Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
De opvolger van jacques rogge gaat tropenjaren tegemoet

"De opvolger van Jacques Rogge gaat tropenjaren tegemoet"

21 mei 2013

Nieuws

door: Lennart Bloemhof | 21 mei 2013

Hij had zijn werkende leven rustig als orthopedisch chirurg kunnen afsluiten, met nog zes jaar tot zijn pensioen. Toch koos Jacques Rogge (71) er in 2001 voor om voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) te worden. Nu - twaalf jaar later en ruim de pensioengerechtigde leeftijd gepasseerd - zwaait hij af; op 10 september 2013 kiest de internationale sportkoepel in Buenos Aires tijdens het IOC-congres een nieuwe voorzitter. In een terugblik op het voorzitterschap van Jacques Rogge spreekt Sport Knowhow XL met twee Vlamingen die hem persoonlijk kennen: zijn biograaf Hans Vandeweghe en sportprofessional Jos Verschueren.

Een bescheiden, maar harde werker. Pragmatisch ingesteld. Niet denken, maar doen. Nuchter. Het zijn de karakterkenmerken die Rogge typeren als IOC-voorzitter, bevestigt Hans Vandeweghe. In 2008 schreef hij een geautoriseerde biografie over Rogge. Vandeweghe behoort tot een select groepje journalisten dat direct toegang heeft tot een van de machtigste figuren in de sportwereld.

De sportauteur en -columnist voor De Standaard onderhoudt al ruim twintig jaar een vriendschap met zijn landgenoot. “Dat stamt uit onze gezamenlijke tijd bij het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC), begin jaren negentig”, legt Vandeweghe uit. “Hij was toen voorzitter en ik werkte onder hem als directeur communicatie. Vervolgens ontstond er een conflict bij de bond, ging hij weg en koos ik zijn kant.”

Stroppendrager
Sindsdien onderhouden de twee een vriendschapsband. Maar net zo belangrijk voor die band, volgens Vandeweghe, is hun gedeelde afkomst. Het zijn allebei Stroppendragers: geboren en getogen Gentenaren.
 
In de op twee na grootste stad van België studeerde Rogge geneeskunde, ontmoette er zijn vrouw en werkte in een Gents ziekenhuis als orthopedisch chirurg. Daarnaast was de Vlaming een fervent sporter. Eind jaren zestig richtte hij Gent Rugby FC op. Als rugbyer werd Rogge tien keer geselecteerd voor het Belgisch nationale team. De teamsport combineerde hij met een carrière als solozeiler. In de Finnklasse representeerde hij België op drie Olympische Spelen (1968, 1972, 1976).

Na zijn sportcarrière bleven de Spelen en het sportcircuit Rogge boeien, en hij startte zijn sportbestuurderscarrière in 1976 als chef de mission van België op de Winterspelen in Innsbruck. Rogge leidde nog vier olympische missies van de Belgische equipe, tot en met de Spelen van Seoel in 1988. Daarna werd hij voorzitter van het BOIC.

In 1989 stapte Rogge als sportbestuurder over de Belgische grens, toen hij werd gekozen als voorzitter van de vereniging Europese Olympische Comités (EOC). Sinds 1991 is hij IOC-lid en breidde zijn werkzaamheden in die organisatie gestaag uit om in 1998 een plaats in het uitvoerend comité te verwerven, als laatste opstap naar de hoogste positie van het IOC: het voorzitterschap.

Rust zelve
Of Rogge is veranderd, gedurende zijn carrière als sportbestuurder? Vandeweghe vindt van wel. “Vroeger was hij zeer uitgespro- ken, soms zelfs met een ondiplo- matisch harde mening. Dat heeft hij afgeleerd. Zo zei hij kort voor de Spelen van Sydney in 2000 dat het goed zou zijn voor België, als het land geen medailles pakte. Dan zou tenminste iets veran- deren. Sinds 2001 laat hij dergelijke uitspraken achterwege. Onder vier ogen wil zijn mening nog wel eens terugkomen, maar hij weet altijd heel goed met wie hij praat.”

