Brigitte Musters
2 april 2026
Willen sporten is één, kunnen sporten een tweede. Dat geldt zeker voor mensen met een beperking. De eind maart verschenen Sportdeelname Index (SDI) van Fonds Gehandicaptensport, NOC*NSF en onderzoeks- en adviesbureau Verian geeft inzicht in de motivatie en drempels van deze doelgroep. Monica van Harn, manager strategie en bestedingen van het Fonds Gehandicaptensport, licht toe waar de schoen wringt.
2 april 2026
Nieuws
Voor het onderzoek, dat sinds november 2021 voor de zevende keer is uitgevoerd, is de sport- en beweegdeelname van 1.501 respondenten met een beperking in de leeftijd van 5 tot 80 jaar met een lichte, matige en zware belemmering in kaart gebracht. De uitkomsten zijn vervolgens afgezet tegen het sport- en beweeggedrag van de gehele Nederlandse bevolking. Van de mensen met een matige of ernstige belemmering wil 43 procent sporten tegenover 34 procent bij mensen die geen of een lichte belemmering ervaren.
"We kunnen niet stimuleren dat de sportparticipatie stijgt, maar wel mensen inspireren, motiveren en helpen bij de warme begeleiding of de juiste randvoorwaarden"
Monica van Harn
“Motivatie alleen is dus niet voldoende om te sporten”, geeft Van Harn aan. “Vooral mensen met een ernstige beperking lopen vaker tegen praktische en fysieke obstakels aan. Denk bijvoorbeeld aan vermoeidheid, pijn tijdens het sporten, prikkelgevoeligheid of onzekerheid over welke sport geschikt is. Ook spelen financiële drempels een grotere rol. Hierdoor stoppen mensen met sporten of beginnen ze er niet eens aan, hoewel ze graag willen.”
Volgens Van Harn is er geen gebrek aan aanbod. “Het probleem is dat we er niet in slagen om mensen met een beperking warm naar de sportverenigingen of -ondernemers toe te leiden. Nu ontbreekt de samenhang in de warme begeleiding en de onderlinge overdracht vaak. De oplossing is dat in ieder geval de vakleerkracht, buurtsportcoach en ouders samenwerken om het betreffende kind bij een sportvereniging te introduceren. Vervolgens kan bijvoorbeeld de buurtsportcoach nauw in contact blijven met dit kind en de ouders, totdat het kind zich echt gesetteld heeft op de vereniging. Daarmee voorkom je dat het snel afhaakt omdat het zich niet op zijn gemak voelt, het niveau te hoog gegrepen is, of door een progressieve ziekte waardoor het niet meer meekomt. Nu is die warme toedracht er nog te weinig. Het gevolg is dat de uitvallers vaak nooit meer de stap over de drempel van een sportclub durven zetten, met alle fysieke en sociale gemiste kansen van dien.”
Het Fonds Gehandicaptensport zet zich al jaren in om de situatie van mensen met een beperking op sportgebied te verbeteren. Zo creëerde de stichting in 2021 Uniek Sporten Hulpmiddelen, een samenwerking met landelijke en lokale overheden van waaruit vaak kostbare hulpmiddelen worden verstrekt. Een elektrische rolstoel kost bijvoorbeeld zo’n 20.000 euro, terwijl je voor een handbike al gauw 13.000 euro neerlegt. Uniek Sporten Thuis is bedacht om ook vanuit huis te kunnen sporten, afgestemd op de betreffende beperking. Zo is er een samenwerking met Bartiméus (voor mensen met een visuele beperking) en met Duchenne Parents Project. Via het platform kan je thuis speciaal voor de specifieke doelgroep met een aandoening oefeningen doen. Met onderzoekers van de VU Amsterdam, de Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool InHolland ontwikkelde het fonds een wetenschappelijke blessurepreventietool om mensen met angst voor pijn bij het sporten op regelmatige basis te ondersteunen.
“Op die manier hopen we een deel van de barrières weg te nemen. We kunnen niet stimuleren dat de sportparticipatie stijgt, maar wel mensen inspireren, motiveren en helpen bij de warme begeleiding of de juiste randvoorwaarden. Met de SDI hopen we het bewustzijn van sportbonden, overheden en sportondernemers te vergroten. In feite is de uitkomst van alle SDI’s tot nu toe min of meer dezelfde: de wil is er, maar er zijn te veel obstakels om te (blijven) sporten.”
"De grootste uitdaging is onderlinge samenwerking"
Monica van Harn
Ook op financieel gebied valt er volgens Van Harn nog het nodige te verbeteren. “Dat gaat bijvoorbeeld om de financiering van de hulpmiddelen, die nu door ons, het ministerie van VWS en gemeenten gebeurt. Uiteindelijk willen we naar een bruikleenmodel. Dat sluit beter aan bij de doelgroep, die regelmatig te maken heeft met een progressieve ziekte en meer baat heeft bij steeds net iets andere hulpmiddelen dan jarenlang dezelfde.”
Van Harn ziet ook al goede dingen ontstaan. Zo komen vanuit het Sportakkoord tal van partijen, waaronder NOC*NSF, het ministerie van VWS, VSG, POS en MOS, samen om te bespreken hoe zij de doelgroep beter kunnen begeleiden. “We bekijken onder meer welke stappen iemand met een beperking moet zetten om blijvend te sporten bij een vereniging en wie wat doet op welke stap. De grootste uitdaging is als gezegd de onderlinge samenwerking. Als we scherper hebben wat ieders verantwoordelijkheid is en elkaar daarin meenemen, is de kans kleiner dat we de mensen onderweg verliezen. Het kost misschien even meer begeleiding en tijd, maar is wel de meest duurzame manier om iemand werkelijk te helpen.”
Deel dit bericht:
Door: Emilie Maclaine Pont
2 reacties
Brigitte Musters
2 april 2026
CKsZkFGGVouKkmgUZpm
2 april 2026
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.