20 juni 2013
Nieuws
Waarom zijn goede sportcoaches eigenlijk zo goed? Die vraag stelde Ton Biessels zichzelf, nadat hij in 2009 bij zijn lokale schaatsvereniging in Leiden werd aangesteld als trainingscoördinator en op zoek moest naar adequate schaatstrainers. De oorspronkelijke vraag uit nieuwsgierigheid mondde uit in een promotieonderzoek getiteld ‘Hoe coaches leren’, waar Biessels nu - als buitenpromovendus aan de Universiteit Utrecht (UU) - aan werkt.
In het dagelijks leven is Biessels management- en organisatieadviseur, maar zijn oorsprong ligt in de sport, benadrukt hij. Biessels studeerde aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) in Tilburg en vervolgens Bewegings- wetenschappen tot en met zijn kandidaats- examen aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). Verder was hij jarenlang gymleraar in het basis- en voortgezet onderwijs en docent anatomie & fysiologie aan inservice-opleidingen.
Rondvraag
Nadat hij trainingscoördinator werd, informeerde Biessels bij plaatselijke schaatscoaches naar hun mening over het trainer-coachschap en vroeg ze onder meer hoe ze het vak leerden. “Tijdens die rondvraag kreeg ik niet het idee dat de coaches heel enthousiast waren over de trainerscursus van schaatsbond, terwijl ze daar toch eigenlijk hun kennis vandaan haalden. Uit nieuwsgierigheid benaderde ik toen maar gewoon allerlei topcoaches en heb ze naar hun visie op het vak gevraagd.”
Biessels interviewde onder meer voetbalcoach Ron Jans, basketbaltrainer Ton Boot en zeilcoach Jacco Koops. Maar het idee om de interviews op een structurele manier te documenteren in een onderzoek, ontstaat wanneer hij met Joop Alberda spreekt. Alberda was de volleybalcoach die op de Spelen van Atlanta in 1996 met de mannenploeg de eerste en enige gouden volleybalmedaille ooit voor Nederland won.
Biessels: “Ik vroeg hem hoe hij als coach leerde en hoe hij zich ontwikkelde tijdens zijn carrière, kortom, hoe hij zo goed was geworden. Wat was zijn truc? Toen bleef het stil aan de andere kant van de lijn. Ik vroeg: ‘Joop, ben je er nog?’ Waarop hij antwoordde: ‘Ik ben nog aan het nadenken.’ Hij had geen antwoord klaar.” En zo kraakten bij meer coaches de hersenen wanneer ze gevraagd werden naar de sleutel voor hun succes en wat ze deden om zichzelf te ontwikkelen en te verbeteren, merkte Biessels.
Onbewust proces
Alberda vertelde de onderzoeker uiteindelijk dat zijn coachontwikkeling met name een onbewust en spontaan proces was. “Daarna besefte ik dat dit echt braakliggend terrein op onderzoeksgebied was”, zegt Biessels. Hij interviewde voor zijn onderzoek vijftien bonds- en topcoaches, verdeeld over twaalf sporten. Biessels zag overeenkomsten in die interviews: “Ze hebben wel allerlei methoden en opvattingen, maar het gaat nogal ondoordacht. Ze leren vooral in de eigen sport, via trainingen en wedstrijden, of doen af en toe een cursus of clinic. Eigenlijk doet iedereen hetzelfde”, concludeerde de onderzoeker.
“Tijdens clinics of cursussen leren trainers niet veel. Ze doen dat met de gedachte ‘omdat je er altijd wel wat aan hebt’ of om punten te halen voor hun licentie. Persoonlijk afgestemde planning, strategie en de vraag wat je nu zelf écht nodig hebt als coach, komen niet ter sprake. Daardoor blijft datgene liggen waar coaches echt wat mee moeten: het verbeteren van hun eigen persoonlijke punten.”
Met zijn onderzoek hoopt Biessels de impliciete tendens in coachontwikkeling om te zetten in een expliciete. Hij publiceerde een aantal van zijn interviews in een rubriek op het trainersplatform NLCoach, zodat coaches daar zelf alvast wat op van konden steken. “Coaches nemen namelijk vaak dingen van elkaar over, wat eigenlijk een prima leerstrategie is”, legt hij uit. “Al zullen ze dat niet snel toegeven.”
Interviewopenbaringen
De wetenschapper hanteerde een bepaalde strategie in zijn vraagstelling om inzicht te krijgen in de onbewuste coachontwikkeling. “Ik vroeg de geïnterviewde coaches bijvoorbeeld niet wat ze geleerd hadden of nog wilden leren. Ik vroeg ze juist wanneer ze dingen anders zijn gaan doen in hun carrière.”, aldus Biessels. Dat leverde volgens hem interessante bevindingen op.
