Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Knvb werft 230 verenigingsbegeleiders

KNVB werft 230 verenigingsbegeleiders

17 december 2009

Nieuws

door: Anne Schulze | 17 december 2009

De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Wonen, Wijken en Integratie (WWI) hebben in 2006 de handen ineengeslagen: samen met elf gemeenten en negen sportbonden zijn nieuwe manieren ontwikkeld om de integratie van allochtone jeugd door middel van sport te bevorderen. Na al eerder op Sport Knowhow XL aandacht besteed te hebben aan de manier waarop de basketbalbond invulling geeft aan het project ‘Meedoen allochtone jeugd door sport’ (zie hier) en de wijze waarop de gemeente Arnhem dat doet (zie hier), wordt nu de opmerkelijke werkwijze van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB) belicht.

Hoewel net als van de andere deelnemende sportbonden ook het doel van de KNVB is om door middel van het Meedoen-project de sportparticipatie van allochtone jongeren tussen de vier en drieëntwintig jaar te verhogen, staat de voetbalbond op een iets andere manier in het project. “De doelgroep van ‘Meedoen’ heeft het voetbal al aardig weten te vinden”, aldus Jan Willem Landré, manager beleid en projecten bij de KNVB. “Actieve werving bleek hierdoor niet erg noodzakelijk.” Toch heeft de voetbalbond bewust gekozen voor deelname aan het project. “We vinden het belangrijk om ervoor te zorgen dat voetbalverenigingen met veel allochtone jeugdleden op organisatorisch gebied van binnenuit versterkt worden”, verklaart Landré. “Daarom is onze werkwijze rondom het Meedoen-project op drie hoofdpijlers gebaseerd: bij zo’n driehonderd voetbalverenigingen zijn wij bezig met het ondersteunen van bestuurlijk kader, het stimuleren van een samenwerking tussen scholen en voetbalverenigingen en/of het opleiden van technisch kader.”

Brede inzet van verenigingsbegeleiders
Voor de eerste pijler, het ondersteunen van bestuurlijk kader, heeft de KNVB 230 verenigingsbegeleiders geworven, opgeleid en in dienst genomen. Deze begeleiders, waarvan veertig procent van allochtone afkomst is, hebben bij 273 voetbalverenigingen voor een periode van zes weken meegelopen om vervolgens samen met het aanwezige kader een plan van aanpak voor de komende drie jaar te maken. “Gedurende dit traject worden de verenigingsbegeleiders aangestuurd door de KNVB”, licht Landré toe. “In het plan van aanpak komen zaken aan de orde als het opstellen een opleidingsplan, het eventueel versterken van het bestuur en het betrekken van ouders bij de vereniging.”

Middels de tweede pijler, het stimuleren van een samenwerking tussen scholen en voetbalverenigingen, richt de KNVB zich op zo’n driehonderd scholen met veel allochtone kinderen die wel wíllen voetballen, maar er om diverse redenen geen mogelijkheid voor hebben. Ten behoeve van deze scholen selecteert, begeleid en betaalt de KNVB een trainer van een voetbalvereniging in de buurt. Nadat in samenwerking met de betreffende gymdocent eerst binnenschoolse activiteiten worden opgezet, organiseert de trainer vervolgens activiteiten die na schooltijd in nabijheid van de school plaatsvinden. Het laatste stadium is dat kinderen uitgenodigd worden voor activiteiten bij de voetbalvereniging zelf. “In deze pijler staat de verbinding tussen een school en een vereniging centraal: een trainer wordt vanuit een vereniging naar een school begeleid, terwijl de kinderen van deze school aan de hand worden genomen om in een rustig tempo terug naar de vereniging te gaan”, aldus Landré.

