11 september 2008
Nieuws
Gegevens
over sportbeoefening door gehandicapten in Nederland zijn zeer beperkt
beschikbaar. Om een gedegen nulmeting te hebben, heeft het Mulier Instituut in
opdracht van Gehandicaptensport Nederland daarom een onderzoek uitgevoerd naar
de sportdeelname van mensen met een handicap. Op 6 november aanstaande worden de
resultaten hiervan in het Rabobank Duisenberg Auditorium te Utrecht tijdens het
Nationaal Congres Sport en Handicap 2008 gepresenteerd…
Gegevens over sportbeoefening door gehandicapten in Nederland zijn
zeer beperkt beschikbaar. Om een gedegen nulmeting te hebben, heeft het Mulier
Instituut in opdracht van Gehandicaptensport Nederland daarom een onderzoek
uitgevoerd naar de sportdeelname van mensen met een handicap. Op 6 november
aanstaande worden de resultaten hiervan in het Rabobank Duisenberg Auditorium te
Utrecht tijdens het Nationaal Congres Sport en Handicap 2008 gepresenteerd.
Tot op heden is er weinig onderzoek gedaan naar het sport- en
beweeggedrag van gehandicapten. Hoewel er enkele deelonderzoeken zijn
uitgevoerd, stamt het laatste landelijke onderzoek uit 1983. De reden daarvan is
volgens Lilian van den Berg - coördinator bij Gehandicaptensport Nederland -
simpel. “Er is de afgelopen decennia weinig geld voor beschikbaar gesteld”,
vertelt zij. “Bovendien is dergelijk onderzoek erg complex, omdat het veel
verschillende subdoelgroepen betreft”.
Deze complexiteit wordt bevestigd
door Caroline van Lindert, senior onderzoeker en projectleider van het Mulier
Instituut. “Het bereiken van de gehele doelgroep is erg lastig”, zo legt zij
uit. “Het onderzoek dat wij hebben uitgevoerd is daarom eigenlijk een bouwwerk
aan deelonderzoeken geworden. Zo veel mogelijk verschillende handicaps zijn
hierdoor vertegenwoordigd.”
De eerste peiler waarop het bouwwerk steunt,
is een deel van het onderzoek dat in het najaar van 2007 is uitgevoerd door het
Sociaal Cultureel Planbureau. Middels een representatieve steekproef onder de
Nederlandse bevolking zijn zowel mensen met als zonder handicap bevraagd over
het gebruik van maatschappelijke en culturele voorzieningen, waaronder
sportvoorzieningen. In dit onderzoek werd echter niet naar eventuele
belemmeringen tijdens sportparticipatie gevraagd. Om dit te compenseren, zijn
via een meting onder het Nationaal Panel Chronisch Zieken en Gehandicapten
(NPCG) vragen over sportdeelname met een lichamelijke handicap of chronische
ziekte gesteld. Daarnaast hebben er telefonische enquetes plaatsgevonden onder
de vertegenwoordigers van verstandelijk gehandicapten en hun directe naasten uit
het Panel Samen Leven.
Omdat kinderen in deze drie onderzoeken een
relatief kleine groep vormden, heeft het Mulier Instituut tot slot zelf een
scholenonderzoek opgezet. Zo’n 285 gehandicapte kinderen in de leeftijd van vier
tot twaalf jaar - verspreid over vijftien basisscholen en middelbare scholen met
speciaal onderwijs - zijn ondervraagd over hun sportparticipatie. Ook de visie
van hun ouders en de schoolleiding werd in dit onderzoek meegenomen.
Hoewel de resultaten bewaard worden voor het Nationaal Congres Sport en
Handicap, laat Van Lindert doorschemeren dat de verwachtingen wat betreft de
uitkomsten van het onderzoek bevestigd kunnen worden. “De algemene tendens is
dat naarmate de handicap ernstiger is, de sportparticipatie afneemt. Door dit
onderzoek over een aantal jaar te herhalen, willen we bekijken of de stimulans
om te bewegen vanuit het huidige beleid heeft gewerkt.”
Voor meer
informatie over het congres: klik hier
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.