Hij refereert aan zijn interview met hockeytrainer Roelant Oltmans. “Oltmans merkte aan zichzelf dat hij het vreemd vond wanneer spelers in de rust aan hem vroegen: ‘Hoe moeten we die ploeg in de tweede helft aanpakken, coach?’ Dat wisten zijn spelers veel beter dan hijzelf, meende Oltmans. Zij stonden namelijk in het veld en hadden gezamenlijk ruim driehonderd jaar hockeyervaring. Oltmans keerde vervolgens de interactie tussen coach en speler om en het bleek dat spelers zelf heel goed wisten hoe bijvoorbeeld de spits van de tegenstander uit te schakelen. Ze zochten alleen bevestiging bij de coach. Om op die manier te denken en de vraag terug te geven als coach vergt moed en moet je leren. Spelers denken namelijk al snel dat je het dan zelf niet weet”, zegt Biessels. “Zo ontdekte Oltmans het ‘interactieve leren’.”
Uit het interview met schaatscoach Henk Gemser volgde eenzelfde openbaring. Biessels: “Gemser woonde in het schaatsen, zoals hij dat zelf noemde; hij weet alles van techniek en trainen. Daarnaast gaf Gemser in zijn vroege trainerscarrière tussen schaatstrainingen door les op het CIOS. Zo kwam het voor dat hij zijn schaatsers vertelde intervaltrainingen te doen, ging hij weg om les te geven, en kwam twee uur later terug om te vragen hoe de training ging.” Volgens Biessels ontdekte Gemser na verloop van tijd dat hij daardoor te veel afstand hield van zijn schaatsers. “Hij noemde zichzelf een schaatstrainerrobot”, zegt de onderzoeker. “Zo kwam hij uit bij de sportpsychologie. Dat was een revelatie voor hem en incorporeerde hij in zijn coachschap.”
CODE
De met de interviews verkregen inzichten en opvattingen van Nederlandse topcoaches over hun vak zijn volgens Biessels bruikbaar in het leerproces van hun minder ervaren collega’s. “En als ik weet hoe ik iets kan verbeteren, wil ik het ook toepassen.” Daarom startte hij samen met ondernemer Martin van Straaten zijn eigen bedrijf: Sportcoachdevelopment (CODE).
Bij CODE kunnen coaches zich aanmelden voor een individueel begeleidingsplan waarin ze een seizoen lang worden ondersteund door coaches van CODE. Dat plan start met twee persoonlijke vragenlijsten waarin gevraagd wordt naar leerdoelen en plan van aanpak van de deelnemers, waarop een persoonlijk afgestemd programma wordt gebaseerd.
Biessels: “Dit programma voert hij of zij in de eigen praktijk uit, want daar leert een coach om beter te worden. Verder werken we graag met een groep coaches en het liefst afkomstig uit meerdere sporten. Dat levert verrassende adviezen op wanneer het persoonlijk ontwikkelplan wordt toegelicht aan collega-deelnemers.” Ook organiseert het bedrijf workshops voor trainers die zijn opgenomen in het bijscholingsprogramma van de KNVB Voetbal Academie/UEFA (voor zowel coaches met een UEFA Pro Licentie als UEFA A licenties of lager).
Zeven leerstrategieën
In de CODE-begeleiding en -workshops past Biessels de bevindingen uit zijn onderzoek toe. Hij gebruikt onder meer de zeven leerstrategieën voor coaches, die hij ontwikkelde na analyse van de interviews: nadoen (Imitational learning), bewust nadenken over acties en situaties (Reflectional learning), werken en ervaring opdoen in een andere functie of sport(club) (Extra practical learning), ervaring opdoen in de praktijk (Practical learning), leren van en in extreme praktijksituaties, zoals finales (Extreme practical learning), organiseren van dialogen over eigen functioneren (Interactional learning) en het kennis opdoen via cursussen, specialisten of media (Theoretical learning).
De zeven strategieën zijn universeel opgesteld en daarom nuttig voor coaches uit elke sport, zegt Biessels. “Wel moeten de strategieën nog wetenschappelijk worden bewezen. Dat volgt in de tweede fase van mijn promotieonderzoek”, aldus de wetenschapper. Hij vertelt dat zijn twee fasen op twee vragen zijn gebaseerd: Hoe leer je als coach? (Fase 1) en: Wat moeten coaches leren? (Fase 2).
In het najaar van 2014 denkt Biessels zijn onderzoek af te ronden. Hij hoopt dan meer zicht te hebben op het leerproces van coaches. “Hoofddoel is om uit dat onderbewuste wat rond coachontwikkeling hangt, te komen”, spreekt hij hoopvol. “Als wij namelijk weten wat goed is voor coaches om te leren, afgestemd op het individu, kun je dat in de praktijk trainen en kunnen zij zichzelf beter maken.”
Voor meer informatie: sportcoachdevelopment.comDeel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.