20 mei 2010
Nieuws
door: Thomas van Zijl | 20 mei 2010
In 2004 richtte een aantal kleine bonden gezamenlijk het Instituut Sportrechtspraak (ISR) op. De reden: ze kregen hun tuchtrecht niet op orde. Inmiddels – zes jaar later – heeft het instituut zijn werkzaamheden uitgebreid en vallen ook de terreinen doping en seksuele intimidatie onder de verantwoordelijkheid van de stichting. Hoog tijd dus dat ook de grotere bonden zich gaan aansluiten.
Het ISR zetelt in Amsterdam en heeft op dit moment 26 leden. Van de Algemene Nederlandse Sjoelbond, tot de Federatie Oosterse Gevechtskunsten en de Nederlandse Rollersport en Bandy Bond. Zij belasten het instituut met de uitvoering van hun tuchtrecht, dat wil zeggen de bestraffing van overtredingen in verenigingsverband. “Denk in de eerste plaats aan kleine vergrijpen binnen de sportcontext die toch niet onbestraft kunnen blijven”, zegt Erik Lenselink, manager Sportontwikkeling bij NOC*NSF. Grotere bonden hebben daar hun eigen infrastructuur voor, kleine bonden kunnen terugvallen op dit instituut om toch daadkrachtig op te treden.”
Het ISR heeft een halve fte personeel en is grotendeels afhankelijk van de bereidheid van rechters om een zaak te behandelen. Het secretariaat neemt in opdracht van de aangesloten bonden de coördinatie voor zijn rekening. Lenselink: “Er zijn gelukkig voldoende rechters met een passie voor sport die zich met liefde inspannen voor het ISR.” Wellicht krijgen die rechters het in de toekomst een stuk drukker, want Lenselink verwacht dat het instituut aantrekkelijk wordt voor grote bonden nu het zich ook direct gaat bezighouden met zaken betreffende doping en seksuele intimidatie. “Dat zijn terreinen waar ook grotere organisaties niet zo vaak mee te maken krijgen. Er is op dat vlak meestal weinig in huis. Het ISR is dan een alternatief.” Het ISR is onder andere in gesprek met de Koninklijke Nederlandse Zwem Bond, De Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie, de Nederlandse Volleybal Bond en de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond
Het ministerie van VWS wil het voor die bonden aantrekkelijk maken zich aan te sluiten door ze tegemoet te komen in de kosten voor juridische ondersteuning en de notariële afhandeling. Dat zou nodig kunnen zijn omdat het lidmaatschap vraagt om een statutenwijziging van de bonden. Lenselink: “Het is een lang traject waarin uiteindelijk de algemene ledenvergadering zich zal moet uitspreken om de statuten te veranderen. Daarnaast zullen er misschien ook mensen moeten wennen aan het idee dat hun taken verschuiven naar het ISR. Dat is niet altijd makkelijk.” Lenselink begrijpt dat niet alle bonden direct de urgentie zullen voelen zich aan te sluiten bij het ISR. “Bonden focussen zich terecht op sportieve prestaties, maar willen we op het gebied van tuchtrechtspraak, doping en seksuele intimidatie, misstanden voorkomen en met één maat blijven meten, dan is lidmaatschap van het ISR een stap in de goede richting.”
Meer informatie: www.instituutsportrechtspraak.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.