3 december 2009
Nieuws
Wie weet worden de Olympische Spelen van 2028 wel door Nederland georganiseerd. Maar hoe ziet de wereld er tegen die tijd uit? Welke ontwikkelingen zullen er op sportgebied plaatsvinden en hoe zitten sportverenigingen anno 2028 in elkaar? Tijdens het Sportcongres Zuid-Holland, dat op 4 november jl. plaatsvond, heeft Karin Horsting bijna zeventig sportbestuurders over deze vragen laten nadenken.
Het Sportcongres Zuid-Holland is een jaarlijks terugkerend congres dat kaderleden, trainers, coaches, bestuurders, sporters en mensen uit het onderwijs de kans biedt om kennis op te doen over actuele onderwerpen uit de sport.
Tijdens het Sportcongres 2009 konden de aanwezigen zich inschrijven voor diverse workshops met uiteenlopende onderwerpen: van clubcommunicatie tot positief coachen, van jonge vrijwilligers tot sportklassen en van financieel beleid tot de sportvereniging van 2028. Met name dit laatste onderwerp bleek de interesse van een groot deel van de deelnemers te wekken: maar liefst 67 mensen schreven zich in om de workshop ‘De sportvereniging van 2028: wat is dat?’ bij te wonen.
Visie ontwikkeld met behulp van stellingen
Deze workshop werd begeleid door Karin Horsting, oprichtster van Sportinnovatie en één van de eerste verenigingsmanagers van Nederland. Aan de hand van de ambities van het Olympisch Plan 2028 heeft zij de aanwezige sportbestuurders ‘out-of-the-box’ laten nadenken over de wereld van 2028 en de manier waarop onze sportverenigingen er tegen die tijd uitzien. Horsting: “Door het verschil tussen traditionele verenigingen, commerciële verenigingen en maatschappelijke verenigingen te schetsen, heb ik de deelnemers kritisch naar de kenmerken en het beleid van hun eigen vereniging, bond of sportorganisatie laten kijken.”
Aan de hand van zeven stellingen heeft ze de aanwezigen vervolgens een visie op de sportvereniging van 2028 laten ontwikkelen. “We hebben onder andere gepraat over de toekomst van de traditionele sportvereniging, de rol van vrijwilligers, de aanwezigheid van clubliefde en georganiseerde versus ongeorganiseerde sporters”, vertelt Horsting. “Hoewel ik geen trendwatcher ben en zeker niet alles van de toekomst van sportverenigingen af weet, heb ik er wel ideeën over. Daarom heb ik de deelnemers ter inspiratie ook mijn eigen visie op de sportvereniging van 2028 voorgelegd.”
Minder verenigingen, meer evenementen en technologische impact
Uit deze visie blijkt dat Horsting een aantal duidelijke veranderingen verwacht. “Allereerst denk ik dat er in 2028 minder sportverenigingen zullen zijn dan nu het geval is. Veel verenigingen zullen gaan samenwerken om hun sportaanbod te vergroten en leden de mogelijkheid te geven om makkelijk te switchen tussen verschillende takken van sport”, zo blikt ze vooruit. “Daarnaast verwacht ik dat er steeds meer gesport gaat worden in ongeorganiseerd verband, zoals bijvoorbeeld loop- en duikgroepjes. Op die manier zal er in toenemende mate in groepsverband gesport gaan worden, zonder dat er sprake is van het traditionele lidmaatschap van een vereniging. Om die sporters wel mee te laten tellen in het ledenaantal van de georganiseerde sport, verwacht ik dat NOC*NSF de lidmaatschapsdefinitie zal aanpassen.”
Naast deze ontwikkelingen heeft Horsting ook nagedacht over de toekomstige deelname aan sportcompetities. “Competities zullen zeker blijven bestaan, maar ondertussen komt er denk ik steeds meer interesse in grote sportevenementen. Wil je mensen blijven binden, dan zul je hiervoor gezamenlijke trainingen moeten gaan aanbieden. Ik denk dan bijvoorbeeld aan groepstrainingen voor een marathon of voor de beklimming van de Alpe d’Huez.” Dergelijke veranderingen hebben volgens Horsting impact op de rol die gemeenten in 2028 spelen. “Zij zullen tegen die tijd meer soorten sportverenigingen met verschillende kenmerken en mogelijkheden moeten gaan onderscheiden, om daar hun dienstverlening vervolgens op aan te passen.”
Waar de aanwezige sportbestuurders echter het meest van onder de indruk waren, was het belang dat Horsting toedicht aan technologische ontwikkelingen. “De impact van technologie op de huidige sportmogelijkheden zal naar mijn idee nog veel groter worden. Ik heb tijdens de workshop bijvoorbeeld verteld over mijn hardloophorloge, waarmee ik op de computer kan zien welke route ik in welke tijd heb gelopen. Soms krijg ik daar online reacties op, als mensen mijn looprondje bijvoorbeeld herkennen en aangeven dat ze onlangs dezelfde route hebben gelopen.”
Geen wereld van verschil
Dergelijke ontwikkelingen geven volgens Horsting aan er binnen en rondom sportverenigingen zeker het één en ander zal gaan veranderen. Toch zal er geen wereld van verschil ontstaan in vergelijking met de vereniging van nu. “De allereerste sportvereniging is in 1875 opgericht en ons verenigingswezen met bijvoorbeeld ALV’s is daar nog steeds op gebaseerd”, zo licht ze toe. “Ook de afgelopen twintig jaar is er relatief weinig veranderd. Met de zojuist genoemde voorbeelden heb ik laten zien dat ik op bepaalde vlakken zeker veranderingen verwacht, maar de sportvereniging zal er tussen nu en 2028 niet compleet anders uit gaan zien.”
Voor meer informatie: Karin Horsting, info@sportinnovatie.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.