Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Gazetracker versnelt leerproces van de lo student en docent

Gazetracker versnelt leerproces van de LO-student en -docent

11 september 2025

Nieuws

door: Emilie Maclaine Pont | 11 september 2025

Waar kijkt een gymleraar eigenlijk naar tijdens de les? Ziet een ervaren docent meer of anders dan een beginnende ALO-student? En wat doen ze vervolgens met die waarnemingen? Het lijken vanzelfsprekende vragen, maar onderzoek laat zien dat ‘goed leren kijken’ helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Mariëtte van Maarseveen, onderzoeker bij het lectoraat Bewegen, School en Sport van Hogeschool Windesheim, houdt zich de afgelopen jaren intensief bezig met deze zogeheten perceptuele bekwaamheid. “Lesgeven is in hoge mate afhankelijk van wat je waarneemt. Maar dat proces is complexer dan vaak wordt gedacht.”

Van Maarseveen promoveerde eerder op een onderzoek naar kijkgedrag en keuzes in teamsport. Daarin stond de sporter centraal: welke informatie neemt een speler waar op het veld, en hoe vertaalt die zich naar een beslissing? Zij vertelt: “Dat onderzoek ging over situaties waarin een speler zich afvraagt: ga ik dribbelen, ga ik passen of schiet ik op doel? Toen ik na mijn promotie als docent-onderzoeker op de CALO aan de slag ging, dacht ik: eigenlijk is het voor leraren net zo’n vraagstuk. Waar kijken ze naar in de gymles? En vooral: wat doen ze met die informatie?”

“Het mooie van zo’n gazetracker is dat je letterlijk kunt terugzien waar iemand naar keek”

Die lijn trok ze door in haar huidige onderzoek. “Nu staat de docent centraal, niet de sporter. Het mechanisme is vergelijkbaar: je handelt op basis van wat je waarneemt. Bijvoorbeeld: grijp ik in? Geef ik een tip? Pas ik de oefening aan? Dat hele proces maakt een groot deel van het vak van de gymleraar uit.”

Verwarring in de turnles
XL30 - 1 (1) MedRes_Lect_BSS_240930_03Het onderzoek begon met een concrete praktijkervaring. Twee docenten LO moesten samen leerlingen beoordelen die turnoefeningen uitvoerden aan het eind van een lessenreeks. “Ze merkten dat hun beoordelingen sterk uiteenliepen, terwijl ze naar dezelfde leerling keken. Hun vraag was: zien wij iets anders? Of kijken we hetzelfde, maar leggen we andere accenten? Die vraag hebben we opgepakt als lectoraat en daaruit is dit hele onderzoek ontstaan.”

Met behulp van een gazetracker – een bril die precies volgt waar de ogen van de drager op gericht zijn – werd in kaart gebracht waar docenten en studenten naar keken tijdens gymlessen. Eerst gebeurde dat met videobeelden, later ook live in de lespraktijk. Van Maarseveen: “Het mooie van zo’n gazetracker is dat je letterlijk kunt terugzien waar iemand naar keek. Je ziet een videobeeld van de situatie met een rondje dat de blikrichting weergeeft. Dat maakt je als docent of student veel bewuster van je eigen kijkgedrag.”

Een breed palet aan deelnemers
Inmiddels zijn er meer dan 180 deelnemers betrokken bij het onderzoek: van eerstejaars ALO-studenten tot ervaren docenten met tien jaar of meer voor de klas, en zelfs gespecialiseerde turntrainers. De onderzoekers maten met de gazetracker niet alleen waar de deelnemers naar keken, maar vroegen ook welke interventies ze zouden doen. Denk aan: een tip of compliment geven, de trampoline verplaatsen of een leerling tot de orde roepen. Ook vulden deelnemers vragenlijsten in over hun visie op het vak en hun eigen vaardigheden. “Zo kregen we een rond beeld: niet alleen van het kijkgedrag, maar ook van het handelen en de achterliggende overtuigingen”, aldus Van Maarseveen.

"Het gaat niet alleen om de waarneming, maar ook om het handelen"

Ervaring maakt het verschil
Uit de resultaten komt een duidelijk verband naar voren: hoe meer ervaring een docent heeft, hoe groter het repertoire aan handelingen. Van Maarseveen: “Eerstejaarsstudenten grijpen weinig in. En als ze dat wel doen, is het vaak dezelfde soort interventie, zoals het herhalen van eenzelfde tip. Ervaren docenten hebben veel meer variatie. Zij kunnen kiezen: een verbale aanwijzing, een voorbeeld voordoen, het materiaal aanpassen of een extra uitdaging bieden. Daardoor zijn ze beter in staat maatwerk te leveren.”