De derde pijler gaat tenslotte in op het opleiden van technisch kader, en is met name gericht op het trainen van pupillen en junioren. Ook hierbij zijn verenigingsbegeleiders betrokken: bij iedere vereniging die zij begeleiden in het maken van een plan van aanpak, voeren zij na drie maanden een technische scan uit. Bij deze scan komen onder andere het technisch jeugdbeleid en de opleidingsbehoefte aan de orde. Aan de hand van de resultaten van de scan wordt samen met de verenigingsbegeleider een technisch plan opgesteld op basis waarvan vanuit de vereniging nieuw kader opgeleid kan worden. “Er zijn de afgelopen drie jaar zo’n 2500 extra kaderleden bijgekomen”, weet Landré. “Van het grootste deel hiervan weten we dat zij door dit project aan een opleiding zijn gestart.”

Structureel overleg met gemeenten
Naast deze drie pijlers geeft de KNVB ook op andere manieren invulling aan het Meedoen-project. Ten behoeve van het verhogen van de sportparticipatie van allochtone kinderen werken amateurverenigingen en Betaald Voetbal Organisaties (BVO’s) bijvoorbeeld samen om problemen in de samenleving aan te pakken. Daarnaast worden verenigingen ingezet tijdens de zorgtrajecten van Bureau Jeugdzorg. “Een derde project is ‘1000-en-1-kracht’, waarin de arbeidsparticipatie van allochtone vrouwen centraal staat”, aldus Landré. “Geprobeerd wordt om allochtone vrouwen op deze manier bij voetbalverenigingen te betrekken. Tot slot zijn er ook nog ‘Cruyff Courts KNVB Velden’, die onder de vlag van de Johan Cruyff Foundation speciale activiteiten voor de Meedoen-doelgroep ontwikkelen.”

Iedere activiteit, zowel de bovengenoemde als de activiteiten die vanuit de drie hoofdpijlers voortkomen, vindt in structureel overleg met de betreffende gemeente plaats, aldus Landré. “Samen met gemeenten kijken we naar de rol en mogelijkheden van voetbalverenigingen”, zo licht hij toe. “Omdat gemeenten vaak meer weten over specifieke situaties in bepaalde wijken, kunnen we de activiteiten zo optimaal mogelijk vormgeven. Op die manier plaatsen we het Meedoen-project in een bredere context dan dat we alleen aan de ontwikkeling van verenigingen werken.” Dat de manier waarop de KNVB het Meedoen-project vormgeeft effectief is, blijkt wel uit de cijfers die Landré geeft. “Er zijn tussen 2006 en 2008 ruim vijfduizend jongeren lid geworden van de verenigingen die bij ‘Meedoen’ betrokken zijn”, zo weet hij. “Zo’n 3500 hiervan zijn van allochtone afkomst. Daarnaast blijken de verenigingen die bij de start van het Meedoen-project nog helemaal geen jeugdleden hadden, nu veel jeugd in de gelederen te hebben. Dat zijn gegevens waar wij als KNVB uiteraard erg blij mee zijn.”

Meedoen-activiteiten na 2010 doorzetten
Het grote aantal verenigingsbegeleiders dat de KNVB heeft aangesteld, heeft aan deze resultaten een belangrijke bijdrage geleverd. “Naast het bevorderen van de integratie van de Meedoen-doelgroep hebben zij zich ook sterk gemaakt voor de organisatorische verbetering van een groot aantal verenigingen”, aldus Landré. “Wij zouden de verenigingsbegeleiders na het Meedoen-project, dat eind 2010 wordt afgesloten, dan ook graag aan de KNVB blijven verbinden - niet alleen voor losse projecten, maar vooral structureel.” Ook de organisatie van activiteiten rondom de drie hoofdpijlers wil de KNVB na ‘Meedoen’ graag doorzetten. “Hoewel verenigingen niet té afhankelijk moeten worden van de verenigingsbegeleiders die nu worden ingezet en de activiteiten die opgezet zijn, hebben we er wel hele positieve ervaringen mee. Als op deze manier een achterstand op het gebied van participatie ingehaald kan worden, mogen we er wat mij betreft zeker nog even mee doorgaan.”

Voor meer informatie: www.knvb.nl/tijdvoorsport

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.