10 maart 2011
Nieuws
door: Thomas van Zijl | 10 maart 2011
Steeds strenger wordende Europese wetgeving vraagt om een andere, meer duurzame manier van onderhoud van sportvelden en golfbanen. Uit onderzoek van de Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek (BSNC) blijkt dat milieuvriendelijke alternatieven ook zeker tot de mogelijkheden behoren, maar dat gemeenten en beheerders daar wel voor in de buidel moeten tasten.
Ieder jaar werkt de EU de lijst met gewasbeschermingsmiddelen en onkruidbestrijdingsmiddelen bij die tot de Europese markt worden toegelaten. Door middelen waar een milieuvriendelijker alternatief voor is, gaat een streep. Die wetgeving vanuit Brussel is een continu proces, dat clubs en gemeenten langzaam maar zeker in de richting drijft van een chemievrije manier om hun sportvelden en golfbanen te onderhouden. Cees de Vrieze, als bestuurslid van de BSNC verantwoordelijk voor de portefeuille onderzoek: “Brussel is coulant. Pas als de commissie overtuigd is van de goede werking van een biologisch middel, valt het traditionele middel af. Gemeenten en clubs hoeven niets tegen hun zin in te gebruiken.”
De Vrieze geeft aan dat ongeveer 98 procent van alle sportvelden in Nederland wordt beheerd door gemeenten. Het zijn dan ook gemeenteambtenaren die de nieuwe wetgeving moeten implementeren. In het geval van golfbanen ligt dat genuanceerder, aangezien die vaak privaat bezit zijn. De Vrieze: “We kunnen wel spreken van een cultuuromslag die nodig is, maar erg veel keuze hebben de betrokken partijen in dit geval niet. Het gebruiken van middelen die niet meer op de lijst van de EU staan, levert een behoorlijke boete op.” De gemeenten zullen dus moeten geloven aan een nieuwe manier van werken, die de duurzame onderhoudsmethode vaak met zich meebrengt. “Op het terrein van gewasbescherming is het meestal een kwestie van een ander (steeds vaker biologisch) middel, maar onkruid kan ook machinaal bestreden worden. Dat vraagt om een ander bodem- en veldgebruik en het toepassen van nieuwe of aangepaste machines.”
De nieuwe bestrijdingsmiddelen en het machinaal bestrijden van onkruid kost de betrokken partijen meer dan doorgaan op de oude voet, al is onduidelijk hoeveel precies. Toch heeft De Vrieze begrip voor de strengere eisen die de EU stelt. “De werkzame stoffen in de verboden middelen tasten op de lange termijn onze bodem aan en dringen ten langen leste tot het grondwater door, waar wij vervolgens drinkwater van maken. Daar kunnen we dus niet eeuwig mee doorgaan.” De opstelling van Brussel, die oog heeft voor de positie van clubs en gemeenten, stelt hem tevreden. “De beheerders worden niet gedwongen middelen te gebruiken waarvan de werking nog niet vast staat, dus de kwaliteit van de velden wordt niet aangetast. Bovendien kunnen wij als belangenbehartiger behoorlijk wat invloed uitoefenen op de commissie.”
Voor meer informatie: www.bsnc.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.