6 juli 2023
Nieuws
door: Leo Aquina | 6 juli 2023
“Voor leefstijl in de zorg is een systeemverandering nodig”, zegt Hanneke Molema, die zich als wetenschappelijk adviseur bij TNO, programmamanager Coalitie Leefstijl in de Zorg en MT-lid van Lifestytle4Health dagelijks bezighoudt met de implementatie van leefstijlgeneeskunde. Dat was ook het thema van het congres ‘Van Zorg naar Bewegen’ dat op 27 juni werd georganiseerd door Kenniscentrum Sport & Bewegen. Deelnemers waren positief omdat er een brug werd geslagen tussen professionals in de zorg en in de beweegsector. Rob Vanwersch, programmamanager van het Beweeghuis in Maastricht-Heuvelland, vertelde hoe het Maastricht UMC+ daar al werk van maakt, maar er is nog een wereld te winnen. “Het zou mooi zijn als we in de toekomst dit soort congressen niet meer hoeven te organiseren, omdat bewegen een vanzelfsprekend onderdeel is van de zorg en zorgopleidingen”, zegt Kirsten de Klein, Manager team Beweeggedrag bij Kenniscentrum Sport & Bewegen.
Bewegen is op dit moment zeker nog geen vanzelfsprekend onderdeel van de zorg, al heeft de coronapandemie op dit punt wel voor meer bewustzijn gezorgd. Bewegen bleek als het ging om corona vaak een adequaat preventief middel om mensen uit de zorg te houden. Toch blijft de vraag naar bewijs voor de nut en noodzaak van bewegen in de zorg vaak boven de markt hangen, zo bleek ook op het congres. Kirsten de Klein:
“Toen een sportarts op een gegeven moment zei dat we allemaal weten wat bewegen kan bijdragen, riep dat toch vragen op. Is er wel voldoende bewijs om bewegen ook daadwerkelijk in behandelmethodes op te nemen? Het probleem van leefstijlgeneeskunde is dat je de effectiviteit niet op dezelfde manier kan toetsen als bijvoorbeeld medicijnen in een laboratorium. Dat vraagt om een andere manier van onderzoek doen. De Coalitie Leefstijl in de Zorg - een initiatief vanuit het Integraal Zorg Akkoord - gaat onder meer met de vraag aan de slag wat voor de inzet van leefstijl in de behandeling passend bewijs en passend onderzoek is.”
Beweeghuis Maastricht-Heuvelland
Toch is er al het nodige onderzoek dat het nut van bewegen in de zorg wel degelijk wetenschappelijk onderbouwt. Het Maastricht UMC+ is om die reden een paar jaar geleden begonnen met het Beweeghuis, een zorgtraject waarin specialisten van het UMC samenwerken met zowel huisartsen en fysiotherapeuten als beweegcoaches van het gemeentelijk sportbedrijf Maastricht Sport. “We weten dat iedere euro die je in sport en bewegen investeert de maatschappij meer dan twee euro oplevert”, verwijst Rob Vanwersch naar een onderzoek uit 2022 uitgevoerd door het Mulier Instituut en Rebel, in opdracht van Kenniscentrum Sport & Bewegen. Als programmamanager is hij verantwoordelijk voor het Beweeghuis. Met dat initiatief integreert het Maastricht UMC+ beweegtrajecten in de zorg. Huisartsen kunnen patiënten doorverwijzen naar een van de twee stadspoli’s in Maastricht, waar een medisch specialist van het Maastricht UMC+ de patiënt kan doorverwijzen naar een beweegcoach. Ook fysiotherapeuten die zijn aangesloten bij het Beweeghuis kunnen doorverwijzen voor beweegcoaching door Maastricht Sport. Het Beweeghuis zorgnetwerk streeft optimale afstemming tussen alle betrokken professionals in de beweegzorgketen na. Korte lijnen zijn daarbij cruciaal. Vanwersch:
“Het lijkt misschien een detail, maar dat de medisch specialist kan doorverwijzen naar een beweegcoach en dat de patiënt direct aan de balie een afspraak kan maken, is enorm effectief. Als je een patiënt een folder meegeeft met het advies eens contact op te nemen, gebeurt het toch minder snel. Wij hebben een opkomstpercentage van 98 procent voor de intake van de beweegcoach, daarvan gaat 92 procent ook daadwerkelijk een beweegtraject in. Na drie maanden is 85 procent nog altijd actief en na een jaar 75 procent. Dat zijn overtuigende cijfers.”
