10 december 2007
Nieuws
“Ook
voor kleine verenigingen geldt: ze hebben vooral kansen als zij zich goed bewust
zijn van wat zij willen”, stelt Dick Lont van SPORT Fryslân, de provinciale
sportraad van Friesland. Hij deed onderzoek naar sportverenigingen in de
noordelijke drie provincies, waar de verenigingsgrootte significant kleiner is
dan in de rest van Nederland. Een nieuwe proeftuin van NOC*NSF gaat zich richten
op plattelands-kernen in Groningen, waar veel kleine verenigingen voorkomen.
Een opvallend verschil tussen Noord Nederland en de rest van Nederland is de
verenigingsgrootte. Landelijk heeft 37% van de verenigingen minder dan 100
leden. In Noord Nederland is dat met 53% meer dan de helft. Dit hangt natuurlijk
samen met de bevolkingsdichtheid van onze regio. Volgens Lont is het maar de
vraag of je dit feit alleen als een probleem moet zien. “Want uit ons onderzoek
blijkt bijvoorbeeld ook dat kleinere verenigingen minder moeite hebben om
vrijwilligers te vinden.” Waarschijnlijk is de onderlinge band in kleinere
verenigingen groter en zijn mensen makkelijker aan te spreken voor een actieve
bijdrage aan de organisatie.
Opvallend is dat uit het onderzoek blijkt dat er
binnen de groep kleine verenigingen (met minder dan 100 leden) twee extremen
bestaan. Eenderde van deze verenigingen verloor het afgelopen jaar minimaal drie
procent van haar leden. Een iets grotere groep (36 procent) onder de kleine
verenigingen groeide juist. “Een duidelijke verklaring is daar niet voor. Maar
het zou kunnen dat de groeiende verenigingen relatief nieuw zijn en zich
optimaal ontwikkelen.”
Aan het onderzoek van Sport Fryslân is meegewerkt door bijna driehonderd
verenigingen. De grootste wensen van de noordelijke verenigingen liggen op het
gebied van leden en accommodatie. Het belangrijkste knelpunt vormt het werven
van vrijwilligers en kader.
Bijna een kwart van de verenigingen (23%)
beschikt over onvoldoende bestuursleden.
Van de verenigingen die met betaalde
trainers werken heeft bijna een kwart (25%) een tekort, van vrijwillige trainers
is het tekort nog groter (30%). Aan vrijwilligers voor andere taken dan trainen
is het tekort nog groter (40%). Drie van de tien verenigingen (30%) vindt dat
het werven van vrijwilligers het laatste jaar moeilijker is geworden.
Veel
verenigingen hadden in het laatste boekjaar een positief (54%) of neutraal saldo
(25%).
Op financieel gebied zijn de verenigingen optimistisch, sommige
misschien wel meer dan hun feitelijke situatie rechtvaardigt. Hoewel 18% een
financieel tekort noteerde in het laatste boekjaar ziet slechts de helft daarvan
(9%) de financiële situatie als minder gezond of zorgwekkend.
Gevraagd naar
de toekomst heeft 55 procent van de grote verenigingen (minimaal 250 leden) een
zonnig toekomstbeeld. Dat percentage neemt af naarmate verenigingen kleiner
zijn. Van de kleine verenigingen is maar 34 procent optimistisch over de
toekomst. Dertien procent van deze kleine verenigingen heeft een uitgesproken
somber toekomstbeeld. Onder de grote verenigingen is dat percentage slechts zes.
Ondersteuningswensen
Ruim een kwart (28%) van de
verenigingen geeft aan ondersteuning te kunnen gebruiken. De meest genoemde
onderwerpen zijn ledenwerving, werving van sponsors en adverteerders, werving
van vrijwilligers en opstellen van beleidsplannen. Als meest geschikte
ondersteuner wordt de eigen sportbond gezien, daarna de gemeente en dan de
sportraad. De sportraden moeten daarom hun diensten in samenwerking met die twee
partijen aan de verenigingen aanbieden. Hier sluit de huidige werkwijze van de
sportraden goed bij aan, want het verenigingsonderzoek is onder meer uitgevoerd
om in Noordelijk verband eenduidige advisering en ondersteuning te kunnen
aanbieden in samenwerking met de sportbonden en de gemeenten.
Nieuwe proeftuin
In het kader van het project Proeftuinen
van NOC*NSF is het Huis voor de Sport Groningen bezig een project rond
plattelandskernen in te richten. Volgens woordvoerster Simone Smulling is haar
organisatie nog bezig de aanpak te formuleren. “Doel is in ieder geval het
versterken en vitaliseren van sportverenigingen in kleine dorpskernen.” Zo zal
wellicht gezocht worden naar nieuwe aanbiedingsvormen, bijvoorbeeld in de vorm
van een federatie van samenwerkende verenigingen. Ook andere organisaties dan
sportverenigingen zouden daar een rol in kunnen spelen.
Lont van Sport
Fryslan kan zich daar alles bij voorstellen. “Ik denk bovendien dat kleine
verenigingen hun organisatie kunnen vereenvoudigen, bijvoorbeeld door samen één
penningmeester aan te stellen.”
Het rapport over het onderzoek is
hier te downloaden
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.