Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
De sportvereniging als pedagogische voedingsbodem

De sportvereniging als pedagogische voedingsbodem

19 juli 2012

Nieuws

door: Fleur de Bruijn | 19 juli 2012

Wat is de rol van de sportvereniging bij de opvoeding van een kind? Dat is een van de vragen die werd gesteld in een onderzoek naar het opvoed- en opgroeiklimaat in Nederland. Wat blijkt: sportverenigingen hebben een hele belangrijke rol. Maar gemeenten zien dat niet altijd voldoende.

Onderzoeksbureau DSP-groep deed in opdracht van ZonMw - de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie - onderzoek naar het opvoed- en opgroeiklimaat in vijftien uiteenlopende buurten in Nederland. De vijftien gemeenten zijn niet willekeurig geselecteerd; ze zijn in demografisch opzicht verdeeld en er is bovendien  gezocht naar een goed evenwicht in de sociaaleconomische status van de buurten. Tijdens het kwalitatief onderzoek werd aan de gemeenten gevraagd welke actoren een belangrijke rol spelen tijdens het opgroeien van kinderen. Aan gemeenten, ouders en jeugd zelf werd gevraagd wie in de omgeving – naast ouders - een belangrijke rol speelt tijdens de opvoeding.

Gedeelde verantwoordelijkheid
“Natuurlijk spelen ouders de meest centrale rol”, aldus Paul Duijvestijn, senior onderzoek bij DSP-groep. Hij is als projectleider en aanvoerder van het Team Sport bij dit project betrokken. Het onderzoek maakt deel uit van het ZonMw-programma Vrijwillige inzet voor en door jeugd en gezin, dat versterking van de zogeheten pedagogische civil society als doel heeft. “Onder pedagogische civil society wordt de gemeenschappelijke activiteiten van burgers rondom het grootbrengen van kinderen verstaan”, aldus Duijvestijn. “In een goed functionerende pedagogische civil society bestaat er bij burgers de bereidheid om in de eigen sociale netwerken en in het publieke domein de verantwoordelijkheid rond het opgroeien en opvoeden van kinderen te delen.”

Volgens de onderzoeker wordt er een steeds groter beroep gedaan op de gespecialiseerde zorg, het ‘topje van de piramide’. Daar kan iets tegen ondernomen worden. “Het verstevigen van de onderkant van de piramide zorgt ervoor dat kinderen minder snel bij het topje aankomen”, aldus Duijvestijn. De onderzoeker en zijn team stelden vast dat er naast ouders en familieleden vijf belangrijke actoren zijn die een rol spelen bij de opvoeding van het kind: gemeenten, jongerenwerk, school en kinderopvang, sport- en zelforganisaties (scala aan religieuze organisaties, migrantenorganisaties en buurtverenigingen).

Meer winst te behalen bij sportverenigingen
Een belangrijke pedagogische rol is dus weggelegd voor ‘the usual suspects’. Het was daarom voor Duijvestijn een verrassing om te merken dat op gemeentelijk niveau vaak vooral wordt ingestoken op nieuwe projecten gericht op het versterken van opvoeding en ouderbetrokkenheid. Als voorbeelden noemt Duijvestijn een wandelgroep voor moeders en een opvoedcafé. Dit terwijl er doorgaans meer winst te behalen valt bij de reeds bestaande actoren zoals sportverenigingen. “Waaraan voorbij wordt gegaan is dat bijvoorbeeld de sportvereniging een plek is waar kinderen al veel tijd doorbrengen, waar ouders mee in verbinding staan en die een groot bereik heeft”, aldus Duijvestijn. “Bovendien is sport leuk om te doen en vormt het daarmee een prachtig aanknopingspunt voor een krachtige pedagogische boodschap.” Volgens de onderzoeker is het bereik van nieuwe projecten daarentegen beperkt. “Als het je lukt om de plaatsen waar kinderen en ouders toch al vaak komen tien procent pedagogischer te maken, maak je veel meer massa.”

Het is hem niet helemaal duidelijk wat de reden is dat gemeenten meer aandacht besteden aan nieuwe projecten dan aan het verstevigen van het pedagogische klimaat van bijvoorbeeld sportverenigingen. “Misschien is het sexier. Ik denk wel dat gemeenten ergens het vermoeden hebben dat er winst te behalen valt bij de bestaande actoren, maar dat ze niet goed weten hoe er handen en voeten aan te geven.”

Factsheets met praktijkvoorbeelden
Die handen en voeten verstrekt DSP nu gratis in de vorm van vijf losse factsheets met praktijkvoorbeelden, ideeën, tips en handvatten. Er is een factsheet over iedere actor (gemeente, sport, school en kinderopvang, jongerenwerk en zelforganisatie) en samen vormen ze een geheel. “We hebben gekeken naar goede voorbeelden en die hebben we gebundeld. En als je al die goede voorbeelden onder elkaar zet dan is er veel mogelijk. Er gebeurt veel goeds, maar het moet beter verspreid worden”, aldus Duijvestijn. Een goed voorbeeld noemt hij de pedagogische begeleider waar sportclubs in de Rotterdamse wijk IJsselmonde gebruik van kunnen maken. Deze is aangesteld door de gemeente om het pedagogische beleid van de verenigingen vorm te geven en aan te sturen.

“Ik erken dat een aantal sportverenigingen zelfs al moeite heeft om het hoofd boven water te houden, laat staan dat ze zich ook nog eens bezig moet houden met de opvoedkundige taak. Maar het hoeft niet per se alleen maar energie te kosten. Als het opvoedklimaat binnen een vereniging goed is, dan heeft dat invloed op de sfeer en de uitstraling van de club naar buiten. Het tonen van je maatschappelijke gezicht is bovendien interessant voor sponsors en subsidiegevers”, zegt Duijvestijn. Maar eerst moeten de basisvoorzieningen van sportverenigingen dus op orde zijn en daar kan de gemeente wat de onderzoeker betreft een rol in spelen. Hiervoor moet de focus van de gemeenten dus minder gericht zijn op het ontwikkelen en organiseren van nieuwe projecten en meer op de bestaande faciliteiten.

Duidelijke lijn afspreken
“Een pedagogisch klimaat creëren klinkt natuurlijk ontzettend lastig, maar dat hoeft het helemaal niet te zijn. Spreek met elkaar af wat je als club wilt uitstralen en welke opvoedkundige waarden en boodschappen je wilt overbrengen; als de ene trainer zegt dat respect hoog in het vaandel staat en de volgende roept schop hem neer, dan is er geen duidelijke lijn.”

In de ideale situatie die Duijvestijn voor ogen heeft - in het geval van sportverenigingen -wordt er binnen alle clubs een pedagogische visie geformuleerd. Deze visie wordt verenigingsbreed uitgedragen, zodat het voor iedereen, kinderen en ouders, duidelijk is wat er van hen verwacht wordt. Desnoods met hulp van een externe expert die door de gemeente wordt gefaciliteerd. “Met zo’n pedagogische visie kun je ook de jeugdparticipatie verhogen en ouders een belangrijke rol geven. Op het moment dat kinderen en ouders dichter bij de club komen te staan, is het effect van het pedagogisch beleid groter.”

Voor de ‘factsheet sport’ klik hier. Voor meer informatie, waaronder links naar de overige factsheets: klik hier

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.