13 december 2012
Nieuws
Te weinig professionaliteit van het waterpolo in de hoofdklasse was een zorg voor de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB). Met het instellen van een licentiesysteem en het oprichten van de Waterpolo Federatie Nederland (WFN) willen de clubs en de bond daaraan werken. “De Waterpolofederatie is officieel een adviesraad van de KNZB”, vertelt Kees van Hardeveld, technisch directeur waterpolobij de zwembond. “Maar ze hebben wel een eigen mandaat. De waterpolofederatie beheert de marketingrechten van de hoofdklasse en de beker en ze bepalen hoe de competitie eruit komt te zien. De uitvoering blijft in handen van de KNZB.” Het is de bedoeling dat de WFN in januari officieel het levenslicht ziet.
“Anderhalf jaar geleden maakten we als bond een rondje langs de verenigingen”, aldus Van Hardeveld. “En er bleek ook daar behoefte om de praten over professionalisering op het hoogste niveau. Er ontstond een steeds groter gat tussen de aanpak bij de clubs en de programma’s van de nationale selecties. In de praktijk kwam het erop neer dat we met de nationale selecties negen of tien keer in de week trainden, terwijl er bij de clubs misschien drie of vier keer per week werd getraind. Als bond willen we met de nationale teams op Europees en wereldniveau meedoen en op clubniveau zag je dat met name de Nederlandse mannen zelfs Europees moesten afhaken. En als bond ben je toch afhankelijk van de basisopleiding bij de clubs en het uitstroomniveau van de clubspelers.”
Verschillende eisen
De KNZB stelde een licentiepakket voor met eisen waaraan hoofdklasseclubs moesten voldoen. Na veel overleg stemden de clubs daarmee in. Die eisen hebben bijvoorbeeld betrekking op gekwalificeerd kader; een hoofdklasseclub moet een coach hebben met opleidingsniveau 4 (in de Kwaliteitsstructuur Sport) en een jeugdcoach met minimaal niveau 3. Er moet een sluitende begroting zijn en een continuïteitsgarantie voor drie jaar. Er zijn ook eisen omtrent het trainingsprogramma. Een hoofdklasseclub moet minimaal zestien uur in de week trainen.
“Dat zijn harde eisen en het is voor de verenigingen ook een risico want als je niet aan de licentievoorwaarden kan voldoen, is het einde verhaal”, aldus Van Hardeveld. Het licentiesysteem noopte de clubs om na te denken over de professionalisering van hun eigen organisatie en zij staken daartoe de koppen bij elkaar. “In eerste instantie zijn de verenigingen met elkaar gaan praten om kennis, kunde en voorzieningen in georganiseerd verband te delen. De KNZB is al vroeg bij dat overleg betrokken en daarmee kreeg de waterpolofederatie vorm.”
De WFN krijgt de mogelijkheid om de competitie en het bekertoernooi te vermarkten, maar de uitvoering blijft in handen van de KNZB. “Het bondbureau heeft de faciliteiten in huis om de competitie te organiseren en dat zullen wij doen op basis van de eisen van de waterpolofederatie.”
Geld verdienen
Ligt er in deze vorm geen gevaar voor belangenconflicten tussen de bond en de WFN op de loer? “Als het gaat om de belangen van de clubs en de competitie tegenover die van de nationale ploeg, dan komen we daar in onderling overleg wel uit”, aldus Van Hardeveld. En wat gebeurt er als de WFN erin slaagt de competitie succes vol te vermarkten en er veel geld binnenkomt. Eist de bond dan ook zijn aandeel voor het organiseren van de competitie? “Als er geld wordt verdiend zou dat hartstikke mooi zijn. Dat geld is voor de WFN en de verenigingen. Met de nieuwe verdeling van de topsportgelden van NOC*NSF wordt het mannenwaterpolo niet langer gesubsidieerd. Dat hebben we natuurlijk al een beetje zien aankomen en we roepen al langer dat er daarom bij de clubs iets moet gebeuren. Als de clubs met de WFN meer geld ophalen, wordt het makkelijker om bij de clubs professionele programma’s te draaien en daardoor wordt het niveau van de Nederlandse top minder afhankelijk van de programma’s van de nationale selecties in Zeist.”
De WFN krijgt een bestuur van vijf tot zeven leden, waarin Kees Gielen (voorzitter van USZC waterpolo uit Utrecht) en Jack Weber (voorzitter van GZC Donk uit Gouda) een voortrekkersrol hebben. Professionele medewerkers heeft de WFN niet en er wordt op dit moment nog gesproken over de mogelijkheden om administratieve ondersteuning te krijgen vanuit de KNZB. De zwembond en de WFN hebben al een overeenkomst en de Waterpolo Federatie zal in januari het lidmaatschap van haar leden formaliseren. De licentievoorwaarden waaraan de verenigingen zich doormiddel van de WFN hebben gecommitteerd gaan in vanaf het seizoen 2013/2014.
Voor meer informatie: WFN op TwitterDeel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.