13 mei 2025
Nieuws
door: Leo Aquina
Na het vertrek van Michael van Praag in januari 2024 is er een tijdje een interim-voorzitter geweest van de NLsportraad. De sollicitatieprocedure duurde lang. Kun je vertellen hoe dat in zijn werk is gegaan?
“Daar wil ik heel open over zijn. Ik heb er ook van alles over gelezen. Niet dat er veel rare dingen over zijn geschreven, maar ik was wel verbaasd hoe druk mensen zich erover maakten. Ik werd gebeld: de NLSportraad zocht een nieuwe voorzitter en mijn naam kwam opborrelen. Ik had er zelf nog nooit over nagedacht. Het is niet een wereld waarin ik mij veel heb bewogen, maar ik wilde er wel eens over praten. Er zijn gesprekken met meerdere kandidaten gevoerd. Ik had twee gesprekken op één dag waar mensen van de NLSportraad bij zaten en iemand van VWS, die ook vragen stelde. Een paar dagen later werd ik gebeld dat ze met mij in zee wilden. Toen heeft het allemaal nog wat langer geduurd omdat ik nog afspraken had bij de radio. Ik heb vanaf januari achter de coulissen warmgelopen, voordat ik in augustus officieel ben begonnen.”
Vanwege je functie bij de NLsportraad moest je stoppen met je radiowerk voor de NOS. Was dat een bewust offer?
“Ik vond het enorm leuk werk en ik mis het ook nog wel eens. Toen de sollicitatie speelde, wist ik dat dit het gevolg kon zijn, al was op dat moment de keus niet heel erg zwartwit. Ik heb de NOS meteen op de hoogte gesteld dat dit speelde. Uiteindelijk was ik het niet eens met het besluit van de NOS-leiding dat het niet samen kon. Ik snap best dat je de schijn van belangenverstrengeling wilt vermijden, maar dan vind ik wel dat er een duidelijke rode lijn moet zijn en die is er naar mijn gevoel niet. Dan vraag je je wel eens af of er andere zaken meespelen. Misschien dachten mensen wel: hij komt een beetje op leeftijd. Maar goed, er is geen rancune. Ik heb er dertig jaar met plezier gewerkt en de slotsom is dat we agree to disagree.”
Met een voormalig hockeyinternational, bondscoach, huisarts en radiopresentator heeft de NLSportraad een veelzijdige nieuwe voorzitter, maar in het functieprofiel stond ook iets over beleidservaring en Haagse connecties…
“En die had ik niet, dat klopt. Ik ben meteen vele gesprekken gaan voeren, bijvoorbeeld met alle sportvertegenwoordigers van de politieke partijen en de staatssecretaris. Het viel me op dat ik toch best een aantal mensen kende, als ben ik niet zo iemand die alle Haagse telefoonnummers in de zak heeft, maar die mensen hebben we wel in de raad. We hebben in de NLsportraad een zo breed mogelijke maatschappelijke vertegenwoordiging, Daar kan ik een deel van invullen en een deel ook niet.”
Hoe bevalt die (Haagse) wereld na de eerste kennismaking?
“De raad zelf vind ik buitengewoon leuk en de mensen op het bureau zijn kundig. Er gebeurt een heleboel, maar je hoopt ook dat het ergens toe leidt. Ik kom toch meer uit werelden waarin actie A logischerwijs leidt tot gevolg B. Hier is het: advies uitbrengen en kijken of er iets mee wordt gedaan. Dan moet ik eerlijk zijn, dat vind ik met mijn karakter soms lastig. Ik snap natuurlijk ook wel dat het ingewikkelde processen zijn, maar toch. Wat ik vooral leuk vind, is dat er een grote onderstroom is waarin sport en bewegen een prominente plaats innemen.”
Joop Alberda schreef laatst op Sport Knowhow XL dat sport en bewegen helemaal geen politiek thema zou moeten zijn. Hoe zie jij dat?
