud af van Nederland.

“En we moeten ook van ze blijven winnen”, zegt Rodenburg. Daarom worden aan de oudste rivaal van het Nederlandse korfbalteam geen bondscoaches van het KNKV gekoppeld in het begeleidingstraject na de coachcursus. Rodenburg: “Ben Crum blijft contact met ze houden, aangezien hij niet meer officieel aan het KNKV is verbonden.”

Rodenburg legt uit dat er in België een sterke clubconcentratie is rondom Antwerpen, maar dat het niveau van de competitie niet in de buurt komt van de Nederlandse competitie. “Hun competitie is kleiner, minder competitief en telt weinig wedstrijden. En zolang hun internationals zonder een superprogramma daar blijven spelen, zullen ze nooit beter worden. Maar goed: als ik dat tegen ze zeg, ben ik weer de arrogante Hollander.”

Gaten te groot
Volgens de directeur zullen de Belgen vanwege de organisatie van hun competitie daarom misschien wel het niveau van de Nederlandse ploeg kunnen naderen, maar nooit overtreffen.

Hij vervolgt: “Iedereen zegt ook altijd: ‘Nederland wordt toch wel weer kampioen’. Dat klopt, zeg ik dan, en dat willen we ook graag zo houden. Het is niet zo dat we willen verliezen. Maar de gaten zijn internationaal gewoon te groot, zeker als je een olympische programmasport wil worden. Taiwan en België zijn de twee echte tegenstanders en helaas winnen we te voorspelbaar van de rest, maar die rest is wel competitief. Korfbal is vergelijkbaar met het dameshockey. Alleen zitten bij ons de nummers vier tot en met elf dicht bij elkaar, terwijl dat bij hockey de nummers een tot vier zijn.”

Optimisme
Het KNKV formuleerde heldere doelstellingen met haar ‘Top 6-plan’. In 2015 mag de WK-finale nog wel Nederland - België zijn, maar moet de uitkomst onvoorspelbaar zijn en moeten minimaal vier landen duelleren om de derde plek. Op het WK in 2019 moeten er zes toplanden zijn. “En dat is aan de ambitieuze kant, zeg ik uit ervaring”, aldus Rodenburg eerlijk. “We werken er hard aan.”

Maar op internationale toernooien ziet de directeur dat korfbal groeipotentie heeft in de wereld. Hij bezocht ruim een maand geleden de World Games (het alternatief voor de Olympische Spelen voor niet-olympische sporten) in Cali, Colombia, waar Nederland de gouden medaille won. “Bij elk duel zaten de tribunes vol en de Colombianen reageerden dolenthousiast. Er waren geen andere zaalsporten die zoveel publiek trokken.”

Ook het verloop van de finale stemde Rodenburg optimistisch over de toekomst. “De laatste jaren wonnen we met grote cijfers van de Belgen en op de World Games wilden we ze echt in de pan hakken. Dat lukte niet. Pas vijf minuten na rust kregen we ze op de rug en van de internationals begreep ik dat dit één van de zwaarste interlands in jaren was. Dat bewijst dat het KNKV zonder fulltime programma voor het nationale team en eigen topcompetitie, gewoon van België verliest.”

Via onder meer de bondscoachcursus moet een dergelijke topsportcultuur ook bij andere korfballanden ontstaan, aldus Rodenburg.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.