6 december 2012
Nieuws
Op de Algemene Ledenvergadering van NOC*NSF eind november werd de sportbondenmonitor 2011 uitgedeeld. Eric van der Veen van Sport & Zaken las het document kritisch en twitterde daags nadien: ‘31 bonden hebben neg. resultaat over 2011, in 2010 nog 14. Meer dan 10 bonden hebben een vac. voor penningmeester. #toeval? #bondenmonitor’. Sport Knowhow XL legde die vraag - ‘toeval?’ - voor aan Huibert Brands, die het onderzoek voor de bondenmonitor namens NOC*NSF leidde. Hij is voorzichtig als het gaat om conclusies: “Maar in deze monitor zien we de weerslag van de economische crisis keihard terug.”
De bondenmonitor werd in 2006 voor het laatst gepubliceerd en in het kader van de Sportagenda 2016 is de rapportage nieuw leven ingeblazen. In die sportagenda formuleert NOC*NSF doelstellingen voor sportparticipatie en topsport. “Om deze doelstellingen te kunnen bereiken, moeten we beleidskeuzes maken op basis van kennis. Met de bondenmonitor willen we jaarlijks een aantal kengetallen in beeld brengen”, vertelt Brands.
Zwaar weer
In de rapportage staat een aantal algemene conclusies als volgt samengevat: ‘Verschillende publicaties laten zien dat de totale sportsector groeit. De gezamenlijke sportbonden groeien ook, in aantal deelnemende sporters én in economische waarde. Ondanks het stijgende belang van de sector is er ook zwaar weer. Het gezamenlijk resultaat van bonden loopt terug, er is een toenemend aantal bonden met financiële problemen en de afhankelijkheid van derdengelden is groot. Daarnaast is de veeleisende consument steeds lastiger te verleiden om zich aan te sluiten bij een ledenorganisatie om te kunnen sporten. Sportbonden en NOC*NSF zullen de komende jaren moeten blijven investeren in professionalisering en (financiële) stabiliteit om hun positie in de sportmarkt te behouden.’
Rode cijfers
Uit de bondenmonitor blijkt dat 31 van de 74 bij NOC*NSF aangesloten bonden over 2011 een negatief resultaat schreven. In 2009 waren dat er 18 en in 2010 14. Waar in de voorgaande jaren het gezamenlijke resultaat van de bonden nog dik in de zwarte cijfers zat (ruim 3,4 miljoen in 2009 en bijna 6,3 miljoen in 2010), was het gezamenlijk resultaat in 2011 ruim vijf ton in de min. “We kunnen constateren dat veel bonden kwetsbaar zijn bij een financiële tegenvaller. Eén oorzaak is moeilijk te geven want het is een heterogene groep en veel bonden zijn niet met elkaar te vergelijken.” De trend is volgens Brands wel zorgelijk. “Er is nu natuurlijk een aantal bonden in het nieuws en dat is niet toevallig.” Ondanks zijn zorgen wil Brands waken voor het beeld dat alle sportbonden in de financiële problemen zitten: “Gelukkig zien we ook dat het merendeel van de bonden wel ‘in control’ is en de financiële zaken ondanks tegenslagen op het droge weet te houden. Deze bonden zijn vaak minder afhankelijk van geldstromen waar ze weinig invloed op hebben, of beter in staat om ambities en kosten met elkaar in balans te houden. We moeten samen -bonden en NOC*NSF- zorgen dat we daar meer naar toe groeien.”
Subsidieafhankelijkheid
Op zoek naar oorzaken voor de financiële malaise bij een groot aantal bonden kaart Brands verschillende zaken aan. “Een groot aantal sportbonden is kwetsbaar voor een fluctuatie in inkomsten en dat heeft veelal te maken met subsidieafhankelijkheid. Sommige bonden zijn voor meer dan vijftig procent afhankelijk van subsidie-inkomsten. Wij willen als NOC*NSF een goed huisvader zijn, maar het wil wel eens gebeuren dat bijvoorbeeld een topsportprogramma niet meer of nog maar voor de helft wordt gefinancierd. Voor een bond die voor een groot deel afhankelijk is van subsidies betekent dat een enorm gat.”
Die subsidieafhankelijkheid is een grote zorg voor NOC*NSF, zeker in economisch zware tijden. “Door de economische crisis wordt er behoorlijk op een aantal inkomsten ingeteerd. Er valt eens een sponsor weg, de opbrengsten van een evenement vallen tegen of de kosten pakken hoger uit. De meeste bonden hebben een redelijk eigen vermogen, minimaal één jaarsalaris voor het totale aantal fte. Maar die reserves raken natuurlijk ook een keer op.”
Penningmeesters?
Eric van der Veen van Sport & Zaken legde met de moeite die bonden klaarblijkelijk hebben om penningmeesters te vinden: “We hadden met Sport & Zaken onlangs een coachsessie Finance & Control en toen bleek dat meer dan tien bonden een vacature voor penningmeester hebben.” Een direct causaal verband met de cijfers in de bondenmonitor wil Brands niet leggen, maar opvallend noemt hij het wel. “Wij hebben het aantal vacatures niet gemeten, maar je voelt aan je water dat er wel iets aan de hand is. De bondenmonitor komt daarom als geroepen. We verzamelen data om erachter te komen wat er precies aan de hand zou kunnen zijn. Volgend jaar gaan we de planning & control-cyclus binnen NOC*NSF en de sportbonden extra onder de aandacht brengen. We gaan naar de bonden toe, organiseren met Sport & Zaken workshops en coachsessies om de financiën onder controle te krijgen. Daarnaast gaan we een methode voor risicoanalyse ontwikkelen, zodat de bonden hun financiële situatie beter kunnen beoordelen. We willen er als NOC*NSF alles aan doen om de bonden tijdig te helpen.”
Professionalisering
Brands sluit de ogen ook niet voor het probleem dat veel bonden hebben om een penningmeester te vinden. “Het besturen van een bond is intensief, het kost veel tijd en het is niet altijd even dankbaar werk. Bovendien ligt er met name op de schouders van de penningmeester een enorme verantwoordelijkheid. We willen er daarom naartoe werken dat bestuurders bij bonden in de toekomst een minder uitvoerende en een meer toezichthoudende rol krijgen. Met verdergaande professionalisering van het bondsbestuur komt de uitvoering meer bij de professionals te liggen en daardoor kost het bestuurders minder tijd, bovendien zijn zij beter gedekt.”
Veel van die eventuele professionals zullen er wel een extra uitdaging bij krijgen, weten we sinds maandag jl. Toen werd bekend dat NOC*NSF bij de verdeling van de ‘topsportgelden’ selectiever dan ooit te werk is gegaan. Er is extra veel geld gegaan naar de takken van sport met perspectief op mondiale topklasseringen, en juist minder geld naar takken van sport die daar verder vandaan zitten.
Klik hier voor de inhoud van de Sportbonden Monitor 2011Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.