5 april 2012
Nieuws
door: Leo Aquina | 5 april 2012
Vorige week werd bondscoach Edwin Benne van de Nederlandse volleybalmannen geconfronteerd met zeven spelers die afzegden voor Oranje. Nederland staat 35ste op de wereldranglijst. Wat is er aan de hand met het Nederlandse volleybal, dat nog niet eens zo lang geleden tot de wereldtop behoorde? Sport Knowhow XL ging te rade bij twee mannen die een groot aandeel hadden in de vroegere successen: Joop Alberda en Toon Gerbrands. Wat moet er gebeuren om het tij te keren? “De bond moet simpelweg Joop Alberda terughalen.”, zegt Gerbrands stellig. Alberda wuift die suggestie weg: “Heel aardig van Toon, maar dat is niet aan de orde.”
De twee oud-bondscoaches zijn nog altijd zeer begaan met het wel en wee van de nationale volleybalploeg en zij maken zich grote zorgen. “Dit werpt de sport in één klap tien jaar terug”, zegt Gerbrands. ‘Als je al die jongens die bedanken bij elkaar zet, heb je een topteam’, liet Edwin Benne vorige week optekenen in het Algemeen Dagblad. Daar zijn Gerbrands en Alberda het niet mee eens: “Als dat zo was, hadden ze in de afgelopen jaren wel beter gepresteerd”, aldus Gerbrands. “Talent is meer dan een bal binnen de lijnen slaan. Je moet doorzetten, presteren onder druk, op de beslissende momenten in vorm zijn, noem maar op. Aanleg voor de sport is eigenlijk niet meer dan beginnersgeluk. Dan begint het pas. De mentale aspecten zijn in de topsport uiteindelijk doorslaggevend.” Alberda legt de volleybalploeg langs de as tussen kunnen en willen. “Als je vraagt of deze spelers de wereldtop kunnen halen moet je kijken welke prijzen ze in de kast hebben staan om dat te bewijzen… Als je vraagt of deze spelers de wereldtop willen halen, is het antwoord in ieder geval nee. Deze jongens hebben allemaal hun eigen redenen om af te zeggen en die argumenten zijn even valide als invalide. Het draait om de vraag: wil je wel of wil je niet? Dan kun je niet zeggen, nu even niet maar misschien volgend jaar weer.”
Het afglijden van het Nederlands volleybalteam op de wereldranglijst heeft volgens Gerbrands en Alberda zeker niet alleen met de spelers te maken. zegt Gerbrands: “Er is een gebrek een visie bij de bond.” De oud-bondcoaches zijn het er over eens dat het vrijwillig afzeggen voor de World League funest is geweest. “Dat is een soort vrijwillige degradatie. Moet je voorstellen dat we ons met AZ hebben gekwalificeerd voor de Champions League en dat we vervolgens zeggen: we doen toch maar niet mee”, aldus Gerbrands, die tegenwoordig algemeen directeur is van de Alkmaarse voetbalclub. Alberda zorgde er zelf in een korte periode als technisch directeur van de NeVoBo voor dat de mannen weer in de World League mochten spelen. Dat de bond na zijn vertrek in 2009 besloot het team vrijwillig daaruit terug te trekken, noemt hij een blunder met verregaande consequenties. Alberda: “De NeVoBo deed dat omdat ze verwachtten dat de generatie van dat moment niet goed genoeg zou zijn. Daarmee velden ze al een vonnis voordat het talent de kans had gekregen zich te ontplooien. De andere reden was financieel, maar ook daarbij kun je vraagtekens zetten. De afzegging kwam in oktober en het toernooi was pas in mei. Als je op voorhand verwacht dat je in een periode van acht of negen maanden geen sponsors bij elkaar kan krijgen, zegt dat heel veel.”
Door het afzeggen voor de World League is het perspectief voor de spelers verminderd en dat is weer een reden voor spelers om af te zeggen. “Als de volleybalploeg naar de Olympische Spelen zou gaan, was er echt niet één speler geweest die niet mee had gewild. Dan hadden ze in de rij gestaan, want iedereen wil bij een team horen als het goed gaat”, aldus Alberda. “Het is eigenlijk een nieuw fenomeen van de laatste jaren dat spelers afzeggen voor een nationale selectie, dat maakte je vroeger niet mee. Maar het heeft geen zin om te praten over patatgeneraties. Je zult je topsportorganisatie moeten aanpassen aan de eisen van de nieuwe tijd en loyaliteit heet tegenwoordig win-win. Het is de taak van de leidinggevenden om de sport weer zo in te richten dat de spelers graag voor de nationale ploeg uitkomen. Spelers worden er beter van als zij in de zomer met de nationale ploeg op het hoogste niveau tegen bijvoorbeeld Brazilië en de Verenigde Staten spelen. Dat krikt hun marktwaarde omhoog bij de clubs. Tegen een dergelijk zomerprogramma kan een speler moeilijk nee zeggen. Hij kan in plaats daarvan wel rondjes gaan rennen op een atletiekbaan om zijn conditie op peil te houden, maar daar is nog nooit een balsporter beter van geworden.”
Gerbrands vergelijkt de huidige spelers wel met de gouden generatie volleyballers uit de jaren negentig. “De huidige generatie kan wel zeuren over de faciliteiten, maar dat is een kulargument. Wat later het Bankrasmodel is gaan heten, was eigenlijk helemaal geen model. Er was geen structuur. Die jongens hadden een idee in hun hoofd en ze waren gedreven, maar ze moesten alles zelf regelen, trainingspakken, ballen. Natuurlijk kun je de bond op dit moment van alles verwijten, maar je bent als topsporter verantwoordelijk voor je eigen prestatie. Je moet als sporter de strijd aangaan en er is één ding dat je nooit en dat is stoppen met spelen. Als je niet bereid bent er alles voor opzij te zetten, is er geen sprake van topsport maar van lifestyle. Dan vind je andere dingen kennelijk belangrijker.”
De zeven spelers die Oranje vaarwel zegden, vonden andere dingen kennelijk belangrijker. Alberda en Gerbrands zijn het er dan ook over eens dat zij niet meer hoeven terug te komen. “Als Edwin Benne de deur op een kier had gezet voor deze jongens, was het een soort politieke gedoogconstructie geworden. Dan kun je de tent maar beter meteen helemaal sluiten”, aldus Alberda. Beide oud-bondscoaches denken dat het afscheid van de zeven spelers één groot voordeel heeft: de bond kan het gebruiken voor een algehele verversing. Fris bloed, nieuwe spelers en als het aan Gerbrands ligt, ook een nieuw bondsbestuur. Over dat laatste laat Alberda zich niet uit, maar voor een nieuwe generatie Nederlandse volleyballers ziet hij voldoende kansen: “Als je 35ste staat op de wereldranglijst heb je alleen een redelijke spelverdeler met een behoorlijke diagonaal nodig om tien tot vijftien plaatsen te kunnen stijgen.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.