door: Lennart Bloemhof | 7 november 2013
Sportpubliek kan een belangrijke rol spelen bij het tegengaan van geweld op en langs de Nederlandse sportvelden. Dat is de belangrijkste conclusie uit het rapport ‘Fysiek en verbaal geweld in de sport’ van de stichting VeiligheidNL. Via het Nationaal Sport Onderzoek 2012 ontdekte de stichting dat 15 procent van de Nederlanders tussen 15 en 80 jaar in 2012 te maken kreeg met fysieke en/of verbale incidenten in de sport. Die forse groep van bijna twee miljoen mensen moet volgens VeiligheidNL betrokken worden bij preventie van geweld in de sport.
Marco Brugmans is directeur van VeiligheidNL. Eind oktober presenteerde zijn organisatie het onderzoek en hij verbaasde zich voornamelijk over de grootte van de groep die te maken krijgt met geweld rond de Nederlandse sportvelden: “Het laat zien dat geweld in de sport echt een maatschappelijk probleem is en dat het publiek een grote rol kan spelen in de bestrijding van dat probleem.”
OnderzoekBrugmans legt uit dat VeiligheidNL het onderzoek ondernam op basis van haar kerngedachte, namelijk het signaleren en aanpakken van veiligheidsproblemen. “We wisten al via onze continu uitgevoerde bevolkingsenquête Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN) dat van alle opzettelijke letsels meer dan de helft in de sport plaatsvindt. Maar we wisten ook dat in Nederland agressie en geweld in de sport nog nooit sportbreed in kaart zijn gebracht”, zegt Brugmans. Vervolgens voerde zijn stichting via het Nationaal Sport Onderzoek 2012 van het Mulier Instituut het onderzoek uit door een paragraaf met vragen over misstanden en blessures in de sport aan de enquête toe te voegen.
Het onderzoek van VeiligheidNL gaat over teamsporten en hoofdzakelijk over voetbal. Verreweg het grootste gedeelte van de 4.093 respondenten van het Nationaal Sport Onderzoek vinkten voetbal aan als hun sport, waardoor andere sporten (basketbal, handbal, hockey, korfbal, volleybal en waterpolo) marginaal terugkwamen in het onderzoek, aldus Brugmans.
OnderscheidIn het onderzoek wordt geweld in de sport opgedeeld in drie categorieën: lichamelijk contact door een opzettelijke overtreding, opzettelijk lichamelijk geweld zoals slaan of schoppen en verbaal geweld zoals schelden of bedreigen. Brugmans erkent dat het onderscheid tussen de eerste twee categorieën niet altijd kraakhelder is.
“In die categorieën zit inderdaad overlap. Maar we hebben het onderscheid gemaakt omdat VeiligheidNL zich ook bezighoudt met sportblessurepreventie. We wilden inzicht krijgen in hoeveel blessures er ontstaan door opzettelijke overtredingen, en dus op te lossen zijn met fair play.”
Brugmans schrok van het aantal blessures door opzettelijke overtredingen, geschat op basis van het onderzoek: 270.000 (ongeveer zes procent van het totaal aantal sportblessures). Toch meldde voetbalbond KNVB in augustus dat het aantal geregistreerde gevallen van excessief verbaal of fysiek geweld afgelopen voetbalseizoen met vijftien procent was gedaald, naar 274. “Dat aantal excessen lijkt niet groot, maar de vele mensen langs de lijn worden ook geconfronteerd met de incidenten”, benadrukt Brugmans. “Ons onderzoek laat zien dat geweld op het sportveld er bijna bij hoort”, zegt hij bezorgd.
Normatieve settingVolgens Brugmans speelt de normatieve setting rond sportvelden een cruciale rol in het wel of niet voorvallen van geweldsincidenten. De directeur vergelijkt geweld in de sport met het uitgaansleven. “Daar komt geweld het meeste voor op straat, maar in de kroeg wordt geweld veel minder geaccepteerd. De normatieve setting is daar anders; het is niet gepast. Eenmaal buiten valt die setting weg.”
Uit het VeiligheidNL-onderzoek blijkt verder dat voornamelijk veertigers met de geweldsincidenten worden geconfronteerd. Diezelfde groep speelt volgens Brugmans een belangrijke rol in het bepalen van de normen en waarden rond het sportveld. “Het is een grote groep met een sterke invloed op de normatieve setting. Jongeren zijn ook vaak betrokken bij geweld in sport, maar zij zijn uitbundiger en laten zich makkelijker meeslepen als de gemoederen verhit raken.”
PubliekfocusBrugmans hoopt dat het onderzoek een kentering veroorzaakt in de visie op geweld in sport en dat de conclusies worden opgepakt door landelijke acties gericht op het uitbannen van geweld op sportvelden, zoals het sportbrede actieplan ‘Naar een veiliger sportklimaat’ dat sinds 2011 loopt en hoog op de agenda staat na de dood van voetbalgrensrechter Richard Nieuwenhuizen in december 2012.
“Het is uiteraard goed om de nadruk te leggen op respect op het veld en sportief gedrag van spelers en coaches”, zegt Brugmans, “maar ik hoop dat campagnes op gebied van geweldspreventie nu ook meer op de rol van het publiek gaan focussen.”
De invloed van toeschouwers op geweld in de sport is volgens Brugmans vergelijkbaar met de rol van omstanders bij pesten. “En in het pesten focusten we in eerste instantie op de daders en slachtoffers, maar later ontstond het besef dat we ons op de hele groep moesten richten. Excessief gedrag ontstaat door een scheefgelopen groepsproces en het zijn de omstanders die dat kunnen herstellen.”
Terugkerend onderzoekSportclubs zijn belangrijk in het mobiliseren van toeschouwers tegen geweld, aldus Brugmans. Die moeten benadrukken dat sport om plezier gaat, en niet om fanatisme. “Clubs moeten daarom hun gedragregels helder hebben, deze uitdragen naar hun leden en zorgen dat ze nageleefd worden. Toeschouwers moeten elkaar daarnaast ook gaan corrigeren.”
VeiligheidNL is van plan om het onderzoek ‘Fysiek en verbaal geweld in de sport’ jaarlijks uit te voeren. “We willen dit blijven monitoren. De KNVB zag afgelopen seizoen minder incidenten op de voetbalvelden. Dat hopen wij straks terug te zien in onze cijfers”, zegt Brugmans.
Voor meer informatie: www.veiligheid.nl en zie factsheet 'Fysiek en verbaal geweld in de sport'