26 april 2012
Nieuws
In de 112-jarige geschiedenis van Ajax speelden er welgeteld vier Joodse spelers in het eerste elftal. Een behoorlijk contrast met het joodse imago dat aan de club kleeft. De collectieve perceptie en de historische werkelijkheid lopen in de geschiedenis vaker uiteen. Jurryt van de Vooren gaf afgelopen zondag voor het Joods Educatief Centrum Crescas een lezing over de geschiedenis van de Joodse Sport in Nederland. “Sportgeschiedenis is een stiekeme geschiedenis”, zegt hij. “Iedereen kijkt ernaar maar niemand ziet het.” Dat geldt ook voor de Joodse sportgeschiedenis, waarin veel maatschappelijke ontwikkelingen worden weerspiegeld.
Van de Vooren gaf zijn lezing op het terrein van de Amsterdamse voetbalclub WV-HEDW, een fusieclub van Wilhelmina Vooruit, Hortus en Eendracht Doet Winnen. Wilhelmina Vooruit was in tegenstelling tot Ajax wel een club met Joodse wortels. De geschiedenis van die club is illustratief voor de geschiedenis van veel Joodse Nederlanders. “Toen de anti-Joodse verordeningen in Nederland van kracht werden, hield Wilhelmina Vooruit op te bestaan en de club maakte een deal met een gymnastiekvereniging. Die vereniging mocht het terrein van WV gebruiken en na de oorlog zou de voetbalclub het terrein terugkrijgen”, vertelt Van de Vooren. “Na de oorlog weigerde de gymvereniging echter te vertrekken. WV heeft toen besloten om van alle leden uit te zoeken wat er met hen in de oorlog was gebeurd. Het moet verschrikkelijk zijn geweest om al die oude ledenlijsten door te nemen. Met die lijst is WV naar de rechter gestapt en in hoger beroep heeft de voetbalclub het terrein uiteindelijk teruggekregen. Die strijd van WV voerden veel Joden die na de oorlog terugkeerden en uitvonden dat hun huizen en hun bezittingen waren ingepikt, zelfs door de Nederlandse overheid. Je ziet aan deze geschiedenis – het onderzoek van WV naar alle oud-leden – ook dat het besef van de Holocaust op dat moment nog helemaal niet tot Nederland was doorgedrongen.”
In de officiële geschiedschrijving is veel aandacht voor de zogenaamde entrepeneurs, een begrip uit de politicologie. Entrepeneurs zijn mensen en instellingen, die doorgaans doelbewust handelingen verrichten om iets te veranderen. “Entrepeneurs vormen een klein maar wezenlijk deel van een samenleving. De meerderheid van de mensen is echter willoos in de grote stroom historische gebeurtenissen en handelt in overeenstemming met eigen belang en inzicht”, aldus Van de Vooren. “Dat laatste is de officieuze geschiedenis en daarvoor is in de geschiedschrijving veel minder aandacht. Sportgeschiedenis is ideaal om deze wisselwerking tussen officiële en officieuze geschiedenis te bestuderen. Sportgeschiedenis biedt een venster om te kijken naar de achterliggende realiteit.”
Als voorbeeld noemt Van de Vooren de ontwikkeling van hockey in Nederland. “Dat was in de jaren twintig in Nederland een geïsoleerde sport met eigen regels, die afweken van de internationale hockeyregels. Tijdens de Olympische Spelen van 1928 paste Nederland zich internationaal aan om mee te kunnen doen aan de Spelen en sindsdien spreekt Nederland een stevig woordje mee in het internationale hockey. Dat loopt parallel met de Nederlandse politieke geschiedenis, van een geïsoleerd en neutraal land dat met de rug naar de wereld stond tijdens de Eerste Wereldoorlog en het Interbellum, naar een land dat zich na de Tweede Wereldoorlog internationaal enorm profileerde.”
Uit de Joodse sportgeschiedenis valt op te maken dat het antisemitisme in Nederland tijdens het interbellum relatief gematigd was. “Er waren niet veel specifiek Joodse sportverenigingen en de verenigingen die er waren, waren relatief klein. Steden als Antwerpen en Wenen hadden grote Joodse voetbalclubs. “In 1925 stond hierover een brief in het Nieuw Israëlitisch Weekbal”, aldus Van de Vooren. Daarin werd verteld over ‘het heerschende antisemitisme’ in die steden, ‘waardoor den Joden onmogelijk gemaakt werd zich op verschillende takken van sport toe te leggen’. Gelukkig bestaat deze oorzaak bij ons niet en wij behoeven dit ook niet te provoceren door het oprichten van overbodige sektarische sportbonden.”
Sportgeschiedenis is in zekere zin een spiegel van de maatschappij. “Vaak zie je maatschappelijke ontwikkelingen al een aantal jaren eerder in de sport ontstaan”, aldus Van de Vooren. Welke ontwikkelingen zijn dat op dit moment? “Er is in het voetbal een parallel met de jaren twintig. Destijds raakte het voetbal in zwang onder de arbeiders en kwamen er steeds meer volksclubs op. Als reactie stapten traditionele elitaire voetbalclubs vaak over op andere sporten zoals polo of golf. De laatste jaren is het voetbal steeds populairder onder allochtone Nederlanders, Turken en Marokkanen. Dat kan een emanciperend effect hebben. In het voetbal zie je maatschappelijke verhoudingen vaak in hun extreme verschijningsvorm, zowel positief als negatief. Dat laatste wordt nog wel eens over het hoofd gezien door mensen die sport zien als middel om de maatschappij te veranderen. Als het misgaat, gaat het in de sport vaak ook direct heel erg mis.”
Om tot slot de mythe van Ajax als Joodse club te ontkrachten, wie waren nu die vier Joodse spelers die het eerste elftal haalden in de 112-jarige clubgeschiedenis? “De in Auschwitz omgekomen Eddy Hamel 1902-1943), Johnny Roeg (1910-2003), Bennie Muller en Daniel de Ridder. Sjaak Swart hoort er officieel niet bij, want die had een Joodse vader, maar geen Joodse moeder en de afstamming gaat volgens de Joodse wet via de lijn van de moeder.”
Voor meer informatie: klik hier en kijk op www.sportgeschiedenis.nlDeel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.