20 januari 2011
Nieuws
‘Investeren in sport leidt gegarandeerd tot maatschappelijk rendement.’ Met die stelling presenteert BMC Onderzoek de sportbenchmark 2011. “Iedereen weet dat het zo is, maar het meetbaar maken ervan is moeilijk”, zegt Roland de Ruig, adviseur bij BMC. Met de Sportbenchmark 2011 biedt BMC gemeenten de mogelijkheid meer inzicht te krijgen in hun sportbeleid. Het meetbaar maken van het rendement is een van de doelstellingen.
“De sportbenchmark 2011 biedt gemeenten de mogelijkheid om hun sportbeleid en met name het effect daarvan te vergelijken met andere gemeenten”, omschrijft De Ruig het project. “Het huidige beleid wordt in kaart gebracht en gemeenten zijn in de gelegenheid elkaars praktijk te vergelijken in kringbijeenkomsten gefaciliteerd door BMC.” De sportbenchmark begint met een uitgebreide digitale vragenlijst. BMC biedt de eerste tien gemeenten die aanwezig zijn bij de startbijeenkomst op 16 maart a.s. de mogelijkheid om zich bij het invullen van die veelomvattende lijst te laten begeleiden door een adviseur. “Dat geeft gemeenten de gelegenheid om hun eigen gegevens te ordenen. Omdat de adviseur ter plaatse assisteert met het op orde brengen van de gegevens, is de gemeente gelijk startklaar voor de sportbenchmark.”
Het in kaart brengen van gemeentelijk sportbeleid is niet eenvoudig. “Vaak zijn inkomsten en uitgaven die betrekking hebben op sport niet helder en ook duidelijk te herleiden uit een gemeentebegroting, waardoor het moeilijk is om te zien wat wel en wat niet sportgerelateerd is”, verklaart De Ruig. “Als je gaat vergelijken zijn veel zaken bovendien heel anders geregeld in verschillende gemeenten. In de ene plaats worden de sportaccommodaties geëxploiteerd door de gemeente, in de andere wordt het ondergebracht in een stichting en ga zo maar verder.” De online vragenlijst richt zich op verschillende aspecten zoals sportparticipatie, sportaccommodaties en subsidies. In de begroting kijkt BMC onder meer naar budgetten voor sportstimulering, verenigingsondersteuning en accommodatiekosten.
Naast de vragenlijst vormen de kringbijeenkomsten een belangrijk onderdeel van de sportbenchmark. De deelnemende gemeenten vormen op basis van criteria zoals grootte, locatie en inwoneraantal een kring met vergelijkbare gemeenten. “Het belangrijkste van deze bijeenkomsten is kennis delen”, aldus De Ruig. “Dat gebeurt in een veilige omgeving, waar deelnemers zaken kunnen vergelijken die goed gaan, maar juist ook zaken die minder goed gaan.”
Als het gaat om mogelijke knelpunten in gemeentelijk sportbeleid geeft De Ruig een aantal voorbeelden. “Hoe kun je de bezettingsgraad van je accommodaties optimaliseren? Hoe exploiteer je accommodaties of laat je ze exploiteren en wat betekent dat voor de exploitatiekosten?” Maar het belangrijkste knelpunt is toch het meetbaar maken van de effecten van sportbeleid. “Je besteedt als gemeente veel geld aan accommodaties. Dan wil je graag weten wat het (maatschappelijk) rendement is.
In 2007 heeft SGBO voor het eerst een sportbenchmark gehouden. Toen deden er 26 gemeenten mee, allemaal groter dan 30.000 inwoners. “Na de overname van SGBO door BMC zijn we gaan nadenken over een doorontwikkeling en een doorstart van de benchmark”, aldus De Ruig. “Wat willen we nog meer weten? Sluit de vragenlijst aan bij de meest recente ontwikkelingen? Deze doorontwikkeling heeft tot een fundamenteel andere vragenlijst geleid, waarmee we helemaal klaar zijn om de sportbenchmark 2011 uit te voeren.”
Het minimumaantal deelnemers aan de sportbenchmark is vijftien. “Vanaf dat aantal begint het echt zinvol te worden. Dan kun je kringen oprichten met gemeenten van vergelijkbare grootte, met vergelijkbare data.” Op dit moment heeft BMC acht officiële toezeggingen, maar De Ruig verwacht er tijdens de startbijeenkomst meer te hebben. Kosten voor deelname zijn 5.900 euro per gemeente, ongeacht de grootte. Gemeenten kunnen ook na de startbijeenkomst nog instappen. Na afloop krijgen deelnemers een rapport waarin de gegevens van een individuele gemeente worden vergeleken met die van andere gemeenten. Dit rapport wordt aan het management toegelicht door een adviseur van BMC. Belangrijkste zijn echter volgens De Ruig de kringbijeenkomsten. “Wellicht richten we ook nog een afzonderlijke kring op die zich specifiek bezig gaat houden met het meten van maatschappelijk rendement.”
Voor meer informatie: Ronald de Ruig, rolandderuig@bmc.nlDeel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.