12 februari 2015
Nieuws
door: Marc Hoeben | 12 februari 2015
Tjerk Bogtstra (48) maakte een lange reis door de tenniswereld, voordat hij neerstreek in Doorn en met vriend en collega Tom Kempers een academie begon in het opleiden van toptalent. De tenniscoach begeleidde in het verleden toppers als Jan Siemerink, Martin Verkerk en Raemon Sluiter en was in een succesvolle periode (2001-2006) verantwoordelijk voor het presteren van de landenploeg in het Davis Cup-toernooi. Al die ervaringen en zijn visie op de Nederlandse tenniscultuur en het opleiden van talent zijn nu in boekvorm terug te lezen in ‘Wie durft? Spagaat van een tenniscoach.’
Hij wordt nog geregeld gevraagd voor het alom bekende radioprogramma Langs de Lijn, als panellid voor het bediscussiëren van de meest uiteenlopende onderwerpen. Vaak genoeg treft hij er de vermaarde basketbalcoach Ton Boot, die hem dan plaagt met een essentiële vraag. “Waarom komen er internationaal geen Nederlandse tennistoppers meer door?” stelt Bogtstra zelf de vraag. “Telkens komt Boot daarop terug, het is een vraag die ik heel vaak moet beantwoorden en die heel lastig is om te beantwoorden.”
Ouders vaak remmende factor
Het lukte en lukt Bogtstra nooit in een paar zinnen een passende verklaring te geven. “Daarom is het zo nuttig dat dit boek er is gekomen. Het is de laatste vier jaar al in mijn hoofd ontstaan. Ik stip in ‘Wie durft?’ verschillende dingen aan. Je kunt je afvragen of het Nederlandse sportklimaat goed genoeg is, ouders vormen vaak een remmende factor, het schoolsysteem is nauwelijks ingericht op internationaal jeugdtennis. Zelfs onze zogeheten topsportscholen - de vroegere LOOT-scholen - vormen geen oplossing. Willen onze kinderen, net als in het buitenland, alle toernooien aflopen, dan kom je al snel op zoiets als online scholing uit.”
Zijn boek werd op 10 februari bij het ABN AMRO World Tennis Tournament in Ahoy’ gepresenteerd. De uitgave van Pharos is een coproductie met Volkskrant-journalist Robert Missèt. “Je bent in gesprek met een schrijver, ik had een aantal hoofdstukken al duidelijk voor ogen. Ik vertel eerst meer wat ik zelf heb meegemaakt. In die ervaringen komt eigenlijk alles wat nu nog speelt in het Nederlandse tennis terug. Wat dat betreft is er nauwelijks wat veranderd.”
Een misvatting helpt Bogtstra in elk geval van het begin tot het einde uit de wereld. Tennis is niet de wereld van het snelle en grote geld. “Mensen kijken naar het prijzengeld van Grand Slam-toernooien en weten gewoon niet hoe het is voor die lagen daaronder. Bij een beginnende prof draait het om de vraag: waar kies je voor? Het is de onzekerste keuze die je kunt maken. Je moet verschrikkelijk veel investeren, zonder de garantie er iets voor terug te krijgen. Echt, je kiest voor een bestaan van armoede.”
In dat toch al wankele bestaan kunnen persoonlijke gebeurtenissen grote invloed uitoefenen op het wel of niet slagen, luidt de boodschap in het eerste deel van het boek. Bogtstra is openhartig over de vroege dood van zijn moeder, zijn moeizame verwerking daarvan en de relaties met vroegere pupillen als Jan Siemerink, Martin Verkerk en Raemon Sluiter.
200 cappuccino’s en 100 tosti’s
“Er is enorm veel tijd in het boek gaan zitten. Achteraf denk je dan, ha, ik had er nooit aan moeten beginnen. Ik maak wat dat betreft een opmerking met een knipoog, over tweehonderd cappuccino’s en honderd tosti’s die Robert en ik hebben genuttigd. Van vorig jaar maart tot nu zijn we er mee bezig geweest. Het doel was om mijn ervaringen te delen en mijn visie op de Nederlandse tenniscultuur en opleiding weer te geven. Het is een redelijk openhartig verhaal geworden. Maar soms, bij het herschrijven, heb ik er toch namen uitgehaald. Ik denk niet dat ik sommige mensen hiermee boos maak. Ik ben eerlijk geweest, heb geprobeerd uit te leggen wat ik als coach heb geleerd en welk gevoel er achter mijn beslissingen zat.”
Bogtstra is niet te beroerd om fouten toe te geven. “Neem mijn samenwerking met Martin Verkerk. De beslissing om met hem in zee te gaan, was eigenlijk te emotioneel.” Tot zijn schrik trof Bogtstra met Verkerk, in 2003 nog finalist op Roland Garros, een veel te zware en depressieve speler aan. “Ik beging met hem de fout op basis van een mondelinge afspraak te werken. Dat is ook wel heel erg de tenniswereld en dat zie ik in de toekomst niet snel veranderen. Je moet als coach risico’s durven nemen.”
Boek ook voor managers leerzaam
De titel ‘Wie durft?’ slaat op alle betrokken partijen, geeft Bogtstra aan. Coaches, spelers, ouders, sponsors, tennisbond. “De titel was eerst ‘De spagaat van een tenniscoach.’ Dat is de subtitel geworden. We vonden het toch niet spannend genoeg. Misschien had het dan nog wel de aandacht gekregen van de tenniswereld zelf, maar minder daarbuiten. Terwijl dit boek hopelijk meer mensen triggert. Je kunt verbanden aanleggen richting bedrijfsleven, over hoe je mensen aanstuurt. Voor managers kan het leerzaam zijn. Voor een leidinggevende is het volgens mij belangrijk dat hij goed weet hoe zijn werknemers in elkaar zitten en hoe hij ze moet coachen.”
Een oorzaak voor het falen van de Nederlandse tennisopleiding ligt volgens Bogtstra in het traject vanaf zestien jaar. “Dat is de sleutel. Spelers en speelsters horen dan de keuze te maken voor fulltime tennis en moeten er echt een paar jaar voor uittrekken, voordat ze het financieel op de rit hebben. Maar ze wachten te kort op succes en gaan te snel studeren of iets anders doen. Dan denk ik: ‘Verdomme, heb je daar nou tien jaar lang al je energie en tijd in gestoken?’”
Voor meer informatie: het boek 'Wie durft | Spagaat van een tenniscoach'
of lees op Wikipedia meer over Tjerk Bogtstra
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.