“Ik durf wel te zeggen dat als je met vertegenwoordigers van alle politieke partijen spreekt, je het partijbordje eraf kunt halen. Ze zijn het allemaal wel eens over het belang van sport en bewegen. Alleen de route waarlangs ze het willen doen verschilt, maar dat is logisch gezien de verschillen in ideologische achtergronden. In de ideeën over waar het staat en waar het heen moet, zit niet zoveel verschil dus daar heeft Joop wel een beetje gelijk in. Ik ben het vaak met Joop eens geweest in mijn leven en nog steeds. Dat gezegd hebbende, ligt voor ons de belangrijke taak om te zorgen dat we versnelling krijgen. Niemand is er tegen, maar het is een enorme opgave om daar aan de bovenkant concreet vervolg aan te geven.”
Gebeurt dat, als het om adviezen van de NLSportraad gaat?
“Een terechte vraag. Mijn vader zei altijd: 'als iedereen ergens voor is, moet je opletten want dan gaat het niet gebeuren'. Of je nu met de politiek spreekt, met bonden of met gemeenten, iedereen ziet het nut van sport en bewegen. Wat me dan wel tegenvalt is dat het altijd als een kostenpost wordt gezien, een luxeartikel. Iedereen heeft het over de kosten, terwijl het natuurlijk ook veel oplevert, maar dat is moeilijker in beeld te brengen. Dat beschouw ik als een van de belangrijke opgaves van de NLsportraad. En dan gaat het mij niet om de excelsheets met de rekensommetjes, maar als geheel om de waarde die sport heeft, op het gebied van lichamelijke gezondheid, maar ook mentaal, sociaal, noem maar op. Die boodschap moeten we beter over het voetlicht krijgen. Daarin doet de sport zichzelf echt tekort. Deze boodschap blijven wij benadrukken en onderbouwen in adviezen ook in samenwerking met andere adviesraden.”
“Als NLsportraad hoop je dat je advies uiteindelijk ook leidt tot een vervolgbeweging en daarbij weet je dat het vrijwel nooit één-op-één wordt overgenomen. Gelukkig zie je wel dat sommige dingen, ook al is het pas een paar jaar later, toch worden opgepakt. De sportwet, die er nog niet is gekomen, is een voorbeeld. Dat komt uit een advies van vóór mijn tijd bij de NLsportraad, maar er wordt inmiddels achter de coulissen wel weer aan gewerkt.”
“Ik merk dat het in Den Haag niet zozeer moeilijk is om mensen te spreken, maar het is wel een wereld waarin veel is vastgelegd in procedures en gelden zijn ook voor langere tijd toegekend en we weten ook allemaal dat er voorlopig niet meer geld gaat naar sport. Daar moeten we het mee doen. Ik houd er ook niet zo van om altijd maar te roepen dat Den Haag het maar moet regelen. Ik denk ook dat wij als sport dingen naar Den Haag moeten brengen, moeten laten zien wat de waarde is zodat zij zeggen: daar moeten we wat mee.”
Hoeveel macht heb je uiteindelijk als NLSportraad?
“Macht is niet het juiste woord. Daar heb ik sowieso nooit veel mee gehad. Net als voorzitters die meteen een ‘nieuwe koers’ gaan uitzetten. Daar geloof ik nooit zo in. Invloed is wel belangrijk, dat je serieus genomen wordt. Ik heb er samen met de raad voor gekozen om veel bij de sport zelf op te halen. Als wij een orgaan zijn dat breed over sport en bewegen adviseert, moeten we heel goed weten wat er in het veld leeft. Ik heb gesproken met voorzitters van sportbonden, de MOS (Stichting Maatschappelijke Organisaties in de Sport, POS (Platform Ondernemende Sportaanbieders) en veel gemeenten. We moeten niet proberen opnieuw uit te vinden wat al uitgevonden is. We zijn in Nederland heel goed in het organiseren van pilots. Ik denk dat het belangrijker is om de goede dingen die er zijn op te schalen en op die manier tot een bredere beweging te komen. Ik ben bijvoorbeeld bij de gemeente Gouda geweest en de gemeente Kaag en Braassem. In Alkmaar heb ik gesproken met het Sportbedrijf en ik ben op bezoek geweest bij Achterhoek in Beweging. Dat zijn plekken waar iets gebeurt. Zij slagen erin om op lokaal niveau financiën te vinden om sport en bewegen te faciliteren door verbinding te maken met verschillende beleidsterreinen. Daar is moed voor nodig. Het zijn stoere wethouders die het voor elkaar boksen en we moeten ervoor zorgen dat het als een olievlek verspreidt. We hebben nu met Vincent Karremans een staatssecretaris die preventie hoog in het vaandel heeft staan. Het is niet makkelijk, maar ik ben daar niet negatief over.”