Volgens de sportcolumnist is Rogge te allen tijde de rust zelve. “Misschien is dat gespeeld”, zegt Vandeweghe, “maar dan is hij een hele goede acteur. Zijn naaste medewerkers zullen nooit een schreeuw van hem krijgen. In interviews kun je hem pikeren, maar dat is het maximum aan emotie dat je krijgt. ‘We zijn het eens, dat we het oneens zijn’, zegt hij dan. Rogge is altijd in control, maar wel een controlfreak die opvallend goed kan delegeren.”

Griekse opluchting, Chinese frustratie
In zijn voorzitterschaptermijn maakte Rogge drie Zomerspelen (Athene 2004, Peking 2008 en Londen 2012) en drie Winterspelen (Salt Lake City 2002, Turijn 2006 en Vancouver 2010) mee. Vandeweghe denkt dat de Spelen in Athene voor hem de meest speciale waren.

“Die hebben hem eigenlijk gered”, legt hij uit. “Het toekennen van de Spelen aan Griekenland was een gok en Rogge was vanaf het begin verantwoordelijk. Als dat fout was gegaan, had hij dat keihard teruggekregen op zijn bord in de jaren daarna. Het liep goed en dat was voor hem een zucht van verlichting. Dat heeft hij mij ook wel eens gezegd.”

Het waren de Olympische Spelen waar hem de teugels uit handen werden genomen, zoals de Spelen in Peking, waar hij minder tevreden op terugkijkt, meent Vandeweghe. “Hij moest toen de macht aan de Chinezen geven en hij weet nu nog steeds niet hoeveel die Spelen exact kostten. Dat frustreerde hem. Maar echt slechte Spelen of schandalen zijn er onder Rogge niet geweest.”

Smetje
Smetje op zijn blazoen, voornamelijk voor Rogge zelf denkt Vandeweghe, is dat hij het wurgcontract tussen het IOC en het Amerikaanse Olympisch Comité (USOC) niet volledig kon oplossen. Op basis van een langlopend contract, dat inging in 1996, ontvangt het USOC 20 procent van de wereldwijde IOC-sponsorinkomsten en ruim 12 procent van Amerikaanse tv-deals rondom de Spelen. Het USOC ontvangt door dat contract verreweg het meeste IOC-geld in vergelijking met andere nationale olympische comités.

Vandeweghe: “Rogge klaagde daar al over toen hij EOC-voorzitter was. Daar heeft hij als IOC-voorzitter weinig aan kunnen veranderen.” Het contract zorgde voor een patstelling tussen beide organisaties, waardoor Amerikaanse kandidaat-steden nagenoeg kansloos waren om de Spelen binnen te halen en het IOC elke vier jaar de geldkraan gedwongen openzette voor de Amerikanen. Wel naderden beide partijen elkaar de afgelopen jaren tot een compromis. “Maar hij ziet het contract als een schande”, zegt Vandeweghe.

Mister Clean
Het is rechtvaardigheid die bij de Belg hoog in het vaandel staat. Bij het IOC kwam Rogge binnen als ‘Mister Clean’. Die naam kreeg hij vanwege zijn sterke ageren tegen doping en corruptie. In zijn eerste jaren als voorzitter onderstreepte hij die bijnaam door hogere straffen en nultolerantie voor dopingzondaars aan te kondigen, naast het instellen van onaangekondigde dopingcontroles.

In zijn strijd tegen corruptie verbood Rogge IOC-leden onder andere om af te reizen naar kandidaat-steden voor Olympische Spelen, volgend op de schandalen rond de toewijzing van de Winterspelen van 2002 aan Salt Lake City. In de toewijzingsprocedure waren IOC-leden omgekocht door de stad.

Verder poogt Rogge actief de groeiende kloof tussen arm en rijk in de wereld te dichten. Gedurende zijn IOC-voorzitterschap besteedde hij een significant deel van de financiële slagkracht van het IOC aan onder meer beweegprojecten in Afrika en bezocht tijdens zijn termijn veel ontwikkelingslanden.

