Dat steeds meer volwassenen met een laag inkomen gebruikmaken van financiële ondersteuning om te kunnen sporten, is op zichzelf goed nieuws. Met verschillende loketten, uiteenlopende regelingen en een verdeling van verantwoordelijkheden die niet altijd logisch voelt, is er tegelijkertijd nog volop verbetering mogelijk op dit terrein, concludeert het Mulier Instituut.
23 april 2026
Nieuws
Aan de basis van die constatering liggen drie samenhangende onderzoeken die het instituut uitvoerde. Het eerste bestaat uit vragenlijsten onder lokale beleidsmedewerkers sport, bestuurders van sportverenigingen en zwembadmanagers. Het tweede onderzoek is een interviewstudie onder intermediairs, de professionals die inwoners helpen bij het aanvragen van financiële ondersteuning. Het derde betreft een analyse van alle aanvragen die in 2024 zijn gedaan bij het Jeugdfonds en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur. Samen bieden die drie invalshoeken een breed beeld van hoe het lokale stelsel van sportregelingen functioneert.
"Voor jeugd is er in bijna alle gemeenten wel iets geregeld, in meer of mindere mate. Voor volwassenen is dat echt nieuwer"
Mirjam Stuij
Die opzet is bewust gekozen, legt onderzoeker Mirjam Stuij uit. “Er zijn veel verschillende partijen betrokken bij dit onderwerp, juist daarom is het interessant om vanuit meerdere perspectieven te kijken wat goed gaat en waar het schuurt.” De keuze om specifiek het Jeugdfonds en Volwassenenfonds te analyseren, heeft een praktische reden. “Andere regelingen zijn vaak lokaal georganiseerd en versnipperd. Het Jeugdfonds is actief in zo’n 200 gemeenten, het Volwassenenfonds in ongeveer 100. Dat geeft een stevige basis om landelijke patronen te analyseren.”
Uit alle drie de onderzoeken komt naar voren dat ondersteuning voor volwassenen duidelijk in opkomst is. Stuij: “We zien al een paar jaar achter elkaar dat er meer aandacht komt voor volwassenensport. Dat blijkt ook uit de vragenlijsten onder beleidsmedewerkers. Gemeenten geven aan dat ze regelingen willen opzetten of bestaande ondersteuning structureler willen maken.” Dat is een belangrijk verschil met jeugdbeleid, waar financiële ondersteuning inmiddels vrijwel overal is ingebed. “Voor jeugd is er in bijna alle gemeenten wel iets geregeld, in meer of mindere mate. Voor volwassenen is dat echt nieuwer en vooral in opkomst sinds het Nationaal Sportakkoord uit 2018.”
Die relatieve nieuwheid verklaart ook waarom de ondersteuning voor volwassenen minder goed is ingebed in het lokale systeem. Het Jeugdfonds bestaat al sinds eind jaren negentig en heeft zich in de loop der jaren stevig verankerd. Voor volwassenen ontbreekt die lange opbouw. Het gevolg is dat regelingen minder zichtbaar zijn en de toegang minder vanzelfsprekend. “Het hangt sterk af van de gemeente hoe een aanvraag verloopt. In de basis kijk je of iemand op basis van inkomen in aanmerking komt en vervolgens wat iemand wil doen. Maar de uitvoering verschilt: de ene gemeente betaalt direct aan de aanbieder, de andere werkt met vergoedingen achteraf of met een budget voor de aanvrager.”
"In meer dan de helft van de gemeenten ligt de verantwoordelijkheid voor sportregelingen bij een ander domein"
Mirjam Stuij
Juist die variatie maakt het voor gebruikers ingewikkeld, en niet alleen voor hen. Ook intermediairs, die inwoners helpen bij het aanvragen van ondersteuning, moeten hun weg vinden. “Uit de interviews blijkt dat zij over het algemeen positief zijn over het aanvraagproces, maar ervaring speelt een grote rol. Je moet weten waar je moet zijn en bij welk ‘potje’ je moet aankloppen. Als er meerdere regelingen naast elkaar bestaan, wordt dat al snel onoverzichtelijk.”
