Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Gemeenteraadsverkiezingen baren sport meer zorg dan prinsjesdag

Gemeenteraadsverkiezingen baren sport meer zorg dan Prinsjesdag

17 september 2013

Nieuws

door: Leo Aquina & Lennart Bloemhof | 17 september 2013

Bezuinigen, Nederland kijkt al weken met angst en beven uit naar Prinsjesdag 2013. De sportwereld maakt zich echter drukker om de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014. “Ik heb geen aanwijzingen dat er in de Rijksbegroting fors gekort gaat worden op sport”, aldus Gerard Dielessen, directeur van NOC*NSF. “Als je 6 miljard moet bezuinigen, zet korten op die 130-135 miljoen in de sportbegroting nauwelijks zoden aan de dijk. Ik maak mij meer zorgen over de bezuinigingen op gemeentelijk niveau.” Sport Knowhow XL deed rondvraag bij een aantal bondsdirecteuren en andere belangrijke stakeholders in de Nederlandse sport over de (verwachte) effecten van de nieuwe rijksbegroting.

Zoals te verwachten benadrukken onze gesprekspartners het belang van sport en de risico’s die bezuinigingen met zich mee zouden brengen. “Het rijk heeft ingezet op een gezonde samenleving en dat bereik je met beweging. Er zijn op dat gebied al meerjarentoezeggingen gedaan”, zegt Jan Kossen, directeur van de KNZB. “Bovendien scheelt het enorm in de zorgkosten als mensen gezonder worden.”

Remco Boer - directeur van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen - maakt zich van alle stakeholders die wij spraken de meeste zorgen aan de vooravond van Prinsjesdag. Boer houdt serieus rekening met bezuinigingen. “Ik hoop het natuurlijk niet en zou het ook niet logisch vinden. Er zijn juist veel argumenten om terughoudend te zijn. Sport maakt ‘slechts’ voor 135 miljoen deel uit van de VWS-begroting, terwijl je veel maatschappelijk effect genereert voor dat bedrag. Een voorbeeld daarvan zijn de buurtsportcoaches die op het gebied van beweegstimulering veel bereiken, maar ook als verbindende factor in de wijk goed werk verrichten. Het programma ‘Sport en bewegen in de buurt’ loopt erg goed en heeft een aantoonbare, brede maatschappelijke impact. Als je daarop bezuinigt, raak je veel meer dan sport alleen.”

Preventieplan
De overheid gebruikt sport ook voor andere maatschappelijke doeleinden en daar hecht KNHB-directeur Johan Wakkie veel waarde aan: “Minister Schippers heeft bijvoorbeeld geld gereserveerd voor het nationale preventieplan. Dat heeft voor ons als hockeybond op het WK in 2014 ook prioriteit. Het gaat om drie onderdelen: een veilig sportklimaat, alcoholbeleid mede gericht op sportverenigingen en de gezonde sportkantine. Als je daar iets mee wil, moet je er niet op bezuinigen. Daarbij vind ik het belangrijk dat de sport verbindingen legt. Er zijn sportverenigingen die zeggen: ‘Ho ho, je moet niet teveel op ons bordje leggen’, maar als ze wel iets kunnen doen, zoals in de bovengenoemde gevallen, moet je het ook steunen.”

Bruggen slaan
Koen Breedveld - directeur van het Mulier Insituut - vindt dat de overheid een voorbeeldfunctie heeft als het om sport gaat: “Wanneer je sport stimuleert als overheid is dat ook een signaal voor andere overheden en maatschappelijke instanties om het belang van sporten op te pakken en te erkennen. En aangezien de sportbegroting met haar 130 miljoen slechts een fractie is van de 15 miljard die VWS te besteden heeft, loont het de moeite niet om op sport te gaan bezuinigen, je zou dan ook heel veel verliezen.”

Cees Vervoorn - lector Topsport en Onderwijs aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en Hogeschool van Amsterdam (HvA) - ziet diezelfde voorbeeldfunctie. “Als de overheid iets omarmt, wordt de drempel lager voor andere partijen om daar iets mee te doen.” Maar de sport moet ook creatief zijn, zo betoogt Vervoorn: “Ik kan me voorstellen dat de sport meer overheidsinvesteringen zou willen, maar sport is slechts een klein gedeelte van de begroting, en zeker geen hoofdpunt in de aankomende Miljoenennota. “Ik denk dat de sport daarom ook op zoek moet naar dwarsverbanden met bijvoorbeeld het ministerie van Economische Zaken (EZ) of het ministerie van OCW. Bewegen is namelijk veel meer dan sport alleen en je moet bruggen slaan voor openingen om makkelijker financiële middelen te krijgen.”

Ook voormalig VVD-kamerlid Jan Rijpstra ziet mogelijkheden tot interdepartementale samenwerking op sportthema’s. Als voorzitter van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) maakt hij zich sterk voor sport in het onderwijs: “Er zijn namelijk investeringen gereserveerd in het regeerakkoord voor dit thema, met onder meer het streven naar meer gymlessen op basisscholen. Dat zal het kabinet moeten realiseren en ik hoop dat ze dat gaan doen.”