De NLsportraad heeft als taak om het ministerie van VWS gevraagd en ongevraagd van advies te dienen. Hoe onafhankelijk zijn jullie daarin?
“Voor mij betekent ongevraagd advies niet: zoek het maar lekker zelf uit. We moeten aansluiten bij wat er in het veld gebeurt en we werken samen aan een werkprogramma. En als het om gevraagd advies gaat, gaan we niet blind een rapportje maken. Het zal niet snel gebeuren dat we een adviesaanvraag afwijzen, maar ik vind wel dat we iedere keer moeten wegen hoe we het invullen. Natuurlijk gebeurt dat in overleg met VWS, maar het is niet zo dat zij de NLsportraad proberen te sturen. Ik heb wel eens ergens gelezen: het zijn de vazallen van VWS. Dat heb ik nog niet zo gevoeld en ik durf ook wel te zeggen dat als ik dat wel zou voelen, ik heel snel weg zou zijn. Dan is het niet een plek waar ik kan functioneren.”
Een van de thema’s die de NLSportraad in het meerjarig werkprogramma heeft vastgesteld is ‘Sport en Gezondheid’. Iedereen lijkt het erover eens dat sport en bewegen een belangrijke rol spelen bij preventie, maar jij constateerde zelf in een interview met Trouw eerder dat het maar niet lijkt te lukken daar substantieel handen en voeten aan te geven.
“Zoals gezegd, iedereen is het er eigenlijk wel over eens, maar het is net als in de kroeg: aan het eind van de avond moet er iemand afrekenen. Er is overal geld tekort, maar als je naar het grote geheel kijkt, is dat niet het probleem. We moeten met het bestaande geld slimmere dingen doen. Als er in de totale begroting 110 miljard naar zorg gaat, moeten we niet ervoor proberen te zorgen dat er daarnaast meer geld naar sport gaat, we moeten ervoor zorgen dat we één procent van dat zorggeld aan sport uitgeven. Nu staat sport op de begroting als kostenpost, maar het levert winst op in andere domeinen, zoals zorg. Als jij de buren ergens mee helpt, mogen de buren ook meebetalen, maar ja, die staan daar natuurlijk niet om te springen en de begrotingen zijn behoorlijk dichtgetimmerd. Daar komt bij dat er ook een wettelijke barrière is. Zorgverzekeraars moeten van de wet hun geld uitgeven aan zorg, en zorgverleners krijgen betaald voor zorg die zij verlenen, niet voor zorg die zij voorkomen. Dat is niet van vandaag of morgen opgelost. We moeten toe naar nuldelijnszorg. Eerstelijnszorg is de huisarts, nuldelijnszorg is een rondje hardlopen om te voorkomen dat je naar de huisarts moet.”
Tot slot als je na de eerste acht maanden terugkijkt op je werk bij de NLsportraad, ben je dan tevreden?
“Een tussenevaluatie zou ik graag aan andere mensen overlaten. Waar ik tevreden over ben is de mensen die ik heb kunnen spreken en de boodschap die we overal hebben kunnen brengen, die ook breed wordt gedragen. Maar als je nou vraagt: wat heb je daadwerkelijk bereikt, word ik stiller. Daar ben ik niet tevreden over. Tijdens mijn sollicitatieprocedure moest ik natuurlijk veel vragen beantwoorden, maar ik heb op een geven moment ook zelf een vraag gesteld: jij werkt bij de NLsportraad, stel iemand op een borrel vraagt wat je hebt bereikt. Wat zeg je dan? Die vraag krijg ik nu zelf ook en het is moeilijk tastbaar te maken. Ik vind wel dat dingen uiteindelijk ergens toe moeten leiden anders blijf ik hier niet acht jaar zitten. Ik wil op een gegeven moment wel kunnen zeggen dat dingen in beweging zijn gekomen omdat wij eraan hebben getrokken en voor mij is dan het belangrijkste dat we meer verbinding krijgen bijvoorbeeld tussen zorg en bewegen. Dat daar gemeenschappelijke potjes geld voor ontstaan en dat je kunt zeggen, daar hebben jullie als NLsportraad aan meegeholpen. Daar mag je me over anderhalf jaar aan houden.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.