21 november 2024
Nieuws
door: Emilie Maclaine Pont | 21 november 2024
Steeds meer aandacht is er voor de mentale gezondheid van sporters. Omgaan met druk, het creëren van een veilige omgeving, je uitspreken als je niet goed in je vel zit: het is steeds meer gemeengoed. Maar hoe zit het met coaches in de sport? Ook zij hebben natuurlijk volop te maken met hoge eisen, onzekerheid en stress. De tweede editie van het Charles Urbanus Congres, op vrijdag 22 november 2024, staat daarom in het teken van ‘Coaching in de topsport, een balans tussen presteren onder druk en welzijn’.
Het congres is een initiatief van Topsport Amsterdam dat het samen met de Hogeschool van Amsterdam (HvA) organiseert. Een eerbetoon aan Charles Urbanus, een van de oprichters van Topsport Amsterdam en 35 jaar top-honkbalcoach. “Toen ik een paar jaar geleden na ruim 25 jaar met pensioen ging, kreeg ik dit als cadeau. Een seminar dat eens in de twee jaar plaatsvindt en gaat over actuele thema’s in de sport. Omdat ik na mijn pensionering aan de slag ging als studiebegeleider en docent aan de HvA was de link tussen Topsport Amsterdam en de HvA snel gelegd.”
Op de proef gesteld
De eerste editie van het congres draaide om het uitwisselen van vaardigheden tussen sport en het gewone leven. Nu staat dus vooral de mentale gezondheid van coaches centraal. Hoofdsprekers zijn Remco Koopmeiners (docent Sportpsychologie bij de opleiding Sport Studies aan de HvA), Jeroen Otter (gevierd oud-shorttrackcoach en nu ‘coach van de coaches' bij NOC*NSF) en natuurlijk ook Urbanus zelf.
“Bij de HvA ben ik betrokken bij de opleiding Ad Sport - Topsport- en Talentcoaches. Daardoor kom ik veel met jonge coaches in contact en proef ik de druk die op hen ligt. Ze moeten zorgen voor een veilig leerklimaat maar ook prestaties leveren. Dat is een uitdaging voor ze. Daarbij komt dat maar weinig coaches oog hebben voor hun eigen welzijn en gezondheid. Als voormalig coach weet ik als geen ander dat je als coach op allerlei vlakken onder hoogspanning staat. Je moet voortdurend beslissingen nemen over de opstelling, wissels, spelers wel of niet selecteren, maar ook omgaan met verwachtingen, stress en budgetten. Bovendien kan het werken als coach een wissel trekken op je privéleven. Niet alleen qua tijd, maar ook door het omgaan met teleurstellingen en onzekerheid. Het coachvak is nu eenmaal vluchtig. Onder al die omstandigheden is het de kunst om energiek en positief te blijven.”
Vanuit verschillende perspectieven gaan de sprekers tijdens het congres op deze vraagstukken in. Nadrukkelijk zijn niet alleen coaches, studenten en collega-docenten welkom, maar heeft de organisatie ook technisch directeuren en opleidingscoördinatoren van nationale sportbonden uitgenodigd. “Weinig bonden zetten in op het mentale welzijn van coaches. Dit congres vormt dus een uitgelezen kans om hier verandering in te brengen.”
Terug naar de basis
Koopmeiners gaat in zijn onderdeel vooral in op de emotionele veerkracht van een coach. Een element dat volgens Urbanus regelmatig op de proef wordt gesteld. “Zelf ervoer ik dat vooral bij het nemen van beslissingen over het al dan niet opstellen of selecteren van een speler. Ik wilde een vertrouwensband opbouwen met de spelers. Als je tegen een van hen zegt: jij doet niet mee, dan stel je onbedoeld die vertrouwensband op de proef. Het vraagt emotionele veerkracht om hier op een constructieve manier mee om te gaan. Voor de speler, maar zeker ook voor jezelf.”
Om die mentale beproeving te doorstaan, viel Urbanus graag terug op de basis. “Ik had altijd de goede intentie voor het team. Stond voor mijn eigen waarden: eerlijkheid en integriteit vooropgesteld. Daar kon ik bij ieder besluit op terugvallen en op die manier kon ik consequent handelen. Daarmee kreeg ik een zeker respect en kon ik mijzelf altijd recht in de spiegel aankijken. Maar makkelijk was het nooit.”
Gas terug
Om niet onder de druk te bezwijken en goed voor zichzelf te blijven zorgen, had Urbanus ook andere methoden. “In aanloop naar en tijdens grote toernooien, zoals een Europa Cup, werkte ik vaak dag en nacht. Hoe je het ook went of keert: resultaten speelden altijd een rol in hoe ik mij voelde. Daarom nam ik na die grote toernooien altijd flink wat gas terug. Deed ik regelmatig mijn telefoon uit. Zocht veel het strand op om te wandelen en reflecteren. Besteedde ik extra aandacht aan goed slapen. Als coach kan je 24/7 met je werk bezig zijn, maar ik ben ervan overtuigd dat het voor iedereen beter is als je juist af en toe bewust afstand neemt.”
Toch ging Urbanus ook eens bijna de mist in. “Vlak voor een groot toernooi vielen twee stafleden uit door privéproblemen. Ik werkte dat toernooi voor drie en miste hun inbreng. Dat heb ik geweten. Ik was fysiek uitgeput, minder flexibel en niet meer creatief. Moet ik hier nog wel mee doorgaan?, dacht ik.”
Zijn liefde voor het vak hield hem uiteindelijk op de been. “Zelf heb ik de ALO gedaan. Daarin leer je ook veel over didactiek en pedagogiek. Ik heb coachen dan ook altijd als een soort docentschap gezien. Natuurlijk wilde ik winnen, maar ik focuste op het beter maken van sporters. Het beste uit hen halen. Op het proces en niet op het eindresultaat. Ik kreeg wel eens te horen dat ik niet hard genoeg was, maar ik bleef bij mijn overtuiging dat je met die focus op het proces uiteindelijk het meest bereikt en de meeste voldoening ervaart. Daarom heb ik ondanks alle uitdagingen 35 jaar van het coachen genoten.”
Voor meer informatie: het Charles Urbanus Congres
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.