Gemeenteraadsverkiezingen
KNZB-directeur Jan Kossen constateert net als alle andere stakeholders dat de genoemde 135 miljoen euro slechts een marginaal bedrag is op de sportbegroting van VWS. Veel belangrijker voor de Nederlandse sport zijn de gemeentelijke sportsubsidies en accommodatietarieven. In de toelichting van de begroting voor 2013 van het ministerie van VWS stond: ‘De gemeenten in Nederland zijn verantwoordelijk voor het lokale accommodatiebeleid en het lokale sport- en beweegbeleid. De gemeenten trekken jaarlijks ongeveer één miljard euro uit voor sport.’ Net als Gerard Dielessen en Johan Wakkie (KNHB) kijkt Kossen met grote zorg naar de coalitieakkoorden die zullen volgen op de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014: “Er worden veel verplichtingen vanuit het rijk aan de gemeenten overgedragen zonder dat daar hetzelfde geld tegenover staat. Gemeenten komen daardoor krapper bij kas te zitten en zullen dan naar de sport gaan kijken.”

Wakkie verwacht dat sportverenigingen naast die gemeentelijke bezuinigingen en tariefverhogingen nog meer onder vuur komen te liggen: “Met alle bezuinigingen komt er ook minder geld van sponsors, vanuit het rijk en vanuit de provincie valt weinig te verwachten en mensen hebben minder te besteden waardoor je ook een ledenterugloop zult zien. Sportbonden zien een veelheid van problemen op zich afkomen en er is geen sleutel naar meer geld.”

Publiek-private samenwerking
De sportbonden hebben geen sleutel tot meer geld. Hoe moeten zij de moeilijke toekomst het hoofd bieden? De meeste stakeholders zien mogelijkheden in publiek-private samenwerking. Jan Rijpstra is van mening dat private partijen - en vooral het kabinet - in financieel magere tijden juist moeten durven investeren in de sport. “Dat levert op lange termijn geld op”, zegt hij. “De portemonnee is nodig voor kwalitatief hoogwaardig bewegingsonderwijs. We willen allemaal graag dat onze kinderen goed leren bewegen en daarom moet de kwaliteit van lichamelijke opvoeding centraal staan, met toezicht van de onderwijsinspectie. Wat dat betreft is het Nationaal Onderwijs Akkoord een stap in de goede richting. Voor de KVLO is OCW daarom een belangrijk departement en vanwege de gereserveerde uitgaven in het regeerakkoord verwacht ik dat ze investeringen gaan doen en ik ben benieuwd naar de uitwerking. Verder hoop ik dat het kabinet nog duidelijker gaat aangeven: ‘Wij gaan investeren in de jeugd’. Dat is cruciaal.”

Johan Wakkie vindt dat ook sportverenigingen de verbinding moeten zoeken met het bedrijfsleven, maar niet in een klassiek sponsormodel. Wakkie zoekt zelf met zijn KNHB naar nieuwe wegen, onder meer bij de organisatie van het WK hockey 2014 in Den Haag: “Wij zijn rond het WK bijvoorbeeld bezig met het Westland. We willen gezonde lunchpakketten voor iedereen, met groente en fruit. Dat willen we zo inrichten dat we het na het WK ook door kunnen trekken bij de verenigingen. Dat is voor die bedrijven ook aantrekkelijk en het is een traject voor de langere termijn.”

Kansspelwetgeving
Naast de gemeenteraadsverkiezingen kijkt de georganiseerde sportwereld met argusogen naar de plannen van staats-secretaris Fred Teeven ten aanzien van de kansspelwetgeving. “De inkomsten van de Lotto lopen toch al terug, want de mensen kopen minder lootjes”, aldus Gerard Dielessen. “Als je dan ook nog eens het voorstel van Teeven bekijkt om online-aanbieders van kansspelen een kans te bieden op de Nederlandse markt, dan is de vraag hoeveel er nog overblijft van de inkomsten uit de Lotto voor de sport.”

De sport pleit er in Den Haag voor dat ook online-aanbieders een afdracht moeten doen die de sport ten goede komt. “Daar lobbyen wij voor”, zegt Dielessen. “Je ziet dat er nu online veel illegaal gegokt wordt en de overheid doet er in afwachting van de nieuwe wetgeving niets aan. Wij zijn voor reguleren, maar het wetsvoorstel dat er nu ligt, lijkt meer op liberalisering. Wij pleiten ervoor dat de onlineaanbieders ook een afdracht moeten doen aan de sport. Zij pakken een marktaandeel van de Lotto en dat zijn inkomsten die wij dan mislopen.”

