Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Expertiseteam professionaliseert visie op voeding in sportwereld

Expertiseteam professionaliseert visie op voeding in sportwereld

23 januari 2014

Nieuws

door: Lennart Bloemhof | 23 januari 2014

Het achtkoppige expertiseteam Sports and Excercise Nutrition van HAN Sport en Bewegen (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) onderzoekt inmiddels ruim een jaar in haar huidige samenstelling - samen met HAN-studenten - de diverse facetten van sportvoeding. Het team gebruikt daarbij nadrukkelijk haar ervaringen uit de sportpraktijk. Nick Iedema - lid van het expertiseteam en sportvoedingsdeskundige - ziet in diezelfde praktijk dat sport- en bewegings- deskundigen vaak weinig kennis hebben van voeding, terwijl sporters hen juist vaak als eerste raadplegen voor voedingadvies. Het expertiseteam wil studenten en bewegingsprofessionals afleveren op de arbeidsmarkt die wél die kennis over (sport)voeding in hun bagage hebben.

De expertise op het gebied van sportvoeding in Nederland zit op dit moment nog voornamelijk bij de diëtisten, legt Iedema uit, terwijl hij in het buitenland regelmatig collega-bewegingsprofessionals ontmoet die hem vertellen zich gekwalificeerd te hebben als sportvoedingsadviseur, zonder diëtist te zijn. Het kennisteam ziet dat als een bevestiging voor een prominentere plaats van sportvoeding in de opleiding van bewegingsprofessionals en als mogelijk nieuw werkveld voor bewegingsprofessionals.

“Wanneer een topsporter een topprestatie wil leveren is goede voeding namelijk onmisbaar”, zegt Iedema. De HAN-docent is naast zijn werkzaamheden bij HAN Sport en Bewegen onder andere als sportvoedingsadviseur verbonden aan het team Voeding van NOC*NSF.

Praktijkgericht
Alle leden van het Nijmeegse expertiseteam zijn werkzaam als voedingexperts in de sportpraktijk. Iedema en zijn collega’s gebruiken die praktijkervaringen in het dagelijkse reilen en zeilen bij de begeleiding van de studenten. Een van de speerpunten van het team van voedingexperts is het verder opzetten en uitbouwen van een praktijkgericht onderzoeksprogramma rond sportvoeding.

Iedema beschrijft een afgerond onderzoek als voorbeeld van de praktijkgerichte mindset van het team: “Voor de voorbereiding op de Spelen van Londen hebben we in 2012 een factsheet opgesteld voor staf en sporters van sportploegen hoe om te gaan met catering in hotels. Zij moeten tijdig afspraken maken met hotels zodat de sporters de benodigde voedingsstoffen binnenkrijgen in hotels, waar eten vaak via buffetten of à la carte wordt geserveerd. Het factsheet bevat tips en strategieën voor menuplanning, een productlijst in verschillende talen en een opzet van een menuplan.”

Het uiteindelijke hoofddoel van de experts is om het werkveld rond - en de perceptie op - sportvoeding te professionaliseren via het inbrengen van kennis in de praktijk door middel van onderzoek en het opleiden van studenten.

Misvattingen
Die professionalisering is nodig, want er bestaan nogal wat misvattingen over voeding in de sportwereld, aldus Iedema. Hij noemt een aantal diëten die ‘hot’ zijn in de sportwereld, maar waarvan de werking binnen de sport volgens hem twijfelachtig is. Zoals het paleodieet (gebaseerd op het veronderstelde dieet van jager-verzamelaars uit de prehistorie), sportvasten (een tiendaagse kuur, waarin het afbouwen van voeding gecombineerd wordt met sporten) en het eten van ‘superfoods’ (natuurlijke voedingsmiddelen met buitengewone gezondheidseigenschappen).

Iedema: “Ook is nu bijvoorbeeld de zogenaamde ‘voedselzandloper’ populair: een dieet dat allerlei reguliere voedingsmiddelen afwijst. Dat dieet is niet geschreven voor sporters, maar dat zien ze vaak zelf niet. Een sporter heeft toch echt koolhydraten nodig.”

Hij vervolgt: “Voedsel is iets waar iedereen tegenwoordig nou eenmaal een sterke mening over heeft en daar ook stellig bij blijft. Dat komt ook door de vele marketing die rond dergelijke diëten hangt. Tegenwoordig zijn bijvoorbeeld bosbessen populair. Maar zet daar eens een aardappel tegenover, en de aardappel wint het afgetekend op voedingswaarde. Wij kijken als expertiseteam wel naar ontwikkelingen in de praktijk, maar de wetenschap geeft ons richting.”

Sportspecifiek dieet
Wat dan wel het goede dieetadvies is? Dat hangt van de sport af, meent Iedema. Elke sporter heeft volgens hem voor zijn of haar specifieke topsportprestatie weer andere voedingsstoffen nodig. Een explosieve sporter zoals een 50 meter-zwemmer heeft andere behoeften op voedinggebied dan een wegwielrenner.

