20 maart 2014
Nieuws
door: Rins van Kouwen | 20 maart 2014
Met de oprichting van het Centre of Expertise Sport- en Beweegtalent wil de Hogeschool Arnhem en Nijmegen kinderen en jongeren beter in staat stellen om een sport te kiezen die bij hun mogelijkheden en interesses passen. Daarnaast moet door het aanbieden van een topprogramma de meest getalenteerde kinderen zich zo breed mogelijk en optimaal kunnen ontwikkelen.
Op welke wijze kunnen scholen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs en hun omgeving optimaal bijdragen aan talentherkenning en talentontwikkeling bij leerlingen op het gebied van sport en bewegen? Dat is de hoofdvraag waar het Centre Of Expertise - vorig jaar opgericht door de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) - in de komende drie jaar een antwoord op wil kunnen geven.
“De maatschappelijke waarde van sport en bewegen wordt duidelijk ingezien, maar uit onze inventarisatie bleek dat de potentie voor meest getalenteerde kinderen onbenut werd gelaten,” zegt Dr. Marije Elferink-Gemser, lector ‘herkennen en ontwikkelen van sporttalent’ bij de HAN en daarnaast universitair docent sportwetenschap aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Samen met Sebastiaan Platvoet vormt ze het programma-management van het Centre of Expertise.
“Sport en beweegtalent is een onderzoeksterrein waar wij ons graag verder in verdiepen. Het thema past goed bij de HAN als het kenniscentrum voor sport en bewegen.”
2 hoofdoelen
Het Centre of Expertise kent twee hoofddoelen. Allereerst is dat kinderen en jongeren beter in staat stellen om sport- en beweegactiviteiten te kiezen die bij hun mogelijkheden en interesses passen. “Met een passende sportkeuze sporten en bewegen kinderen vaker en langer. Door persoonlijke talenten optimaal te benutten ervaart een kind meer plezier en zal het minder snel stoppen,” verklaart Elferink-Gemser ‘de slimme sportkeuze’.
Het Centre of Expertise onderzoekt op dit moment hoe de talenten van kinderen het beste kunnen worden vastgesteld. Een sportpleziertest bijvoorbeeld - waarin kinderen meerdere sporten krijgen aangeboden - geeft inzicht hoe leuk kinderen verschillende sporten vinden. “Er bestaan al initiatieven om een sportadvies te geven, maar daar ligt de nadruk op het fysieke: hoe lang is een kind, hoeveel kracht heeft hij of zij?,” legt Elferink-Gemser uit. “Het is niet zo van: jij bent groot, dus ga maar basketballen. Wij kijken niet alleen naar de fysieke en motorische ontwikkeling, maar juist ook naar de cognitieve component. Kan iemand snel beslissingen nemen als bijvoorbeeld het spel verandert? En wat zijn iemands persoonlijke voorkeuren? Plezier in de sport staat daarbij voorop.”
Het tweede hoofddoel van het Centre of Expertise is het aanbieden van topprogramma’s om de meer getalenteerdere kinderen vanaf jonge leeftijd optimaal te laten ontwikkelen zodat zij kunnen doorstromen naar de regionale, nationale en internationale top binnen hun sport als ze ouder zijn. Met topprogramma’s worden trainers ondersteund om uitblinkende talenten een brede beweegbasis te geven.
Brede ontwikkeling
“Bij een sportprogramma van een sportbond wordt ingezet op die kwaliteiten die voor die sport specifiek nodig zijn,” vertelt Elferink-Gemser. “Een voetballer heeft deels andere kwaliteiten nodig dan een tennisser of een turner. Een voetbalscout zal kijken naar welke kwaliteiten een talent nodig heeft om een goede voetballer te worden. De focus ligt in ons onderzoek op de bredere allround ontwikkeling bij kinderen in de basisschoolleeftijd. Wij kijken niet naar het optimaliseren van de specifieke, maar naar de algemene beweegontwikkeling.”
De achterliggende gedachte is dat een subtopper in een sport wellicht een topper kan worden in een andere sport. “In Australië zijn strandwachten bijvoorbeeld omgeschoold tot skeletonrijders die uiteindelijk aan de Olympische Spelen hebben meegedaan. De kwaliteiten die zij in hun werk hadden ontwikkeld konden in een nieuwe sport worden gebruikt.”
Het programma van het Centre of Expertise heeft naast de twee hoofddoelstellingen van ‘de slimme sportkeuze’ en ‘de topprogramma’s’ de ambitie om bij te dragen aan: talentherkenning en talentontwikkeling in het onderwijs (door talententesten en beweegprogramma’s), docenten en trainers te professionaliseren (onder meer door het aanbieden van studies en cursussen) en het toepassen van kennis en inzicht bij andere doelgroepen (bijvoorbeeld het bedrijfsleven).
Het Centre of Expertise werkt in die doelstelling samen met een groot aantal partijen uit de wetenschap, sportorganisaties en scholen. Allereerst zijn daar de zogenaamde ‘kernpartners’, die deelnemen aan het programma door kennis te delen of onderzoeksruimte te bieden. De belangrijkste wetenschappelijke kernpartner is het Centrum voor Bewegingswetenschappen van het UMCG van de Rijksuniversiteit Groningen. Kernpartners in de praktijk zijn de gemeenten Almere en Nijmegen en Sportservice Zwolle die met ruim tien scholen en buitenschoolse programma’s in de regio deelnemen.
“De gemeente Almere wil zich profileren als stad voor talent en heeft zogenaamde talentcoaches beschikbaar gesteld. Op de scholen voor zowel basisonderwijs als voortgezet onderwijs kunnen we kinderen van 6 tot 15 jaar longitudinaal volgen. Dat gebeurt onder meer op Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen en het Montessori College Nijmegen. In Zwolle gaat het met name om buitenschoolse programma’s,” verklaart Elferink-Gemser de samenwerkingsverbanden. “Het is voor ons zaak om in het eerste jaar de mogelijkheden in kaart te brengen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat kinderen in het komende schooljaar volgens nieuwe inzichten gymles krijgen of leerkrachten met nieuwe oefenstof worden opgeleid.”
Supporters
Naast de kernpartners is bij het Centre of Expertise ook een aantal zogenaamde ‘supporters’ actief die hun netwerk en expertise inbrengen, zoals NOC*NSF, de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO), de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO), het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB), de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), Topsport Gelderland en de provincie Gelderland. Daarnaast is de Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen van de Universiteit in Gent een wetenschappelijke partner.
Bij topsportcentra voor jeugd worden vaak snel associaties gemaakt met DDR-sportsystemen of Chinese kinderen die op jonge leeftijd al klaar worden gestoomd voor olympisch succes. “Dat is altijd een ethisch debat,” weet Elferink-Gemser. “Ik geloof er wel heel erg in dat het niveau van de topsport omhoog gaat als de bewegingsmogelijkheden van een kind breder en beter worden ontwikkeld, maar het plezier van het kind in de sport staat altijd voorop,” benadrukt Elferink-Gemser. “Dat is altijd het uitgangspunt. Plezier in de sport motiveert om langer te sporten.”
Het Centre of Expertise heeft met het weblog ‘Gouden Kansen’ een online ontmoetingsplek in het leven geroepen waar kennis en praktijkervaringen over talentherkenning- en ontwikkeling worden gedeeld: www.goudenkansen.eu
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.