19 augustus 2021
Nieuws
door: Leo Aquina | 19 augustus 2021
“Het zijn makke lammetjes die alles over zich heen laten komen omdat ze bang zijn voor hun positie.” Marc Lammers is niet mals in zijn kritiek op het Nederlandse hockeyelftal na de uitschakeling in de kwartfinales op de Olympische Spelen in Tokio. De oud-bondscoach van de Nederlandse hockeydames en de Belgische hockeyheren vindt dat de spelers verantwoordelijkheid moeten nemen. In een evaluatie van het echec in Tokio wil Lammers wegblijven van een oordeel over de direct betrokken personen. “Ik ben er niet bij geweest, maar ik zie wel wat voor type spelers we missen.” In de scouting en opleiding gaan volgens Lammers structureel zaken mis.
Voordat we ingaan op dieperliggende oorzaken, willen we eerst zeker weten of we aan de hand van de prestaties ook echt kunnen spreken van een crisis in het Nederlandse mannenhockey. “De wereldranglijst liegt niet”, zegt Marc Lammers. “België staat eerste, Australië tweede, India derde en Nederland vierde. Wij hebben 260.000 hockeyers en België 40.000. Dan doen wij dus iets niet goed. Sinds 2000 hebben we geen groot internationaal toernooi meer gewonnen. EK’s wel, maar die zijn in het hockey minder belangrijk dan de Olympische Spelen, het WK en de World League. Sinds 2000 hebben we geen Olympische Spelen of WK meer gewonnen. Als je één keer op de paal schiet is het pech, als je twee keer op de paal schiet dubbel pech. Maar als je drie keer op de paal schiet, moet je beter leren schieten.”
Dames wél wereldtop
De prestaties van de Nederlandse hockeyheren zijn dus al twee decennia ondermaats. Hoe is het mogelijk dat er zo’n groot verschil bestaat met de prestaties van de Nederlandse hockeyvrouwen? “Dat heeft verschillende oorzaken”, aldus Lammers. “Bij de dames is internationaal iets minder concurrentie. Dat zie je bij meerdere sporten. In veel landen gaat het meest geld naar de heren. In Nederland zijn de budgetten bij de mannen en de vrouwen gelijk. Maar dat is zeker niet het enige.”
Lammers was zelf tussen 2000 en 2008 bondscoach bij de Oranjevrouwen. “Toen ik coach werd bij de dames, lagen Australië en China ver voor. Wij trainden vier keer in de week, zij trainden tien keer in de week. Wij zijn toen ook naar tien keer trainen per week gegaan en dat gaf de dames een voorsprong ten opzichte van de heren, want daar was altijd ruzie tussen de bond en de clubs. De clubs betaalden het salaris en wilden niet dat de spelers meer met de nationale ploeg zouden trainen, omdat het ten koste zou gaan van de trainingen bij de clubs. In het dameshockey ging minder geld om. Daardoor konden we met de dames makkelijk de keus maken om in een olympisch jaar negentig procent van de tijd te trainen met de nationale ploeg. Die keuze hebben de dames toen zelf gemaakt vanuit hun passie.”
Zelf verantwoordelijkheid nemen
De hockeyheren moeten volgens Lammers zelf een dergelijke trainingsverdeling tussen clubs en nationale ploeg afdwingen. “De mannen moeten opstaan en zeggen: wij willen olympisch kampioen worden. We willen vier dagen in de week met de nationale ploeg trainen en op vrijdag bij de club. Als de spelers dat zelf eisen bij de club, kunnen de clubs ook niet anders. Max Caldas voerde die strijd met de clubs omdat de spelers zelf geen standpunt innamen. Ik was bondscoach van België en daar zei Arthur van Doren, de beste hockeyer ter wereld, tegen Bloemendaal: ik kom alleen op vrijdag op de club want de andere dagen train ik met de nationale ploeg. En de club accepteerde dat. De bond wil het wel en NOC*NSF wil ook dat de spelers fulltime op Papendal zijn, maar de clubs houden het tegen.”
