14 april 2011
Nieuws
“De invloed van de sociale en fysieke leefomgeving op een gezonde levensstijl wordt ernstig onderschat.” Dat stelde professor Maria Koelen in haar inauguratierede als hoogleraar Gezondheid en Maatschappij aan de Wageningen University. In haar nieuwe leerstoel gaat Koelen zich bezighouden met onderzoek naar die invloed. Daarbij werkt de universiteit nauw samen met organisaties uit de praktijk, zoals bijvoorbeeld NISB.
Koelen was voorheen verbonden aan de sectie communicatiewetenschappen. Daar hield zij zich bezig met de effecten van gezondheidsvoorlichting. In de loop der jaren kwam zij erachter dat goede voorlichting niet voldoende was om mensen tot een gezondere leefstijl te bewegen. “We zijn er lang vanuit gegaan dat mensen vanzelf gezonder gaan leven als je ze maar voldoende informeert over het belang van bijvoorbeeld sporten, maar zo werkt het dus niet”, aldus Koelen. “We zijn gewend om kennis als de voornaamste determinant te zien van gedrag, maar er is meer. Neem bijvoorbeeld roken. We weten dat het ongezond is, maar er zijn nog heel veel mensen die roken.”
Met de nieuwe leerstoel Gezondheid en Maatschappij denkt Koelen beter in staat te zijn de verschillende determinanten in beeld te brengen. “Het onderzoeksgebied van gezondheid en maatschappij was vroeger een beetje verdeeld. Er waren verschillende vakgroepen mee bezig. Nu kunnen we dat onderzoek bundelen om een stap voorwaarts te maken. Voorlichting blijft belangrijk, maar de voorheen onderschatte omgevingsfactoren krijgen nu meer aandacht”, aldus Koelen. Ze ziet regelmatig dat mensen wel weten wat er voor nodig om gezonder te leven en dat ze dat ook wel willen. “Maar als je verder kijkt, blijkt dat slechts twintig procent van de mensen die intentie omzet in gedrag. Dan kom je erachter dat ook de omgeving invloed heeft. De volgende stap is dus het betrekken van die leefomgeving in het onderzoek.”
Koelen maakt onderscheid tussen de sociale en de fysieke leefomgeving. “Bij sociale leefomgeving moet je in eerste instantie denken aan het gezin, familie, vrienden en collega’s. Als je bijvoorbeeld een collega hebt die ’s middags vraagt om een lunchwandeling te maken, ben je eerder geneigd dat te doen dan wanneer je dat in je eentje zou moeten doen. Voor kinderen hebben ouders natuurlijk een enorme voorbeeldfunctie”, licht Koelen toe. “Bij de fysieke leefomgeving moet je denken aan de openbare ruimte. Is er voldoende gelegenheid om veilig te kunnen spelen? Als mensen in de buurt van een park wonen, gaan ze automatisch meer bewegen. We horen mensen vaak klagen over kinderen die de hele dag thuis achter de computer zitten, maar als er mooie, veilige speelgelegenheden zijn, zie je die kinderen ook buiten.”
Er zijn wetenschappelijke studies die de invloed van de omgeving op gezonder leven hebben onderzocht, met name in de Verenigde Staten en in Engeland. Uit die studies blijkt bijvoorbeeld dat de aanwezigheid van veilige fietspaden of de nabijheid van parken een positieve invloed hebben op lichamelijke activiteit. Hoe onderzoek je die invloed? “Je kunt het onderzoeken door middel van enquêtes, maar het is vaak ook een kwestie van observatie. Onderzoekers gaan met checklists de wijken in”, aldus Koelen. “Hoe groot is zo’n wijk? Er wordt gekeken naar het aantal speelplaatsen, grasveldjes, parken. Hoe breed zijn de wegen? Hoe veilig is het er? Hoeveel mensen zijn er buiten? Hoeveel bewegen ze? Dat zijn enorme vragenlijsten.”
De nieuwe Wageningse vakgroep Gezondheid en Maatschappij werkt intensief samen met diverse partijen. Internationaal wordt kennis gedeeld met Universiteiten en Hogescholen in Finland, Engeland, Kroatië en Italië en nationaal is bijvoorbeeld het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een partner. Daarnaast doet de vakgroep onderzoek bij projecten van uitvoerende organisaties zoals GGD’s en het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB). “Een van de projecten waar wij onderzoek naar doen, is bijvoorbeeld de natuurspeeltuin Speeldernis in Rotterdam. Een ander voorbeeld is onderzoek dat we doen naar de effecten van het NISB-programma ‘Communities in Beweging’. NISB wil allerlei sportactiviteiten met mensen in wijken te organiseren en wij onderzoeken of dat lukt of niet.”
Koelen is als wetenschapper op zoek naar inzicht, maar zij heeft ook een doel voor ogen. “Dat inzicht moet er uiteindelijk toe leiden dat je komt tot een samenleving waarin het prettig is om te wonen, een maatschappij waarin de gezonde keuze de makkelijke keuze is.” Het onderzoek is dan ook gericht op de praktijk. “We noemen dat actieonderzoek. Vaak is onderzoek gericht op het verzamelen en analyseren van data achter het bureau. Veel van ons onderzoek is gekoppeld aan de praktijk. We bekijken vaak een specifiek project met een specifieke onderzoeksvraag. Door die samenhang tussen theorie en praktijk kun je makkelijker aanbevelingen doen voor beleid.”Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.