5 juni 2025
Nieuws
door: Emilie Maclaine Pont | 5 juni 2025
Urban hockey? Het is de naam van een hockeyvariant die al in 2015 ontstond, maar zelfs binnen de hockeywereld nauwelijks bekendheid geniet. 'Eerlijk gezegd, ik ben niet bekend met urban hockey', liet Jac Bressers, voorzitter van HC Rotterdam, desgevraagd weten. En Alexandra Oswald, voorzitter van de Amsterdamse hockeyclub AH&BC – de oudste en een van de grootste hockeyclubs van Nederland – meldde aan Sport Knowhow XL: 'Naar ons weten hebben wij nooit aan urban hockey gedaan.' Toch bestaat het wel. Op de website van hockeybond KNHB is een toolkit te vinden, compleet met lesprogramma, challenges en uitlegvideo’s. Het doel: meer kinderen kennis laten maken met hockey, los van een club. Hoe staat het er anno 2025 voor met deze hockeyvariant? We vragen het aan Boukje Smeets, die in 2015 samen met Gabrielle van Doorn aan de wieg stond van urban hockey.
Het idee ontstond in Arnhem. “Daar zag ik als vakleerkracht bewegingsonderwijs een flinke scheefgroei tussen jongens en meisjes in het hockeyaanbod”, vertelt Boukje Smeets. “Ik deed destijds de master Sport en Bewegen en onderzocht hoe je kinderen duurzaam kunt binden aan de hockeysport. Hockey is best complex: je hebt materialen nodig, je moet naar een club. Wat als we een vorm bedenken die wél in de tuin of speeltuin kan?”
Nieuw format
Mede geïnspireerd door 3x3 basketbal en gamification ontwikkelde ze samen met Gabrielle van Doorn van de KNHB een format met tricks, challenges, en miniwedstrijden op kleine veldjes. “Het moest stoerder, vrijer. Je eigen skillset ontwikkelen. Zelf oefenen, zelf battelen. Zonder scheenbeschermers, bitjes en scheidsrechters en met een lichtere stick en bal.”
Urban hockey is dus géén street sport in de klassieke zin. Je ziet geen jongeren op pleintjes hun eigen spelregels maken. Wel draait het om laagdrempelige hockeyvormen op schoolpleinen, in buurthuizen en op Cruyff Courts, vaak georganiseerd door buurtsportcoaches of de Hockey Foundation, een stichting die de sport toegankelijk wil maken voor een bredere doelgroep.
En het werkt, stelt Smeets. “We hebben echt kinderen bereikt die anders nooit met hockey in aanraking zouden zijn gekomen. In Amsterdam en Utrecht bijvoorbeeld, waar verenigingen als Noorderlicht en UNO een diverse aanwas zien uit de omliggende wijken en die ook de wijk intrekken om kinderen spelenderwijs te enthousiasmeren.”
Andere prioriteit
Cijfers over deelname zijn er niet. En het zijn vooral niet-clubgebonden organisaties die urban hockey oppakken. De KNHB biedt een toolkit, maar laat de uitvoering over aan gemeenten, buurtsportcoaches en maatschappelijke projecten. Dat verklaart mogelijk waarom hockeyclubs er nauwelijks iets mee doen. Een peiling per e-mail van Sport Knowhow XL langs hoofdklasseverenigingen levert - op de in de inleiding genoemde twee clubs na- geen respons op. Smeets snapt dat wel. “De prioriteit ligt bij het behouden van leden, zeker na corona. Urban hockey vraagt om andere inzet: samenwerken met gemeenten, de wijk in gaan. Hoofdklasseclubs hebben daar minder noodzaak toe.”
Toch is er ook kritiek. Hockey-insider Lutger Brenninkmeijer, die voor de KNHB onder meer opleidingen voor 'Technisch Coördinator' en 'Technisch Manager' ontwikkelde, noemt het initiatief 'niet goed doordacht' en stelt dat het – net als eerdere pogingen zoals uni- of streethockey – is blijven steken in de marge. Volgens hem sloeg het nergens aan, omdat het werd gelanceerd in wijken zonder enige binding met hockey.
Smeets reageert genuanceerd. “Dat was juist wél de bedoeling. Om kinderen voor wie dat niet vanzelfsprekend is kennis te laten maken met de hockeysport. En de vraag is: wat is succes? Meer leden? Of kinderen met plezier laten bewegen? Misschien was het geen commerciële hit, maar het heeft ons wél iets geleerd over sport, diversiteit en vernieuwing.”
Inspiratie
De droom van Gabrielle van Doorn – meer diversiteit dankzij urban hockey – is deels uitgekomen. “Er zijn nu clubs die een echte mix zijn geworden. En kinderen hebben kennisgemaakt met hockey op een manier die voor hen wél toegankelijk was”, aldus Smeets.
Zelf hoopte ze op een stoerder, innovatiever imago voor de sport. Is dat gelukt? “Gedeeltelijk. Hockeymerken presenteren hun producten anders. De uitingen zijn meer streetwise in plaats van elitair geworden.” Maar urban hockey als breed gedragen beweging? Nee. Daarvoor is de kloof tussen de georganiseerde sport en de urban cultuur misschien te groot. “Een bond kan geen échte urban sport bedenken”, erkent Smeets. “Het schuurt. Urban staat voor vrijheid, voor van onderaf. Dit kwam van boven. Maar het was wél bedoeld om jonge kinderen in beweging te krijgen en kennis te laten maken met hockey, bijvoorbeeld tijdens side events van een WK of een urban city die de gemeente Amsterdam tijdelijk opgezet heeft. Daarin zijn we geslaagd.”
Urban hockey als label verdwijnt wellicht. Maar het gedachtegoed leeft voort. In nieuwe vormen, zoals het concept Hockey 5s, waar flexibiliteit, skills en battles centraal staan. “Dat ontwikkelen we nu voor jongeren tussen de 16 en 24 jaar met de lessen van urban hockey in het achterhoofd. Tegelijkertijd denk ik dat we met urban hockey iets waardevols hebben gedaan. Dat er kinderen zijn gaan hockeyen voor wie de sport eerder een ver-van-mijn-bedshow was. En dat de sport daarmee ook diverser is geworden.”
Voor meer informatie over urban hockey op de KNHB-site klik hier. Bekijk ook een documentaire uit 2021 met Boukje Smeets en Gabrielle van Doorn of een algemeen filmpje over urban hockey.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.