Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Feiten en fabels over dopinggeduide geneesmiddelen

Feiten en fabels over dopinggeduide geneesmiddelen

1 november 2012

Nieuws

door: Leo Aquina | 1 november 2012

In de cursus ‘Dopinggeduide geneesmiddelen’ delen sportartsen kennis over dopinggeduide geneesmiddelen. De Stichting Opleidingen in de Sportgezondheidszorg (SOS) ontwikkelde de cursus als verdieping op de cursus ‘Antidoping’, een verplicht onderdeel in het curriculum van de sportartsen. Hoewel het onderwerp doping na het openbaar worden van het USADA-rapport over Lance Armstrong ruim in de belangstelling staat, ging de nieuwe cursus ‘Dopinggeduide geneesmiddelen’ op 2 november niet door vanwege onvoldoende animo. “Waarschijnlijk hebben we de cursus te laat op de agenda gezet”, aldus Carolien Kanne van SOS. “Maar het is een belangrijk onderwerp en we bieden de cursus in 2013 opnieuw aan.”

De cursus ‘Dopinggeduide geneesmiddelen’ is bedoeld voor sportartsen die in de praktijk tegen vragen aanlopen ten aanzien van het onderwerp doping. Net als de voor sportartsen-in-opleiding verplichte cursus Antidoping werkt de SOS bij de samenstelling van het programma samen met de Nederlandse Dopingautoriteit, de organisatie die in Nederland toeziet op de handhaving van en de voorlichting over de dopingregels. Tijdens de cursus zullen experts van de Nederlandse dopingautoriteit en sportartsen zoals Edwin Achterberg (Argos-Shimano Cycling Team) en Mineke Vegter (sportarts/clubarts PEC Zwolle) hun kennis delen door middel van lezingen en discussies.

Han Inklaar is als sportarts nauw betrokken bij de inhoud van de cursus. Vragen die aan de orde komen zijn: waarom staat een geneesmiddel op de dopinglijst? Hoe prestatiebevorderend zijn dopinggeduide geneesmiddelen? Waarom zijn ze verboden? Wie bepaalt dat? Kun je wel zonder doping de top halen in de topsport? Als eerste wil Inklaar de grootste fabel over dopinggeduide geneesmiddelen de wereld uit helpen: “Er bestaat een algemene indruk dat alle middelen van de WADA-dopinglijst prestatiebevorderend werken, maar er staan veel middelen op die lijst waarvan dat op geen enkele wijze is aangetoond.”

Voor de ‘zekerheid’ op dopinglijst
Dat roept de vraag op waarom die middelen op de lijst staan. Inklaar: “Vaak zijn die middelen op basis van een vermoeden op de lijst gekomen en dat vermoeden is weer gebaseerd op het feit dat zo’n middel regelmatig gebruikt wordt in bepaalde segmenten van de topsport. In veel gevallen wordt het middel eerst op de lijst gezet en pas daarna wordt er gedegen onderzoek gedaan.” Als voorbeelden noemt Inklaar anabole steroïden en amfetaminen. Anabole steroïden stonden al lang op de verboden lijst voordat door onderzoek vast kwam te staan dat het in bepaalde gevallen prestatiebevorderend of herstelbevorderend kon werken. Amfetaminen stonden al langer op de lijst toen vast kwam te staan dat het middel in een groot aantal gevallen juist contraproductief kon werken voor bepaalde sportprestaties.

Op de algemene vraag of doping daadwerkelijk prestatiebevorderend kan werken, bestaat geen eenduidig antwoord. Dat hangt vooral van het middel en van de sport af. Dat wielrenners harder gaan fietsen van epo lijdt volgens Inklaar geen twijfel. “Het vergroot het zuurstofopnemend vermogen, dat leidt tot een beter uithoudingsvermogen en dus tot betere prestaties. Dat is in de praktijk bewezen, maar het is ook op theoretische gronden te verklaren.” Op de vraag of het mogelijk is zonder doping aan de top te komen, antwoordt Inklaar diplomatiek: “Als niemand doping geduide middelen zou gebruiken, is dat mogelijk.”

Helder criterium
Hoewel doping helder te definiëren is, bestaat er voor sportartsen altijd een grijs gebied. Inklaar: “De definitie is simpel: alle middelen en methoden die op de dopinglijst van het WADA staan, zijn doping.” Er zijn echter middelen die (nog) niet op de WADA-dopinglijst staan omdat ze nieuw zijn en vaak nog niet te traceren. Inklaar wijst op de bredere verantwoordelijkheid van een sportarts. “Een sportarts dient de gezondheid van een sporter in brede zin: fysieke gezondheid, mentale gezondheid, sociale gezondheid. Als een sportarts weet dat een sporter middelen gebruikt die misschien nog niet op de lijst staan, maar mogelijk wel gezondheidsrisico’s met zich meebrengen, dan kan een sportarts geen verantwoordelijkheid nemen voor het gebruik van zo’n middel.”

De Stichting Opleidingen in de Sportgeneeskunde hoopt dat er in 2013 voldoende animo is voor de cursus ‘Dopinggeduide geneesmiddelen’.

Voor meer informatie over de Stichting Opleidingen in de Sportgeneeskunde: klik hier

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.