Inhoudelijke grondslag
Voor Remco Boer is een heldere, inhoudelijke grondslag de essentie achter eventuele bezuinigingen. “Als er dan toch bezuinigd moet worden op sport, kan dat beter niet via een procentuele taakstelling gebeuren waarbij elke directie een aantal procenten van haar subsidies moet inleveren. Dat ‘kaasschaven’, zoals ik het noem, lijkt mij niet slim. Je kunt beter kijken op welke thema’s er nog ruimte is voor een efficiënter beleid. De NISB-directeur zou als eerste kijken naar de dossiers waarop nu onderbesteding is.

“Daar heeft niemand last van”, zegt Boer. “Een ander voorbeeld is de ecotaks, waarbij sportverenigingen en -stichtingen een deel van de betaalde energiebelasting terug kunnen krijgen van de overheid. Is dat nog wel zo relevant, vergeleken met andere begrotingsuitgaven op sportgebied? Verder denk ik dat er goed gekeken moet worden naar de toegevoegde waarde van rijkssubsidies op het topsportdossier. Zou je daar niet andere financiers voor kunnen inschakelen, uit het bedrijfsleven? Topsport richt zich op een selecte groep en heeft vanuit dat perspectief een lagere maatschappelijke relevantie, terwijl je als overheid moet redeneren vanuit de maatschappelijke impact en hoe je dit overeind kunt houden. Wanneer je die redenering doortrekt, heeft breedtesport voor veel burgers een enorme toegevoegde waarde. Voor topsport is dat twijfelachtiger. Maar ik ben heel terughoudend op dit gebied. Er zijn namelijk partnerorganisaties met hele goede dingen bezig op topsportgebied en die wil ik niet tegen het hoofd stoten. Het liefst wil ik namelijk helemaal geen bezuinigingen.”

Olympisch Plan
Koen Breedveld vraagt juist speciaal aandacht voor de topsport. “Ik hoop dat de minister in staat is geweest om het belang van sport te benadrukken bij haar kabinetscollega’s in de nieuwe Miljoenennota en ik hoop dat ze een paragraaf topsport heeft opgenomen. We moeten namelijk niet roepen dat topsport alleen maar geld kost, zoals vaak te horen in de discussie rond het Olympisch Plan. Met name de kleine en middelgrote topsportevenementen leveren ontzettend veel op en zijn een belangrijk middel om mensen te enthousiasmeren voor beweging.”

Hoewel de ambitie om de Olympische Spelen naar Nederland te halen in Den Haag vorig jaar is opgegeven, leeft het oorspronkelijke Olympisch Plan nog steeds. De ambitie om de sportparticipatie te verhogen en om Nederland ‘naar olympisch niveau te tillen’ is nog volop aanwezig in de sportwereld. En er is ook overheidsgeld beschikbaar voor (top)sportevenementen. “Er is een nieuwe subsidieregel waarin VWS geld beschikbaar stelt voor evenementen die maatschappelijk-economisch toegevoegde waarde hebben”, zegt Johan Wakkie. Onder meer het WK Hockey en het WK Roeien in 2014 profiteren van die regeling.

Taak voor de sport

De bevraagde beleidsmakers delen de opvatting eventuele bezuinigingen op sport niet logisch vinden. NISB-directeur Remco Boer wijst op de langetermijngevolgen van sportbezuinigingen uit het verleden. “We moeten beseffen dat datgene wat wordt wegbezuinigd, waarschijnlijk niet meer terugkomt. In krappe financiële tijden is er bezuinigd op zaken als schoolzwemmen en bewegingsonderwijs. Dat is later niet meer teruggekomen. Het kabinet moet daarom doordenken over de structurele consequenties van bezuinigingsmaatregelen.” Maar Boer benadrukt dat de sportwereld zelf ook een taak heeft om zich te prioriteren in het overheidsbeleid en haar brede maatschappelijke impact moet benadrukken via onder meer wetenschappelijk onderzoek.

“Bewezen maatschappelijke effectiviteit is cruciaal in de verdeling van rijksgelden en daarmee loopt sport achter op andere sectoren. En niet alleen voor de overheid is evidence-based werken belangrijk, ook voor gemeenten. Een college van B&W stelt dezelfde vragen als kabinetsleden, wanneer het gaat om de effectiviteit van sportinvesteringen. Het is dus niet alleen landelijk relevant, maar ook op lokaal niveau.”

Cees Vervoorn sluit zich aan bij die woorden. “Wij hebben als believers van nature het idee dat sporten goed is - en dus investeren in sport logisch is - en geloven vanzelfsprekend in het maatschappelijke nut van sport. Maar het is juist belangrijk voor de sport om ook die non-believers te overtuigen. Lang niet iedereen is namelijk overtuigd van het nut om te sporten. Ik denk dat wanneer het ons als UvA en HvA lukt om sportwetenschap op hoog niveau op de agenda te krijgen, er zeker wel wat mogelijk is. Maar het is een voorwaarde om op dit vlak krachten te bundelen en bewustheid te creëren. Daar ligt zeker een taak voor onszelf.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.