Verdienen aan ziekte
Het Beweeghuis in Maastricht-Heuvelland wordt vooralsnog gefinancierd door het ziekenhuis zelf en gemeentelijke geldstromen. Leefstijltrajecten worden nog niet vergoed door zorgverzekeraars. Vanwersch: “Wij hebben zelf het initiatief genomen omdat wij denken dat dit de goede weg is en we denken dat het geld nog wel een keer die kant op komt, omdat het systeem van nu gewoon niet houdbaar is.”
Ook Hanneke Molema (TNO) benadrukt de noodzaak van een systeemverandering. “We zien allerlei interventies die operaties voorkomen, medicatie afbouwen, ligduur verkorten in ziekenhuizen. De winst zit in minder, maar onze economie is gebouwd op meer. Hoe meer het ziekenhuis opereert, hoe meer een fysiotherapeut behandelt en hoe minder zij uitgeven aan preventie, hoe meer geld er wordt verdiend. Kortom, er wordt verdiend aan ziekte, niet aan gezondheid. Dat is het grootste probleem. Molema noemt een voorbeeld uit Afferden, waar huisartspraktijken met patiënten in gesprek gingen over leefstijl. “Door die andere manier van werken, nam het aantal doorverwijzingen naar het ziekenhuis af”, aldus Molema. “De pilot was zo succesvol, dat het ziekenhuis in de problemen kwam. Er kwamen te weinig patiënten en dat leverde regionaal een probleem op, dus de pilot is stopgezet. Iedereen weet dat gezonder bewegen en eten bijdraagt aan gezondheidswinst, maar deze kronkels in de organisatie, aansturing en financiering van het systeem zijn complex.”
Lange en korte adem
De door Molema en Vanwersch bepleitte systeemverandering is een weg van de lange adem. Dat neemt niet weg dat er op de korte termijn al heel veel gedaan kan worden en gedaan wordt als het gaat om de implementatie van leefstijl in de gezondheidszorg. “Dat begint met het gesprek aangaan”, aldus Molema. “Daarvoor moeten we over vooroordelen heenstappen. Een gesprek over overgewicht is niet gemakkelijk. Er bestaan allerlei bijscholingen voor zorgprofessionals om zo’n gesprek goed en waardig te voeren. Je vraagt om gedragsverandering bij een patiënt, maar daarvoor moet jij als zorgprofessional ook veranderen.” De Klein noemt in dat verband producten die Kenniscentrum Sport & Bewegen heeft ontwikkeld: “Naast de scholingen zijn er ook producten/hulpmiddelen beschikbaar die je als zorgprofessional gelijk in kunt zetten in de spreekkamer. Bijvoorbeeld de Beweegcirkel om het gesprek aan te gaan over bewegen, of video's om af te spelen in de wachtkamer.”
Als de zorgprofessional het gesprek met de patiënt voert, moet er vervolgens ook een handelingsperspectief worden geboden. Hoe en waar gaat die patiënt bijvoorbeeld een passend beweegtraject vinden. Het Beweeghuis in het Maastricht UMC+ werkt daarvoor samen met Maastricht Sport, maar de lijntjes tussen zorgprofessionals en de beweegsector zijn niet overal in het land zo kort. Huisartsen weten simpelweg niet wie de buurtsportcoaches zijn, of wat er binnen hun wijk allemaal mogelijk is als het gaat om bewegen.
“Een van de belangrijkste reacties die we op het congres kregen, was dat zorgprofessionals en mensen uit de beweegsector letterlijk blij waren elkaar te leren kennen”, aldus Kirsten de Klein. “Veel praktijkprofessionals kijken al snel naar onmogelijkheden binnen wet- en regelgeving, maar het is ook belangrijk om te laten zien wat er allemaal al wél kan als het gaat om leefstijl en met name bewegen in de zorg.”
Voor meer informatie: 'Van zorg naar bewegen: terugblik op geslaagd congres'
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.