Jos Verschueren werkte begin jaren negentig op de communicatieafdeling van het BOIC en ontmoette Rogge op het kantoor van de Belgische sportkoepel. Na een korte samenwerkingsperiode besloot Verschueren om sportmanagementopleidingen te gaan organiseren. In de daaropvolgende jaren kwam beide heren elkaar regelmatig tegen in de sportwereld.

Rogge was de eerste gastspreker van Verschueren, in 1998. Momenteel is hij directeur Sportmanagement aan de Vrije Universiteit Brussel, maar heeft nog altijd contact met Rogge. “Wanneer we elkaar tegenkomen, weet hij altijd perfect wie ik ben. Dat vind ik heel knap voor iemand die minimaal veertig mensen per dag spreekt.”

“Dokter Rogge”, zoals Verschueren hem consequent noemt, is volgens de sportexpert altijd attent naar zijn kennissen. “Wanneer je in zijn werkkamer bent ligt er gegarandeerd een folder van de opleiding of een boek van een docent van ons op zijn bureau.” Wel verwacht hij van zijn gesprekspartners hetzelfde. Hij schetst drie criteria waar iemand aan moet voldoen, op bezoek bij de IOC-voorzitter.
  
“Allereerst: wees op tijd. Stap anders niet binnen. Ten tweede moet je je boodschap aan de hand van de voorkant van één A4’tje kunnen uitleggen, anders is je tijd om. Als laatste moet je er voor zorgen dat je bij een presentatie maximaal vijf slides met vijf bullets hebt, of je verliest zijn interesse. Beknoptheid en helderheid zijn erg belangrijk voor hem.”

Sportmanager avant la lettre
De sportmanagementexpert kijkt enthousiast terug op het IOC-voorzitterschap van zijn landgenoot. “Hij was eigenlijk een sportmanager moderne stijl, avant la lettre. Hij verzamelde een persoonlijk kabinet van vier à vijf personen om zich heen die veel werk voor hem deden.”

Een van die stille steunpilaren van Rogge is zijn persoonlijke assistente, Yasmine Braeckevelt. Een ander is inmiddels opgeklommen tot algemeen directeur van het IOC, Christophe de Kepper. “Die werken achter de schermen erg hard”, zegt Verschueren, “met Rogge als het gezicht vóór de schermen. Je moet weten dat het Yasmine en Christophe zijn, anders zie je ze eerder voor beveiligers aan.”

Verschueren legt uit dat het delegeren van taken, opzetten van expertteams en aanstellen van meerdere directeuren, waar Rogge zich sterk voor maakte als IOC-voorzitter, passen in de filosofie van een moderne bedrijfsvoering. Als voorbeeld noemt hij de aanstelling van De Kepper als algemeen directeur in 2011.

“Verder is hij met gevoelige zaken - zoals de mensenrechten in China - kundig omgegaan. Dat heeft hij niet verdoezeld, maar ik weet dat hij achter de schermen flink zijn mening verkondigde. Dat is typisch voor een groot bedrijf. Je merkt dat de organisatie nu steeds meer gerund wordt als een sportmultinational.” Een groot verschil, volgens Verschueren, met het IOC onder Rogge zijn voorganger Juan Antonio Samaranch.

“Dokter Rogge heeft baanbrekend werk verricht in een uiterst gevoelige sector, in een oubollige organisatie. Ik zou hem absoluut het diploma van helikopterpiloot geven voor zijn organisatieoverzicht. Je kunt het vergelijken met zijn eigen sportverleden. Als rugbyer was hij niet vies van een tackle, maar hij rondde als zeiler handig om lastige boeien heen.”

Professionalisering
Hans Vandeweghe kan zich vinden in die gedachte. “De sportwereld is veel zakelijker geworden en Rogge heeft het IOC in die ontwikkeling meegenomen. Hij heeft de macht van individuele IOC-leden rustig ingeperkt en die overgedragen aan professionals. De administratie is verbeterd en de organisatie is geprofessionali- seerd.”

Representatief voor die professionalisering is Rogge's, dat zijn opvolger elke maand een loonstrookje krijgt. Zelf ontving hij tijdens zijn voorzitterschap geen salaris voor zijn werkzaamheden.

