door: Mirjam Streefkerk | 4 maart 2008
In de strijd tegen overgewicht komt de Gelderse Sportfederatie met het programma B-Fit. De gemeente Oude IJsselstreek heeft de primeur. Vanaf maart zal een gewichtsconsulent de komende drie jaar vijf basisscholen begeleiden bij het tegengaan van overgewicht onder de leerlingen. In het nieuwe schooljaar gaan nog eens vijf tot tien gemeenten van start met B-Fit.
Gemiddeld een op de acht kinderen in Nederland is te zwaar. Door drie jaar lang intensief met kinderen van 2 tot 15 jaar bezig te zijn, hoopt de Gelderse Sportfederatie de houding van kinderen, ouders en leraren ten opzichte van bewegen en gezonde voeding te veranderen. “Oude IJsselstreek benaderde ons, omdat zij bij andere sportieve activiteiten in hun gemeente zagen dat veel kinderen met overgewicht kampten”, aldus B-fit projectleider Manon Ruijgrok.
De consulente moet een bekend gezicht worden in de gemeente voor de leerlingen, maar ook voor de ouders. “Die worden met ouderavonden en met behulp van de schoolkrant op de hoogte gehouden over ons project”, zegt Ruijgrok. “Maar ze zullen ook intensief betrokken bij activiteiten die we gaan organiseren. Eerst gaan we workshops geven op de scholen om ook onder de schoolleiding draagvlak te creëren. Daarna gaan we kijken wat op de scholen al gebeurt op het gebied van bewegen en wat daar beter kan. Moet er iets veranderen bij de gymlessen? Kunnen de kinderen in de pauzes of tijdens de les niet meer bewegen?”
Naast beweging is ook het bevorderen van kennis over een gezonde leefstijl een belangrijke doelstelling van B-Fit. De sportfederatie is lespakketten aan het ontwikkelen die daarbij gebruikt kunnen worden. De gemeente betaalt het grootste deel van het project. Sponsors zijn de provincie, het ministerie van VWS, Stichting NutsOhra en Menzis sponsoren.
Harde cijfers
Voor elk aspect van het project zijn harde doelstellingen opgesteld: na de drie jaar moet bijvoorbeeld negentig procent van de kinderen voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen en dagelijks ontbijten. Ook voor de ouders zijn er targets: driekwart moet zichzelf in staat achten ervoor te zorgen dat hun kinderen gezond eten en genoeg sporten.
Met TNO als onderzoekspartner hoopt de Gelderse Sportfederatie goed de effecten van B-Fit te kunnen meten. Zij doen een nulmeting, een tussenmeting en een eindmeting door kinderen vragenlijsten te laten invullen. Bij kinderen tot en met groep vier zullen de ouders de vragenlijsten invullen. Daarnaast zal de fitheid en de Body Mass Index van de kinderen twee keer per jaar worden getest.
Een hulpmiddel voor leraren is de beweegkalender. Ruijgrok: “Als de leraar bij de taalles bijvoorbeeld merkt dat de kinderen ongeconcentreerd zijn, kan hij van die kalender een oefening halen. Bijvoorbeeld spiegelen: kinderen gaan tegenover elkaar staan en de ene moet de ander nadoen. Als je dat vijf minuten doet, is de klas daarna weer veel geconcentreerder.”