Die versnippering heeft alles te maken met de manier waarop beleid lokaal is georganiseerd. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van hun regelingen en maken daarin verschillende keuzes. Sport is daarbij lang niet altijd leidend. “In meer dan de helft van de gemeenten ligt de verantwoordelijkheid voor sportregelingen bij een ander domein, zoals armoedebeleid of het sociaal domein”, aldus Stuij. “Vanuit inkomensondersteuning is dat logisch, omdat het gaat om mensen die moeite hebben om rond te komen, maar vanuit sportdeelnameperspectief zou je wel meer betrokkenheid vanuit sport willen zien.”
Dat spanningsveld is volgens haar kenmerkend voor dit onderwerp. Aan de ene kant is er de wens om sportdeelname te stimuleren, aan de andere kant de behoefte om regelingen eenvoudig en overzichtelijk te houden voor inwoners. “Gemeenten hebben meerdere regelingen voor verschillende doelen. Voor inwoners betekent dat dat ze al die losse regelingen moeten aanvragen, maar dat is niet gemakkelijk, zeker omdat de informatie erover niet altijd goed te vinden en begrijpen is.” Als je de sport toegankelijker wil maken, helpt een apart, duidelijk herkenbaar ‘potje’ voor sport, al blijft de praktijk weerbarstig, geeft Stuij aan. “In een ideale wereld heb je dit soort regelingen helemaal niet nodig, omdat mensen voldoende inkomen hebben. Maar zover zijn we niet.”
Ondertussen zoeken gemeenten vooral naar manieren om de ondersteuning structureel te organiseren. Financiering is daarbij een terugkerend knelpunt. “De meeste regelingen worden betaald uit publieke middelen, via gemeenten die geld krijgen van het Rijk. Soms zijn er ook private fondsen of stichtingen betrokken, maar het grootste deel is publiek gefinancierd.” Hoeveel geld er precies nodig is om iedereen te bereiken die ondersteuning nodig heeft, is lastig te zeggen. “Dat verschilt per sport, per gemeente en per doelgroep. Daar is geen eenduidig bedrag aan te koppelen.”
De cijfers geven wel een indicatie van de omvang. Via het Jeugdfonds werd in 2024 in totaal 22,4 miljoen euro uitgekeerd voor sport en zwemles, goed voor zo’n 80.000 aanvragen. Bij volwassenen ging het om 3,1 miljoen euro voor sport en nog eens 180.000 euro voor zwemles. Tegelijkertijd stijgen de bedragen per aanvraag en dus wordt de druk op budgetten verder vergroot.
"Zorg dat regelingen duidelijk zijn en dat mensen geholpen worden bij het aanvragen"
Mirjam Stuij
Voor sportaanbieders zelf speelt nog een ander vraagstuk. Uit het onderzoek blijkt dat een derde van de verenigingen leden heeft die financiële steun nodig hebben, maar dat het organiseren daarvan niet altijd eenvoudig is. “Ongeveer de helft van de verenigingen die hiermee te maken heeft, ervaart belemmeringen. Dat zit vaak in administratie en afstemming met gemeenten of uitvoeringsorganisaties. Tegelijkertijd laat het onderzoek ook zien dat veel verenigingen zelf al stappen zetten, bijvoorbeeld door kleding of materialen beschikbaar te stellen, of door met leden in gesprek te gaan als ze vermoeden dat het betalen van de contributie een probleem is.”
Mirjam Stuij
De vraag is uiteindelijk wat gemeenten en beleidsmakers met deze inzichten kunnen doen. Volgens Stuij ligt de sleutel in zowel structuur als ondersteuning. “Op landelijk niveau kan het helpen als er meer zekerheid komt over structurele financiering en lokaal gaat het om overzicht en eenvoud: zorg dat regelingen duidelijk zijn en dat mensen geholpen worden bij het aanvragen. Die hulp kan bijvoorbeeld komen van buurtsportcoaches of sociaal werkers. Daarnaast zien we dat aanbieders behoefte hebben aan ondersteuning en kennisuitwisseling. Ook daar ligt een rol voor gemeenten.”
Deel dit bericht:
Door: Emilie Maclaine Pont
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.