Het opvallende is dat het kijkgedrag zelf – dus waar en hoe lang iemand kijkt – relatief weinig verschilt tussen beginners en ervaren docenten. Van Maarseveen: “Ze kijken gemiddeld even vaak naar de springende leerling, de wachtende rij of de trampoline. Het verschil zit niet zozeer in wát ze zien, maar in wat ze er vervolgens mee doen. Dat maakt perceptuele bekwaamheid zo interessant: het gaat niet alleen om de waarneming, maar ook om het handelen.”

Visie tegenover werkelijkheid
Een ander belangrijk inzicht is dat er soms een kloof bestaat tussen wat docenten zeggen belangrijk te vinden in de gymles en wat ze in de praktijk doen. “We hebben docenten die aangeven dat plezier in bewegen voor hen het belangrijkste is. Maar als je hun interventies analyseert, zie je dat die vooral gericht zijn op prestatieverbetering. En andersom: docenten die prestaties belangrijk zeggen te vinden, maar in hun handelen juist veel aandacht hebben voor sfeer en plezier. Dat zie je bij alle groepen: studenten, starters en ervaren docenten. Dat is merkwaardig en vraagt om vervolgonderzoek.”

“Waarom zouden we studenten niet eerder bewust maken van hun kijkgedrag?”

Behalve als onderzoeksinstrument blijkt de gazetracker een krachtige reflectietool. Studenten en docenten die hem gebruiken, zien letterlijk hun eigen blik terug. Van Maarseveen: “Een student zei: ik had helemaal niet door dat ik zo gefocust was op één leerling en veel minder op de andere leerlingen. Dat levert waardevolle bewustwording op. Bovendien kun je het beeldmateriaal samen met anderen bekijken en bespreken. Dat geeft een veel diepere reflectie dan alleen napraten.”

ALO-studenten nemen de gazetracker, na succesvolle pilots en het daarop volgende onderzoek, inmiddels regelmatig mee naar hun stage. Van Maarseveen: “Na een korte uitleg kunnen ze er meteen mee aan de slag. Je koppelt de bril eenvoudig aan je smartphone en binnen een halve minuut kun je opnemen. Studenten vinden het ontzettend leerzaam om hun eigen les letterlijk door hun eigen ogen terug te zien.”

XL30 - 1 (1) Tekst MarietteOnderzoekerLBSS4Naar meer aandacht in de opleidingen
Voor Van Maarseveen is een belangrijke opbrengst dat perceptuele bekwaamheid meer aandacht verdient in de lerarenopleidingen: “Het idee bestaat nog vaak dat je dit vanzelf leert door ervaring op te doen. Daarom krijgt het vaak relatief weinig aandacht in de opleiding. Met meer aandacht hiervoor kunnen studenten eerder een rijker repertoire aan interventies ontwikkelen. Waarom zouden we studenten niet eerder bewust maken van hun kijkgedrag? Waarom zouden we het proces niet versnellen? Dat is mijn missie: zorgen dat dit thema een stevigere plek krijgt in de ALO’s.”

Een suggestie is dat ook docenten op de ALO zelf de gazetracker inzetten. “Studenten geven aan dat ze het waardevol zouden vinden als opleiders laten zien hoe zíj kijken tijdens een les. Als best practice, dat ze door de ogen van een ervaren docent kunnen meekijken en toelichting krijgen op de keuzes die de docent heeft gemaakt. Dat maakt het vak leerzamer en transparanter.”

Toekomstplannen
Het onderzoeksproject ‘Het oog van de Meester’ is inmiddels afgerond, maar Van Maarseveen is nog lang niet klaar. Ze werkt aan nieuwe subsidieaanvragen om het onderzoek uit te breiden, onder meer richting het lesgeven in spelvormen: “Daarmee kom ik weer dichter bij mijn promotieonderzoek naar teamsport. Het idee blijft hetzelfde: de koppeling tussen kijken en handelen. Alleen de context verschilt.”

“Je wordt een betere docent als je je bewust bent van je blik en je handelingsrepertoire”

Op basis van haar bevindingen heeft Van Maarseveen een duidelijke boodschap: goed leren kijken moet een bewuste plek krijgen in de professionalisering van gymleraren. Van Maarseveen: “Neem de tijd om af en toe te reflecteren. Kijk samen met collega’s of studenten naar je eigen les. Bespreek waar je aandacht naartoe ging en waar niet. Dat levert nieuwe inzichten op, bevestigt wat er goed gaat en dat geeft vertrouwen, en levert soms ook aandachtspunten op. Je wordt een betere docent als je je bewust bent van je blik en je handelingsrepertoire.”

Voor wie nieuwsgierig is geworden, heeft Van Maarseveen ook een boodschap. “Ik sta altijd open voor docenten of opleidingen die de gazetracker willen uitproberen. Het is eenvoudig in gebruik, leerzaam en levert vaak verrassende inzichten op.”

Voor meer informatie, klik hier 

Wil je de gazetracker zelf eens uitproberen? Neem contact op met Mariëtte van Maarseveen via mjj.van.maarseveen@windesheim.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.