In samenwerking met ZonMw presenteert Sport Knowhow XL een reeks interviews over projecten uit het programma MOOI in Beweging. Vandaag: ACT2ACT.
5 maart 2026
Nieuws
Twee op de vijf jonge kinderen beweegt te weinig en een op de vijf ervaart problemen bij hun motorische ontwikkeling. Om hier verandering in te brengen, bekijken en testen onderzoekers factoren die kunnen bijdragen aan systeemverandering, ook al liggen verleidingen als schermen overal op de loer. Sanne de Vries (lector aan De Haagse Hogeschool en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Leiden) leidt het project ACTive systems to ACTivate young children, kortweg ACT2ACT.
"We doelen met de naam zowel op het activeren van de betrokken spelers als de jonge kinderen", aldus De Vries. "Die spelers betreffen in eerste instantie de partijen die onder onze communities of practice in Haaglanden en Groningen vallen. Denk aan kinderopvang- en buurtcentra, scholen, buurtsportcoaches, gemeenten, GGD’s, sportaanbieders voor de doelgroep en ons als onderzoekers. Wij komen met enige regelmaat bij elkaar om te bekijken wat we al weten, wat het huidige aanbod is, wat er misgaat of beter kan en hoe we succesvolle interventies, good practices en nieuwe ideeën kunnen samenbrengen in een systeemaanpak.”
Sanne de Vries
Tot de doelgroep behoren dus jonge kinderen, in de leeftijd van drie tot zes jaar om precies te zijn. Zij, en vanzelfsprekend hun ouders, zijn eveneens belangrijke spelers in ACT2ACT. De Vries: “We hebben hen een activiteitenboekje meegegeven. Daarin schetsen ze hun thuissituatie: hoe ziet hun huis en eigen kamer eruit, is er een tuin en wat vinden ze leuk om binnen en buiten te doen? Ook maken ze foto’s. Beelden waarop een knuffelaapje staat, verwijzen naar iets dat ze leuk vinden. Daar voeren we vervolgens gesprekjes over. We laten de kinderen zoveel mogelijk zelf aan het woord. Met nu vijftig deelnemende kinderen is het geen grootschalig onderzoek, maar dat is ook niet ons doel. Kwaliteit vinden we in dit geval belangrijker dan kwantiteit. Zo krijgen we inzicht in de waarom- en hoe-wel-vraag?”
"Veel bewegen door jonge kinderen zou een sociale norm moeten worden"
Sanne de Vries
ACT2ACT zit nu ongeveer halverwege het driejarig traject, dat startte in november 2024 en eindigt in september 2027. “De eerste uitkomsten zijn daarmee ook duidelijk. Zo zien we dat er wel doelgroepspecifieke programma’s zijn, maar dat daarmee relatief weinig kinderen worden bereikt – of alleen degenen die toch al veel bewegen. Ze veranderen weinig aan de thuissituatie. Dat komt onder andere doordat er tussen alle domeinen waarin het kind zich bevindt, zoals opvang, school en de eigen wijk, weinig contact is als het om het stimuleren van het beweeggedrag van jonge kinderen gaat. Daar is dus veel winst te behalen.” Op dit moment is het team van betrokkenen bezig met de co-creatiefase. Het doel is om gezamenlijk te kijken hoe een betere systeemaanpak eruitziet.
“De som der delen levert meer op dan losse onderdelen", aldus De Vries. "Daarvoor kijken we naar de oorzaak achter de oorzaak waar het misgaat. Een voorbeeld kan zijn dat een gemeente er bij herstructurering of nieuwbouw voor kiest om parkeerplaatsen te realiseren in plaats van een speelplek. Daarmee is de drempel voor kinderen en hun ouders in de betreffende wijk om in beweging te komen hoger. Als we omgekeerd ontwerpen met een gezonde, beweegvriendelijke omgeving als uitgangspunt, kunnen we de drempels om in de eigen woonomgeving te spelen, fietsen, lopen en sporten voor jonge kinderen verlagen. Zien bewegen, doet bewegen, wat nog meer kinderen en ouders in de wijk stimuleert. Een ander voorbeeld is dat ouders weinig kennis hebben over het belang van bewegen van hun kinderen. Als wij hen relevante kennis en concrete handvatten kunnen geven en zij massaal bij kinderopvangcentra en scholen vragen in hoeverre er aandacht aan bewegen wordt besteed, zal een bestuur op enig moment waarschijnlijk wel een beweegvisie en vervolgens een beweegaanbod creëren en hun personeel faciliteren om zich hierin bij te scholen. Veel bewegen door jonge kinderen zou een sociale norm moeten worden, net als dat roken bijvoorbeeld nu steeds meer not done is, zeker niet in openbare gelegenheden. Het moet ergens beginnen; met onze aanpak hopen we een kettingreactie in gang te zetten en daarmee uiteindelijk een systeemverandering te realiseren.”
"We hebben niet de illusie dat we na drie jaar een heel systeem op de schop kunnen gooien"
Sanne de Vries
Tot komende zomer ontwikkelen de twee communities of practice een systeemaanpak met concrete acties, interventies en beleidsmaatregelen om deze daarna op lokaal niveau te testen en evalueren. De Vries: “We hebben niet de illusie dat we na drie jaar een heel systeem op de schop kunnen gooien. Zeker als het gaat om de buitenruimte duren verandertrajecten vaak lang. Maar als we iets hebben ontwikkeld waar ouders, kinderen en professionals uit onze communities of practice zichtbaar makkelijk mee uit de voeten kunnen, zodat actief zijn in het dagelijks leven de normaalste zaak van de wereld wordt, zijn we al heel blij.”
Tijdens een sessie op de avond van de Wetenschap & Maatschappij afgelopen oktober voerden de onderzoekers een gesprek over de vraag hoe de natuurlijke beweegdrang van jonge kinderen te stimuleren in een tijd waarin technologie en schermgebruik steeds vaker het speelgedrag bepalen. De Vries: “Ouders keken daarbij vooral naar zichzelf. Ze erkenden het belang van dit onderwerp en zagen dat zij vaak een slecht voorbeeld zijn. Natuurlijk is die erkenning nuttig. Tegelijkertijd zien we ook een belangrijke rol voor beleidsmakers, zowel op landelijk als gemeentelijk niveau. Zonder hun steun is een systeemverandering wel heel uitdagend. Wij, scholen, ouders, sportaanbieders, onderzoekers en andere relevante spelers, zullen deze beleidsmakers dus altijd moeten blijven opzoeken.”
Deel dit bericht:
Door: Emilie Maclaine Pont
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.