Vandeweghe: “Hij vindt het belangrijk dat de IOC-voorzitter fulltime aanwezig is en daar salaris voor krijgt. In eerste instantie had hij dat in 2001 al opgenomen in zijn verkiezingsprogramma. Op advies van Samaranch haalde hij dat eruit. Dan zou het lijken alsof hij voor het geld voorzitter wilde worden. Die tijd is nu voorbij.”

Geen gedoodverfde opvolger
Door diezelfde Samaranch werd Rogge in de jaren negentig klaargestoomd voor het IOC-voorzitterschap. De Spanjaard was volgens Vandeweghe verguld met de intelligente Belg die vloeiend Nederlands, Duits, Engels, Frans of Spaans sprak. Hij zag hem als ideale opvolger.

In de huidige IOC-voorzittersverkiezing is er geen gedoodverfde opvolger voor Rogge. Begin mei was het de Duitse advocaat Thomas Bach (59) die zich als eerste officieel kandidaat stelde voor het voorzitterschap.

Vandeweghe denkt niet dat Bach de kansrijkste is om de IOC-voorzittershamer vanaf september te hanteren. “Ik gok op Richard Carrión”, zegt hij. “Hij is een zakelijk talent en dat wordt er tegenwoordig gevraagd, als je ruim 7 miljard dollar per olympische cyclus moet beheren.” Carrión is een 60-jarige bankier uit Puerto Rico en sinds 1990 IOC-lid.

Tropenjaren
De sportjournalist verwacht niet dat er na Rogge ooit nog een Belg tot voorzitter van het IOC wordt verkozen. “Wij zijn het enige land dat in de historie van het IOC al twee voorzitters afleverde.” Tussen 1926 en 1942 was Henri de Baillet-Latour voorzitter van de organisatie. Wel een zekerheid, is dat de opvolger van Rogge tropenjaren tegemoet gaat als hoofd van het IOC.

“Rogge heeft er ruim tien jaar gezeten, maar is twintig jaar ouder geworden”, analyseert Vandeweghe. “Op een normale werkdag vertrekt hij ‘s ochtends vroeg van huis met een doos volgepakt met plastic tassen, waarin documenten zitten. Dan stapt hij achterin een Mercedes-minibusje. Zo komt hij in de avond weer terug bij zijn vrouw, waarna hij in de avond weer documenten gaat doorlezen. Hij is continu bezig.

“En vergeet niet dat hij één maand voor de aanslagen op 11 september 2001 binnenkwam”, vervolgt Vandeweghe. “Toen bezocht hij allerlei sponsoren met een privévliegtuig omdat lijndiensten niet vlogen. Hij heeft in een economisch moeilijke tijd de sponsoring van het IOC overeind gehouden.”

Doorzetter van adel
Het toont het doorzettingsvermogen van de Vlaming; een eigenschap die als een rode draad door zijn leven loopt. Als hij iets wil, gaat hij er ook vol voor, bevestigt Vandeweghe. De Belg herinnert dat Rogge al in 1998 begon met campagnevoeren voor het voorzitterschap. “Toen vloog hij een keer in anderhalve dag op en neer naar Bangkok, alleen om handen te schudden voor Aziatische steun.”

Vroeg in zijn voorzitterschap profileerde Rogge zich als een voorzitter die het belang van de sporters wilde dienen. Om dat te benadrukken verkoos hij daarom tijdens zijn eerste Spelen, in Salt Lake City, het olympisch dorp als slaapplek boven een luxe hotel. Dergelijke acties kenmerkten Rogge als pragmatisch sportbestuurder.

In binnen- en buitenland ontving hij daarvoor erkenning. De Belgische koning nam Rogge in 1993 op in de Belgische adelstand als Ridder. In 2003 werd die titel opgekrikt naar Graaf. In Nederland werd Rogge in november 2012 door minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau.

Terugkijkend, betitelt Vandenweghe het voorzitterschap van Rogge als succesvol. Toch plaatst de columnist zijn landgenoot niet bovenaan de ranglijst van de acht voorzitters die het IOC tot op heden kent. “Historisch gezien staat daar Pierre de Coubertin. Hij was een elitaire droomdenker uit het begin van de twintigste eeuw, maar stond aan de basis van de moderne Spelen. Op nummer twee komt Samaranch. Hij zette de commercialisering in gang met tv- en sponsordeals, ook al kleeft er corruptie aan hem. Daarna volgt Rogge.”

