Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Géén hogere kans op sportblessures bij overgewicht

Géén hogere kans op sportblessures bij overgewicht

20 februari 2014

Nieuws

door: Lennart Bloemhof | 20 februari 2014

Nederlandse kinderen en jong volwassenen met overgewicht hebben geen hogere kans op sportblessures. Dat concluderen veiligheidsorganisatie VeiligheidNL en het Rotterdamse universitair medisch centrum Erasmus MC in een gezamenlijk onderzoek. Een team van zes wetenschappers lichtte een groep van bijna vierduizend sportende kinderen en jongeren tussen de 4 en 24 jaar door. De conclusie druist volgens de onderzoekers in tegen de heersende opinie waarbij wordt aangenomen dat overgewicht bij kinderen het risico op sportblessures verhoogt.

Ellen Kemler - onderzoeker bij VeiligheidNL - is een van de zes wetenschappers die het onderzoek uitvoerde. Aanleiding voor de doorlichting was de vele aandacht in de media voor de toename van sportblessures bij Nederlandse kinderen en de rol van overgewicht bij die blessures vanwege de veronderstelde verminderde motorische vaardigheden van die kinderen.

Twee stromingen
Nadat het onderzoeksthema werd vastgelegd door de onderzoekers - namelijk de relatie tussen overgewicht en sportblessures - spitte het team wetenschappelijke literatuur rond het onderwerp door. Daaruit bleken twee duidelijke stromingen rond het thema te leven in de sportmedische wetenschap. “Er is een groep die de relatie tussen sportblessures en overgewicht bij kinderen onderschrijft”, legt Kemler uit. “Maar er is ook een studie die heeft aangetoond dat bij kinderen met overgewicht en obesitas niet de Body Mass Index (BMI), maar de lichamelijke activiteit van het kind geassocieerd is met het risico op een sportblessure.”

Het onderzoek van VeiligheidNL en Erasmus MC onderschrijft de visie van die tweede stroming. De resultaten tonen dat sportende kinderen en jongeren met overgewicht geen hoger risico op het oplopen van een sportblessure hebben vergeleken met sportende kinderen en jongeren met een normaal gewicht. De onderzoekers hebben rekening gehouden met de mogelijkheid dat kinderen en jongeren met meer bewegingsuren (het totaal aantal uur sportbeoefening per jaar), relatief meer kans hebben een sportblessure op te lopen.

Verrassend
Kemler betitelt de resultaten van het onderzoek als verrassend. “Je gaat toch mee in de aannames uit de media als je aan het onderzoek begint, maar de veronderstelde relatie tussen overgewicht en sportblessures blijkt niet uit ons onderzoek.”

Het artikel met daarin het onderzoek is op 14 februari gepubliceerd in het internationaal gerenommeerde sportmedische vakblad Scandinavian Journal of Medicine and Science in Sports. Op de vraag of er op basis van het onderzoek ook internationale conclusies zijn te trekken over de relatie tussen overgewicht en sportblessures, antwoordt Kemler terughoudend. “Elk land heeft zijn eigen sportmanier. In Nederland sporten kinderen voornamelijk in verenigingsverband, terwijl kinderen in andere landen via school sporten onder supervisie van een gymleraar. Dat maakt het lastig om de resultaten te generaliseren.”

OBiN
De data voor het onderzoek zijn verkregen via Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN), een continu uitgevoerde enquête naar letsels door ongevallen en blessures. De cijfers zijn afkomstig uit de periode 2006 tot en met 2011.

Van alle 3846 respondenten kampte 14,7 procent met overgewicht. De respondenten die zijn gebruikt voor het onderzoek zijn representatief gemaakt voor de Nederlandse samenleving door deze via de zogenaamde ‘Rim-weighting’-methode in te delen in onder meer leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, werksituatie en leefregio. Bijna 15 procent van de onderzochte respondenten liep een sportblessure op.

Kemler over het gebruik van OBiN, dat wordt gefinancierd door het ministerie van VWS: “Het is een mooie, grote bron met veel respondenten. Het nadeel is alleen dat het retrospectief is. Informatie over kinderen tot 11 jaar wordt verkregen via het bellen van de ouders, kinderen tussen 12 en 14 jaar worden zelf gebeld en adolescenten tot en met 24 jaar vullen een online enquête in. Je vraagt dan terug in de tijd en dan kan er geheugenverlies optreden, waardoor je niet exact weet of de informatie klopt.”

Vervolgonderzoek
Kemler benadrukt dat er nog wel een aantal soortgelijke vragen rond het onderzoek hangen en dat er daarom voldoende aanleiding is om een vervolgonderzoek op te starten. Bijvoorbeeld of kinderen met overgewicht in bepaalde sporten juist wel weer blessuregevoeliger zijn, of dat kinderen die vanuit een niet-actieve leefstijl met overgewicht gaan sporten wel vatbaarder voor sportblessures zijn. Kemler: “Verder hebben we de intensiteit van bewegen ook niet kunnen meenemen. Daar moet nog naar gekeken worden. Een uur zwemmen is op het gebied van blessurerisico’s namelijk een wereld van verschil met een uur voetballen.”

Kemler wil in gesprek gaan met het Erasmus MC over een eventueel vervolgonderzoek. “Wat ik het liefste zou willen in een volgend onderzoek? Dat we een nulmeting verrichten en vervolgens starten met een cohortonderzoek, waarbij we een jaar lang een groep kinderen en jongeren monitoren. In die periode houden we allerlei zaken zoals gewicht en beweegintensiteit nauwlettend in de gaten.”

De onderzoekster hoopt dat de uitkomsten van het huidige onderzoek meehelpen aan het stimuleren van de beweegmotivatie bij kinderen en jongeren met overgewicht. “Het onderzoek kan er voor zorgen dat niet overal klakkeloos wordt overgenomen dat overgewicht een groter risico op sportblessures geeft. Die aanname helpt namelijk niet om de zogenaamde ‘couch potatoes’ aan het bewegen te krijgen. Het is natuurlijk belangrijk om het sporten rustig op te bouwen, maar uit ons onderzoek blijkt dat als je later eenmaal fysiek bezig bent het risico op een sportblessure niet hoger is.”

Voor meer informatie: www.veiligheid.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.