14 augustus 2025
Nieuws
door: Leo Aquina | 14 augustus 2025
Hoewel de strijd om het eindklassement nooit echt spannend werd, genoot het wielerpubliek afgelopen zomer van een schitterende Tour de France. De uitbundige reclamekaravaan deed vermoeden dat het goed gaat met de sport, maar schijn bedriegt. Met name aan de Belgische talkshowtafel van Vive le Vélo kwam regelmatig ter sprake dat veel profploegen het water aan de lippen staat. Wielerjournalist Raymond Kerckhoffs stelt op zijn website wielerflits dat wielrennen te duur wordt. Sport Knowhow XL legde die vraag voor aan Luuc Eisenga, die op LinkedIn ook een bijdrage leverde aan de discussie.
Luuc Eisenga is gepokt en gemazeld in het wielrennen. In het begin van deze eeuw was hij persvoorlichter en later technisch directeur bij de T-Mobile wielerploeg met onder anderen Jan Ullrich in de gelederen. Ook was hij vijf jaar hoofd communicatie bij de Rabobank Wielerploegen. Later was hij ook algemeen directeur bij de voetbalclubs SC Heerenveen en NAC Breda. Als we praten over de financiële situatie in het wielrennen, maakt Eisenga een opvallende vergelijking tussen beide sporten: “De Tour de France ontvangt ongeveer 100 miljoen euro aan TV-rechten. Dat is evenveel als de nummer 17 of 18 van de Premier League.”
Te goedkoop aan de man gebracht
Gezien die verhouding lijkt het er niet op dat wielrennen te duur is. In potentie zou de Tour de France toch groter moeten zijn dan de nummer 17 of 18 van de Premier League? “Dat lijkt mij ook ja”, zegt Eisenga. “Maar daar spelen verschillende zaken mee. Waar vroeger wielrennen populair was om snel naamsbekendheid voor een merk op te bouwen, zie je nu een ander soort bedrijven als grote sponsor en vaker ook als eigenaar instappen. Red Bull en Lidl zitten niet meteen met een stopwatch voor de televisie om te zien hoe lang hun naam tijdens de uitzending in beeld is. Natuurlijk speelt dat altijd een rol, maar het gaat om merkbeleving en conversie.”
Is wielrennen als het gaat om de potentiële waarde die het voor sponsors kan vertegenwoordigen te duur geworden? Eisenga: “In de tijd dat ik voor de Rabobank wielerploegen werkte, sprak ik in de Tour iemand van TomTom die mij vroeg wat het kostte om een wielerploeg op de weg te houden. Destijds was dat ongeveer 20 miljoen euro..Hij vertelde me dat ze dat bij zijn bedrijf alleen al uitgaven aan advertenties in het zomerseizoen. Het feit dat wielrennen grote sponsors – zoals Red Bull, Lidl, PostNL, Picnic Technologies – weet te binden, toont aan dat de prijs gerechtvaardigd is. Wel zie je dat de bedragen die multinationals in het wielrennen besteden, de traditionalere kleine wielersponsors de sport uitdrijft en de telefoonnummers van die multinationals staan niet in de telefoon van de meeste teambazen.”
Eisenga constateert dat er de afgelopen tien jaar weinig is veranderd als het gaat om wereldwijde aandacht voor het wielrennen: “Dat betekent eigenlijk dat we de sport tien jaar geleden te goedkoop aan de man hebben gebracht. Nog altijd worden wielerploegen verkocht op basis van budget. Een teambaas zegt: ik heb 20 miljoen nodig om een Tour de France-waardige ploeg te bouwen, dus hij gaat op zoek naar 20 miljoen. Hij denkt niet mee hoe een bedrijf een merk in de markt wil zetten en welke commerciële waarde wielrennen daarin heeft.”
Uniformiteit
Een van de problemen waar wielrennen volgens Eisenga mee kampt, is het gebrek aan uniformiteit. “Diehard-fans kijken alles en die blijven kijken, maar als je een breder publiek wilt binden, moet je zorgen dat je een begrijpelijk format aanbiedt. We hebben net de Tour de France achter de rug en als je nu naar de Vuelta a Burgos of de Ronde van Polen kijkt, ziet het er op TV allemaal anders uit. In mijn diverse rollen in het wielrennen heb ik aan onderhandelingstafels regelmatig de vraag gesteld of de World Tour een wedstrijdserie is of een kalender. Daar had niemand antwoord op. Er is geen visie. Als je bijvoorbeeld alle rechten concentreert op één plek en je biedt het wielrennen aan in een éénduidig format, maak je de sport toegankelijker. Nu is alles gefragmenteerd.”
Eisenga maakt een vergelijking met de Major League Baseball. “Ik ben een fan van de Atlanta Braves en als ik mijn club wil volgen, ga ik naar het portaal van de MLB. Daar vind ik alles over mijn club, allemaal in een standaardformat. Je kunt een abonnement afsluiten, je kunt in een webshop merchandise kopen, je kunt kaarten bestellen. Alle clubs zitten daarin. Mike Plant die ik nog ken uit het wielrennen, is nu vicepresident bij de Braves. Hij heeft me wel eens uitgelegd dat hij lang niet altijd blij is met de zaken die hem vanuit het overkoepelende orgaan worden opgelegd, maar zegt hij ook: voor zoveel geld krijgen wij het als club afzonderlijk niet verkocht.”
Wielrennen kent met de internationale bond UCI, de organisatoren van de wedstrijden met als grootste en machtigste Tour de France-organisator Amaury Sport Organisation A.S.O. en de profploegen drie verschillende machtsblokken met vaak tegengestelde belangen. Hoe krijg je die partijen zover om zich achter een dergelijk gezamenlijk project te scharen? Eisenga zucht: “Het is jammer dat Moeder Teresa niet meer leeft. Als het makkelijk was geweest, was het al gebeurd. Het heeft ook vaak te maken met vertrouwen.”
ONE Cycling
Een aantal ploegen met teambaas Richard Plugge van Visma-Lease a Bike als een van de initiatiefnemers heeft een plan ontwikkeld voor een uniforme wedstrijdreeks. Er is ook een investeringsfonds uit Saoedi-Arabië bereid gevonden om daar 250 miljoen euro in te investeren. Hoe kijkt Eisenga daar tegenaan? “Op zijn Vlaams gezegd: de A.S.O en de UCI zien er geen graten in, dus dan gaat het er ook niet van komen. Ik ken het voorstel niet verder dan wat we er in de media over hebben kunnen lezen, maar er zitten ogenschijnlijk te weinig aanhoudingspunten voor alle partijen in om de positie die ze nu hebben op te geven. Zo’n plan werkt alleen als alle partijen, UCI, A.S.O. en de ploegen het gevoel hebben dat ze er beter uitkomen.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.