Jos Verschueren denkt dat de erfenis van Jacques Rogge, voor welke opvolger dan ook, een zware is. “Hij geeft niet één fakkel door, maar een hele bak. Hij heeft niet alleen op sportief terrein veel bereikt, maar bewerkstelligde ook zaken op economisch, sociaal en commercieel gebied.”

Verschueren beschouwt Rogge als beste voorzitter die het IOC ooit had. “Hij is een ongelooflijk interessant overgangsfiguur - en dat bedoel ik met respect - tussen de oude politieke sportcultuur bij het IOC onder Samaranch en zijn voorgangers naar de transparantere, sociale en moderne sportcultuur vanaf 2001 en verder.”

Nederlands tintje
Voor één van zijn laatste publieke optredens als IOC-voorzitter, bezoekt Rogge in juli de opening van het European Youth Olympic Festival (EYOF) in Utrecht. “Jeugdsport is echt zijn baby”, zegt Verschueren. “De Olympische Jeugdspelen die hij opzette zijn een voorbeeld van de manier waarop hij de olympische gedachte promootte.”

Daarnaast onderhoudt Rogge een goede band met Nederland en kan hij het goed vinden met voormalig IOC-lid Willem-Alexander. Verschueren legt uit dat Willem-Alexander een grote rol speelde in de verkiezing van Rogge als IOC-voorzitter, toen de toenmalig kroonprins zich via een brief beklaagde over de vermeende corruptie van Rogge's Koreaanse tegenkandidaat, Kim Un-Yong.

Zowel Vandeweghe als Verschueren denken dat Rogge graag een Nederlander terugziet op de zetel die vrijkomt, nu Willem-Alexander als koning zijn lidmaatschap van het IOC heeft opgezegd.

Beide bevestigen ook dat de voorzitter daar slechts in de wandelgangen invloed uit op kan oefenen, vanwege het coöptatiesysteem dat het IOC hanteert voor ledenverkiezingen: de IOC-leden bepalen zelf wie de lege stoelen naast hen opvullen. “Maar Rogge is nooit een tegenstander geweest van coöptatie”, zegt Vandeweghe over het kiessysteem. “Sterker, hij vindt het een goed systeem.”

IOC als spiegel van de wereld
Wel heeft Rogge volgens Vandeweghe altijd gepoogd om de verschillende continenten evenredig vertegenwoordigd in het IOC-ledenbestand te krijgen. “Vroeger was het IOC echt een Europees feestje. Aan Rogge's aanstellingen kun je zien dat hij die wereldwijde representatie nastreeft met nieuwe leden uit landen als Djibouti, Namibië en Colombia.”

Verder stimuleerde Rogge gelijke continentenrepresentatie door een regel af te schaffen, waarbij (oud)-organisatielanden van Olympische Spelen automatisch recht kregen op twee IOC-leden. Zo kwam er meer ruimte voor diversiteit in het IOC-ledenbestand.

Terug naar Vlaanderen
Privé prefereert Rogge stilte en rust. Wel benadrukt Vandeweghe dat de timide Rogge sociaal is aangelegd en houdt van een grap. Ook een pint bier op zijn tijd schuwt de Vlaming niet, vertelt Vandeweghe. “Maar rode wijn drinkt hij niet, daar krijgt hij vlekken van”, lacht hij. Daarnaast staat Rogge bekend als liefhebber van geschiedenisboeken en moderne kunst.

De stilte, rust, boeken en kunst zoekt Rogge over een klein half jaar in België. De scheidend voorzitter verkondigde na zijn termijn terug te keren naar zijn geboorteland. Terug naar zijn geliefde Vlaanderen, waar zijn zoon en dochter wonen. Om eindelijk te genieten van zijn uitgestelde pensioen.


'De erfenis van IOC-preses Rogge' | Interview Mart Smeets met Jacques Rogge voor de NOS, 28 april 2013

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.