Goed analyseren van de prestatie die een sporter moet leveren, is daarom een van de belangrijkste werkzaamheden van het expertiseteam bij het bepalen van voedingadvies en die maatwerkgedachte is een relatieve nieuwe visie op voeding. “Vroeger werd meer een one-size-fits-all-systeem gehanteerd”, zegt Iedema. “Nu gaan we na die eerste analyse heel exact onderzoeken wat diegene dan op voedinggebied precies nodig heeft voor die prestatie.”

Het expertiseteam van Iedema adviseert geen sporters die over een kleine maand op de Winterspelen van Sotsji in actie komen. Iedema: “Wel is vanuit het expertteam van NOC*NSF Armand Bettonviel op dit moment betrokken bij de aankomende Winterspelen, als voedingadviseur van de TVM-schaatsers en shorttrackploeg”, zegt hij. “En ons HAN-team is betrokken geweest bij de ontwikkeling van een nieuw sportbrood dat het afgelopen half jaar is getest door de schaatsers van Team Corendon, met Europees kampioen allround Jan Blokhuijsen in de gelederen. Dit brood is straks in Sotsji onder de commerciële naam Sportsgrain voor alle olympische sporters beschikbaar.”

Voetbal als achterblijver
De moderne visie op sportvoeding is niet in elke sport even ver doorgedrongen. Met name voetbal is over de breedte genomen een opmerkelijke achterblijver. Iedema legt uit: “De cultuur, en met name de professionaliteit op voedingsgebied is anders in voetbal. Ik werk momenteel met de nationale dames- en herenhockeyteams en zij doen er echt alles voor en houden zich strikt aan de voorgeschreven diëten.

“Daar wordt het bijvoorbeeld ook niet getolereerd dat er na een gewonnen wedstrijd bier wordt gedronken. Dat zie je in het voetbal wel, zelfs op eredivisieniveau. Hoe dat komt, weet ik niet. Soms is het wat ouderwets. Maar ik weet wel dat er bij de grote clubs - zoals Ajax en FC Twente - wel goed op voeding wordt gelet. Binnen de voetbalwereld zijn er ook verschillen.”

Iedema heeft vier jaar als sportvoedingsadviseur bij eredivisieclub N.E.C. Nijmegen gewerkt. Met name in zijn eerste jaren merkte hij dat de voetballers hem wel eens met scepsis benaderden. “Ze vinden voedsel niet sexy”, verklaart hij over die houding. “Als je binnenkomt, denken ze: ‘Daar komt weer zo’n diëtist die zegt dat ik twee stukken fruit per dag moet eten’. We hebben daarom bedacht hoe we voeding juist wel sexy voor ze konden maken, door voeding te koppelen aan hun prestatievermogen.”

De voedingexpert ontwikkelde met de staf van N.E.C. verschillende voetbalspecifieke tests, zoals het meten van sprongkracht bij een spits of het uithoudingsvermogen van een middenvelder, en verbond dat aan voedsel om die eigenschappen te verbeteren. “We hebben die zaken op een testdag bij de spelers in kaart gebracht en vervolgens zijn we het gaan monitoren. Dat werkte.”

Praktijkervaringen
De bedachte methode bij N.E.C. is een voorbeeld van een ervaring uit de praktijk die Iedema deelt met het expertiseteam en zijn studenten. “Als je namelijk aan een sporter kunt tonen wat het nut is van sportvoeding, verhoog je de kans dat ze daadwerkelijk hun eetgedrag veranderen en ‘dieettrouw’ blijven. Dat is namelijk iets dat wel door topsporters gedeeld wordt. Ze willen altijd weten: Wat gaat het me kosten en wat levert het me op?”

Iedema ziet dat de sportpraktijk steeds vaker dergelijke vragen stelt en dat het voor de moderne beweegprofessional daarom ook belangrijk is om zoveel mogelijk aspecten van zijn vak te beheersen. Na een fysieke test zou hij of zij dan meteen een helder en goed onderbouwd voedingadvies kunnen geven, afgestemd op de gewenste prestatie van de sporter.

“Dat is trouwens ook een verschil tussen ons team en het beeld dat mensen hebben van de gemiddelde diëtist”, merkt Iedema op. “We voeren geen gesprek in een kamer, maar zoeken zoveel mogelijk het veld op of we gaan langs de badrand staan. We proberen zoveel mogelijk in de praktijk te zijn, zaken te analyseren en ook te kijken hoe sporters na het advies presteren.”

Die praktijkverbinding zal binnen HAN Sport en Bewegen in de toekomst alleen maar in belang groeien, voorspelt Iedema. “Daarmee word je onderwijs innovatief en creëer je kenniscirculatie”, zegt hij. Uiteindelijk wil het expertiseteam een zogenaamde kennisketen opzetten, waarin het als eerste schakel opereert en op haar beurt kennis overdraagt aan de studenten en professionals, die dat weer in de praktijk kunnen gebruiken en verspreiden.

Voor meer informatie: www.han-seneca.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.