6 juni 2024
Nieuws
door: Emilie Maclaine Pont | 6 juni 2024
Het is tegenwoordig helaas cliché: er heerst een bewegingsarmoede, óók onder kinderen. Veel aandoeningen, zoals hartkwalen en diabetes, manifesteren zich pas tijdens de volwassenheid. De basis hiervoor ligt evenwel tijdens de vroege kinderjaren, menen onderzoekers van de Fontys Sport en Bewegen, terwijl juist in de peuter- en kleuterfase voor bewegen te weinig aandacht en ruimte is. Onder de titel Actief Fundament zijn zij daarom een vierjarig onderzoekstraject gestart, in samenwerking met diverse andere hogescholen, kennisinstituten en brancheorganisaties. Het doel? Een aanpak ontwerpen, implementeren en evalueren waarmee twee- tot zevenjarige kinderen een basis ontwikkelen voor een leven lang bewegen.
Jasper de Graef is docent/onderzoeker bij Fontys Sport en Bewegen en promovendus aan de Universiteit van Maastricht. Niet alleen heeft hij ruim zeven jaar werkervaring als buurtsportcoach en vakdocent lichamelijke opvoeding in het primair onderwijs, ook startte hij in 2019 aan de master Sport- en Bewegingsonderwijs aan de hogeschool Fontys. In 2021 rondde De Graef deze cum laude af. Zijn promotieonderzoek valt binnen het project Actief Fundament, waarbij zijn focus ligt op het achterhalen wat wel en niet helpt om kinderen in een opvang-/schoolomgeving in beweging te krijgen én houden.
'Doe voorzichtig'
De Graef: “Ik kan niet wetenschappelijk onderbouwen dat beweegarmoede onder kinderen is toegenomen, maar in mijn andere werk zag ik wel dat kinderen in hun beweging werden beperkt. Dit komt door meerdere factoren. De leefomgeving bijvoorbeeld. Wonen ze in een flatje, dan bewogen ze minder dan wanneer konden spelen in een eigen tuin. Ook de rol van de ouders is belangrijk. Hoeveel bewegen zij? Halen en brengen ze de kinderen regelmatig met de auto of doen ze meer lopend of met de fiets? Ik hoorde ook regelmatig dat kinderen met dure kleren aan voorzichtig moesten doen. Dat soort uitlatingen beperkt hen natuurlijk in hun vrijheid - en daarmee in of en hoe ze bewegen.”
Deze observaties stimuleerden De Graef om na zijn studie dieper in het onderwerp te duiken. Met Actief Fundament hoopt hij een verschil te maken. “Hoe een fundament er precies uit moet zien, weten we nog niet. Er zijn wel voorbeelden van methodes die op bepaalde scholen al worden toegepast. De dynamische schooldag is zo’n voorbeeld. Volgens die methode mogen de leerlingen maximaal drie kwartier aaneengesloten zitten; daarna moeten ze in beweging komen. Uiteraard is dit bedoeld om zitten te doorbreken en bewegen normaal te maken. Zo zijn er meer ideeën die we stuk voor stuk gaan onderzoeken en ook kijken hoe dergelijke uitgangspunten eveneens kunnen worden geïntegreerd in de kinderopvang en de kleuterklassen.”
IKC’s als lab
Het onderzoek wordt uitgevoerd onder achttien zogenaamde IKC’s, oftwel Integrale Kind Centra. Kinderen van nul tot dertien jaar kunnen hier op één plek hun hele primair onderwijs- en opvangperiode doorlopen. Van kinderdagverblijf tot basisschool en van buitenschoolse opvang tot welzijnsactiviteiten. Bij de helft van de IKC’s – gelegen in de regio’s Amsterdam, Eindhoven en Zuid-Limburg - wordt de aanpak ontworpen, geïmplementeerd en geëvalueerd. De andere negen dienen als plek voor controlemetingen.”
Het verrichten van onderzoek bij scholen of kinderopvanglocaties waren ook opties geweest. Toch koos de onderzoeksgroep bewust voor IKC’s. “Er ontstaan steeds meer van dit soort centra. Bovendien is de overgang van kinderopvang naar basisonderwijs een belangrijke transitie in de ontwikkeling van gezonde beweegpatronen. Daarbij is het eenvoudiger om de kinderen te monitoren, omdat ze niet wisselen van locatie”, licht De Graef toe. “De metingen voeren we uit door vragenlijsten af te nemen onder ouders om te horen wat hun perceptie over bewegen is. Daarnaast laten we kinderen zes dagen een band dragen die hun beweging meet. Dat doen we vier jaar lang. Zo kunnen we kijken hoe zij zich motorisch ontwikkelen én kijken of er verschillen zijn tussen bijvoorbeeld de vierjarigen van 2024 en 2027.”
Consortium
Bij Actief Fundament zijn tal van partijen betrokken. Denk aan Kenniscentrum Sport & Bewegen, branche- en belangenorganisaties, zoals BMK, PPinK, BOinK en KVLO, de Universiteit Maastricht, het Mulier Instituut, de Hogeschool van Amsterdam en Zuyd Hogeschool. “Brancheverenigingen hebben onder andere inzicht in de angsten die er leven bij kinderdagverblijven als het gaat om wet- en regelgeving. Zo bestaat er onduidelijkheid over de het begrip risicovol spel. Kinderdagverblijven zijn vaak bang om de regels te overtreden en laten de kinderen daardoor minder vrij bij het spelen. En dat terwijl risicovol spel juist ook helpt bij de motorische ontwikkeling en het speelplezier.”
De eerste nulmetingen vonden onlangs plaats. Hoewel De Graef nog aan de start van zijn onderzoek staat, durft hij al te dromen over de uitkomst. “Ongeacht de resultaten wil ik duidelijke aanbevelingen doen aan IKC’s en indirect ook aan kinderdagverblijven, scholen en andere plekken waar jonge kinderen zijn. Praktische tools aanreiken waar vak- en groepsleerkrachten, pedagogisch medewerkers, maar ook ouders écht iets mee kunnen. Als dat er uiteindelijk toe leidt dat kinderen meer bewegen, is mijn missie geslaagd.”
Voor meer informatie: Actief Fundament, fundamenteel beter
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.