11 juli 2013
Nieuws
door: Leo Aquina | 11 juli 2013
‘Uit onderzoek blijkt dat internationale wetenschappers en experts uit de topsport vinden dat innovaties voor een groot gedeelte bijdragen aan het behalen van Olympische medailles’, aldus een recent persbericht van InnoSportNL. Het onderzoek waarop InnoSport wijst, werd uitgevoerd door de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), in samenwerking met Sport2B en Victoria University. Volgens sporteconoom Willem de Boer van de HAN laat het onderzoek zien dat innovaties concreet bijdroegen aan medaillewinst tijdens de Olympische Spelen in Londen. Er moet echter kritisch worden gekeken naar de onderzoeksopzet, zo betoogde Jan Janssens - lector Sportbusiness Development aan de Hogeschool van Amsterdam - eerder deze week op Sport Knowhow XL. De Boer licht het onderzoek toe.
Het initiatief voor het onderzoek naar sportinnovaties door HAN SENECA kwam van InnoSportNL, ‘matchmaker in sportinnovatie’. De Boer: “Zij wilden graag in kaart brengen welke sportinnovaties er in binnen- en buitenland zijn, daarvan bestond geen overzicht.” De Boer deed onderzoek onder sportexperts - zoals bondcoaches en chefs d´equipe - en wetenschappers op het snijvlak van sport en innovatie. In totaal ondervroeg hij een kleine driehonderd experts door middel van een online enquête. Uiteindelijk waren er ruim vijftig experts uit veertien verschillende landen die meewerkten aan het onderzoek.
“We hebben ons daarbij gericht op de zeven zomersporten die door NOC*NSF als kansrijk zijn aangemerkt, aangevuld met drie andere sporten waaronder atletiek. Bij het bepalen van de groep respondenten zijn we uitgegaan van een netwerkaanpak. Door middel van deskresearch werden de meest toonaangevende landen per sport geïdentificeerd en voor die landen is gezocht wie daar experts zijn. Ook via Hans Westerbeek (bewegingswetenschapper in Australië, red.) hebben we ook internationaal veel mensen kunnen bevragen.”
Opmerkelijk
Wat vindt De Boer de meest verrassende uitkomst van de enquête? “Het is wel opvallend dat experts zeggen dat 85 procent van de innovaties - waarvan zij weten of waarvan het effect ervan meetbaar was - een bijdrage heeft geleverd aan behaalde medailles op de Olympische Spelen in Londen.” Jan Janssens vindt dat getuige zijn recentelijke column op Sport Knowhow XL niet heel opmerkelijk.
‘Door eerst de meest succesvolle innovaties op te sporen en vervolgens meer dan de helft van de innovaties buiten beschouwing te laten, zegt het uiteindelijke percentage van innovaties dat (mogelijk) heeft bijgedragen aan medaillesucces eigenlijk niet zoveel meer over het belang van innovatie.’
De Boer beaamt dat het onderzoek de respondenten eerst heeft gevraagd om de belangrijkste innovaties te noemen. “Je kunt dus inderdaad niet de conclusie trekken dat 85 procent van alle innovaties een bijdrage levert aan de prestaties. Uit het onderzoek kun je wel concluderen dat innovaties een bijdrage kunnen hebben, maar in welke mate ze doorslaggevend zijn, valt moeilijk te zeggen. Die 85 procent gaat over een zeer selectief deel van alle innovaties, daar heeft Janssens volledig gelijk in. Maar dan nog blijven er tientallen innovaties over waarmee olympisch succes behaald is.”
Niet echte vernieuwing
Van de door De Boer onderzochte vernieuwingen was slechts 20 procent echt vernieuwend. In de overige 80 procent betrof het bestaande technieken die op een nieuwe manier werden gebruikt. “Neem bijvoorbeeld camerasystemen om tactiek en techniek te analyseren. Daar wordt in sommige sporten al lang veel mee gedaan. Maar bij bijvoorbeeld zeilen, gymnastiek en judo zijn in de afgelopen olympische cyclus nieuwe toepassingen gemaakt. Daar was men er heel enthousiast over omdat het daar wel nieuw was”, legt De Boer uit. “Een voorbeeld van een echte vernieuwing uit ons onderzoek is een systeem dat de Franse wielerbond gebruikte om niet alleen de eigen fysieke en tactische prestaties te meten en te analyseren, maar ook die van de tegenstanders en deze te vertalen naar het olympisch parcours. Daar hebben ze profijt van gehad bij het Olympische mountainbiken, waar een Française de gouden plak won (Julie Bresset, red.).”
Vernieuwing of vals spel?
Hoe ver gaat vernieuwing in de topsport eigenlijk? Wanneer wordt het vals spelen? “Dat is eigenlijk meer een filosofische vraag waar wij ons in het onderzoek niet mee hebben beziggehouden”, aldus De Boer. “Doping zou je kunnen zien als vernieuwing op het gebied van medische begeleiding of voeding. De lijn is duidelijk. Sportbonden hebben reglementen en alles wat daarbinnen gebeurt is toegestaan. Innovaties gaan vaak over het verleggen van grenzen. Er ontstaat natuurlijk een probleem als er iets nieuws wordt uitgevonden waarin de reglementen nog niet voorzien. Dat geldt voor doping, maar ook voor ontwikkelingen op andere gebieden, zoals de blades van Oscar Pistorius. In ons onderzoek zijn in ieder geval geen innovaties genoemd over nieuwe vormen van doping of andere verboden producten of diensten. Maar dat zegt natuurlijk nog niets over of er daadwerkelijk geen ontwikkelingen op dat gebied hebben plaatsgevonden.”
Sporters vragen te weinig
In hoeverre liggen er voor de Nederlandse topsport mogelijkheden om door middel van innovatie vooruitgang te boeken? De Boer: “Er is winst te halen uit innovatie, maar hoeveel winst Nederland ten opzichte van de internationale concurrentie zou kunnen boeken is moeilijk te zeggen. Wel is er in Nederland al een relatief goed innovatieklimaat. En ik denk dat die innovatie heeft bijgedragen aan onze positie op de medailleranglijst van Londen. Wat echter ook opvalt is dat de vraag naar innovatie slechts in 17 procent van de gevallen bij de sporters of hun coaches zelf vandaan komt. In de ideale situatie zou een sporter op zoek naar een topprestatie toch de vragende partij moeten zijn. De wetenschap is er dan om met antwoorden te komen.”
Klik hier voor het rapport 'Sport and innovation: a success story?'
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.