Het gaat om meer dan opstaan richting de clubs. Lammers: “De mannen moeten zelf verantwoordelijkheid nemen over hun eigen doelen, niet alleen richting de clubs, maar ook naar elkaar, naar de staf en naar de bond. Als iets niet goed gaat of iets hun tegenhoudt om goud te winnen, moeten ze de knuppel in het hoenderhok durven te gooien. Die ruimte moeten ze nemen en natuurlijk ook van de staf krijgen.” Lammers noemt een voorbeeld uit zijn eigen praktijk: “Ik heb als bondscoach ook wel eens acht man op de stoep gehad. Als er een bij je komt om te vertellen dat er iets niet goed is, kun je het als coach nog negeren, maar als er acht man staan hebben zij gelijk.”
Engeland van het hockey
Lammers vergelijkt het Nederlandse hockey met het Engelse voetbal. “We hebben de sterkste competitie van de wereld, maar de nationale ploeg wint nooit een internationale prijs. Dat komt ook omdat bijna alle cruciale posities bij alle clubs in Nederland worden ingenomen door buitenlandse spelers.” Dat probleem is volgens Lammers moeilijk te ondervangen. “Er is in het verleden wel eens een gentlemen’s agreement gesloten tussen de clubs, maar dat ketste toch op het laatste moment weer af. Ook hier moet het van de spelers komen. Zij kunnen ook zeggen: we hebben al vier buitenlandse spelers op de club, we willen er geen vijfde bij. Maar die jongens zijn allemaal zo bang voor hun eigen positie dat ze hun mond niet open durven doen. De dames zijn veel mondiger.”
Dat gebrek aan mondigheid is voor een deel te verklaren uit de manier van opleiden. Lammers: “We leiden in Nederland alleen nette jongens op. Als iemand iets minder gedisciplineerd is of als iemand zijn mond iets vaker durft open te doen, gooien we die uit de selectie. Ik vind dat we te veel eenheidsworst opleiden. Extraverte spelers zin vaak mondig en dat wordt snel gezien als lastig. Bij de dames wordt dat meer geaccepteerd. Daar gaat het om harmonie, bij de heren om hiërarchie.”
Type Jan Wouters
Niet alleen mentaal en sociaal wordt volgens Lammers eenzijdig geselecteerd, maar ook hockeytechnisch. “We kijken alleen naar spelers die goed zijn aan de bal en veel te weinig naar spelers die goed zijn in het afpakken van de bal. Als je die spelers ook selecteert, waardoor ze meedraaien op een hoger niveau, kunnen ze ook aan de bal beter worden. We missen in het Nederlandse hockey spelers van het type Jan Wouters.” Niet alleen de selectiecriteria zijn te weinig divers, er wordt ook te weinig doorgeselecteerd. Lammers: “Als je eenmaal in het opleidingstraject van Jong Oranje zit, stroom je vanzelf door naar het grote Oranje. Spelers die niet al jong bij de selectie zaten, komen later ook niet meer in aanmerking. In het voetbal kan iemand op zijn 24ste of op nog latere leeftijd nog prima een uitnodiging krijgen voor de nationale ploeg, in het hockey gebeurt dat niet. Je moet ook voor de nationale ploeg blijven scouten.”
Het is aan de hockeybond om te evalueren. Lammers wil daarbij niet te veel omkijken. “Ik doe niet aan feedback, dat is negatieve energie. Ik doe liever aan feed forward. Waar kunnen we verbeteren?” Ziet hij daarbij nog een rol weggelegd voor zichzelf? “Ik heb zelf twintig jaar op het hoogste niveau gehockeyd en daarna als coach heel lang op het veld gestaan. Zo’n leven op het hockeyveld vraagt veel van je, ook fysiek. Ik ben zelf inmiddels een andere weg ingeslagen. Ik geef trainingen in het bedrijfsleven en aan teams om op een topniveau te komen. Ik vind het leuk om te sparren en advies te geven, maar echt als coach op het veld, zeg nooit 'nooit', maar nu in ieder geval niet. De hockeybond heeft nu Jeroen Delmee aangesteld en daar heb ik wel een goed gevoel over.”
Voor meer informatie: www.marclammers.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.