Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Combinatie topsport en studie vraagt om betere afstemming

Combinatie topsport en studie vraagt om betere afstemming

1 juli 2008

Nieuws

door: Anne Schulze | 1 juli 2008 

Topsport en studie spelen zich vaak in dezelfde periode van het leven af. Door deze simultane ontplooiing kan het één ten koste gaan van het ander; sporters kunnen zich genoodzaakt voelen hun topsportcarrière of hun studie vroegtijdig te beëindigen. Om de aard en de omvang van de problematiek rond de combinatie topsport/studie te achterhalen, is in opdracht van de werkgroep ‘Sport- en studietalent’ van het ministerie van OCW, het ministerie van VWS en NOC*NSF een eerste verkenning uitgevoerd.

Stella Blom en Paul Duijvestijn – onderzoekers bij de DSP-groep - hebben in opdracht van de werkgroep ‘Sport- en studietalent’ een rapport geschreven dat in april verscheen. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen van het rapport - die aan de hand van bronnenonderzoek en interviews met sleutelfiguren in zowel de sport als het onderwijs zijn gevormd - zijn in drie punten samen te vatten:

1. Definitie van topsporter niet eenduidig
Niet iedere onderwijsinstelling hanteert dezelfde definitie van ‘topsporter’. Dat betekent dat op sommige onderwijsinstellingen scholieren met de ambitie om topsporter te worden gelijk worden behandeld als topsporters met een officiële status van NOC*NSF. Het kan nadelig zijn voor ‘echte’ topsporters, als zij de faciliteiten die zij toegekend krijgen moeten delen met anderen. De onderzoekers pleiten voor om een compleet en up-to-date overzicht van topsporters uitgesplitst naar officiële status, onderwijssoort en leeftijdsgroep.

2. Organiseren van onderwijs om de sporter heen steeds complexer
Door de toenemende trainingsintensiteit van topsporters is het organiseren van onderwijs om de sport heen steeds complexer is geworden. Onderwijsflexibiliteit is noodzakelijk, maar lang niet altijd mogelijk. De facilitering van (potentiële) topsporters blijkt sterk afhankelijk te zijn van de medewerking en welwillendheid van scholen en docenten, hoewel hierin ook de assertiviteit en het organiserend vermogen van de sporter zelf een rol speelt. Maatafspraken met een onderwijsinstelling en docenten kosten tijd en energie, en geven bovendien niet altijd garanties. In het rapport wordt daarom aanbevolen om vanuit de overheid een centraal beleidskader op te stellen met daarin aanbevolen mogelijkheden voor (potentiële) topsporters zoals mogelijke vrijstellingen en aanpassingen van urennormen. Als zo’n beleidskader door alle betrokkenen zou worden erkend, vergemakkelijkt dat het maken van afspraken en verkrijgen van draagvlak daar voor. Bovendien voorkomt het dat er voor iedere individuele topsporter maatwerk nodig is, zoals in de huidige situatie.

3. Faciliteiten voor topsporters verschillen van school tot school
Hoewel er scholen zijn die zich profileren als (top)sportschool, bestaan er grote verschillen in de faciliteiten die (potentiële) topsporters worden geboden. Een weloverwogen schoolkeuze kan voor sporters dan ook veel verschil maken. Echter, door beperkte informatie en het ontbreken van uniformiteit, uitwisseling en afstemming moeten (potentiële) topsporters vaak hun eigen weg hierin vinden. Topsport en onderwijs zijn dan ook nog te veel gescheiden werelden, concluderen de onderzoekers Blom en Duijvestijn. Zij bevelen daarom aan dat topsportfaciliteiten van onderwijsinstellingen transparanter en beter vergelijkbaar worden. Zij pleiten voor centrale registratie van dergelijke instellingen en de mogelijkheid voor (potentiële) topsporters om voor hen belangrijk informatie op te vragen.

Verdere aanbevelingen voor de toekomst
Blom en Duijvestijn raden verder het aanstellen van personal coaches voor (potentiële) topsporters aan: een verbindende schakel, die de sporter in zijn of haar sport- en schoolloopbaan volgt en begeleidt. Daarnaast kunnen alternatieve onderwijsvormen de flexibiliteit voor topsporters verhogen. Hierbij wordt gedacht aan een elektronische leeromgeving of invulling van een deel van de onderwijsactiviteiten in de sportcontext: ervaringen en vaardigheden die topsporters opdoen in en door hun sport, kunnen in dat geval worden gezien als competenties. Voor de meerwaarde en consequenties van dergelijke onderwijsvormen is echter nader onderzoek gewenst.

Hetzelfde geldt voor de realisatie van Centra voor Topsport en Onderwijs, waar NOC*NSF voor pleit. Binnen dit concept worden knelpunten als reistijd, afstemming van roosters en de beschikbaarheid van een goede coach weggenomen. Daar staat tegenover dat in dat geval intern verblijf nodig is, wat weer een ingrijpende verandering voor deelnemers betekent. Om zicht te krijgen én te houden op veranderingen, ontwikkelingen en behoeftes, verdient het volgens Blom en Duijvestijn aanbeveling om met enige regelmaat te peilen hoe (potentiële) topsporters en betrokkenen aankijken tegen de combinatie topsport en onderwijs. Naast het doen van empirisch vervolgonderzoek om verkregen beelden verder te kwantificeren en uit te diepen, is dit volgens hen een manier om topsport en onderwijs dichter bij elkaar te brengen.

‘Combineren van topsport met studie. Een inventarisatie van situatie en knelpunten rond de combinatie topsport en onderwijs’. Stella Blom en Paul Duijvestijn, Amsterdam, 8 april 2008

Voor meer informatie: Stella Blom (sblom@dsp-groep.nl of 020-625 7537) of Paul Duijvestijn (pduijvestijn@dsp-groep.nl of 020-625 7537).

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.