Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Arbeidsvoorwaarden in de sport naar een hoger plan

Arbeidsvoorwaarden in de sport naar een hoger plan

22 december 2011

Nieuws

door: Leo Aquina | 22 december 2011

“Vroeger onderhandelden we heel traditioneel over loon”, aldus René van den Burg. “Dat was nu slechts het sluitstuk.” De directeur van de Werkgeversorganisatie in de Sport (WOS) is trots op de nieuwe afspraak voor de cao in de sport, die hij onlangs overeenkwam met de werknemersorganisaties in de sport. Geïnspireerd door het Olympisch Plan ontstond bij de WOS de gedachte om ook in de arbeidsverhoudingen in de sport ambitie uit te stralen. Het nieuwe ‘sociaal contract’ loopt tot 2016. Afgesproken is dat er jaarlijks twee procent aan loonruimte is. Over de invulling van dat percentage wordt van jaar tot jaar gesproken.

Loonafspraken maken vanzelfsprekend deel uit van de nieuwe afspraken, maar dat vindt Van den Burg niet het belangrijkste: “Ik wil vooral benadrukken dat de manier waarop we hebben gesproken en de afspraken waar dat toe heeft geleid vernieuwend zijn in de sport. In het verleden waren afspraken over arbeidsvoor-waarden in de sport altijd erg defensief, dit is eigenlijk voor het eerst dat we samen naar de toekomst kijken. Met onze leden - de werkge-vers - hebben we het laatste jaar uitvoerig gesproken over hoe we de sport als branche richting de Olympische ambitie aantrekkelijk kunnen houden voor de werknemers. Aan tafel met de werknemersorganisaties waren we meer ontwikkelaars dan onderhandelaars.”

De WOS zat om de tafel met FNV Sport, Vakbond de Unie, CNV dienstenbond en FBZ. Het ‘Sociaal Contract’ betreft ongeveer vierduizend medewerkers in de sportsector. Die mensen zijn werkzaam bij sportbonden, regionale en lokale sportondersteuningsorganisaties en andere sportorganisaties zoals universitaire sportcentra. In het ‘Sociaal Contract’ zijn afspraken gemaakt op vijf thema’s. Van den Burg: “Het belangrijkste thema is performance management. We willen toe naar een meer resultaatgerichte beloningsstructuur. Ten tweede kijken we naar arbeidstijden en flexibiliteit, daar is in de sport grote behoefte aan. Neem bijvoorbeeld een medewerker bij een skiclub, die in de winter meer uren draait dan in de zomer. Het derde thema is loopbaanontwikkeling. Een medewerker van de hockeybond stapt zelden over naar bijvoorbeeld de korfbalbond. We willen investeren in mensen en we willen ze groeimogelijkheden aanbieden. Het vierde thema is gezondheid en vitaliteit. Hoewel de sport over het algemeen een gezonde sector is, willen we serieus ruimte geven aan gezondheidsmanagement. Het laatste thema betreft pensioenen en fiscale regelingen.”

Bij alle thema’s had de WOS twee zaken in het achterhoofd. Van den Burg: “We maakten ons er zorgen over dat werknemers in de sport eigenlijk onvoldoende meepraten over hun eigen arbeidvoorwaarden. Je zou kunnen zeggen dat dat een taak is voor de vakbonden, maar als je de ambitie hebt de arbeidsverhoudingen naar een hoger plan te tillen, moeten de werknemers daar natuurlijk een stem in hebben. We hebben daarom afgesproken dat we dat via ondernemingsraden en personeelsvertegenwoordiging sterker tot uitdrukking willen laten komen. Ten tweede willen we organisaties meer ruimte bieden voor maatwerk binnen de gemaakte afspraken. De KNVB heeft met vijfhonderd medewerkers natuurlijk een heel andere organisatiestructuur dan de kaatsbond in Friesland.”

Het ‘Sociaal Contract’ moet leiden tot een continue verbetering van de arbeidsverhoudingen en er is in verwoord wat er in 2016 op dat gebied bereikt moet zijn. Dat is volgens Van der Burg hard nodig in een veranderende wereld. “Sportbonden ontwikkelen zich steeds meer van een reactieve organisaties naar een meer ondernemende cultuur. Dat vraagt van de medewerkers ook andere bekwaamheden.” Om die arbeidsverhoudingen te ontwikkelen storten werkgevers en werknemers jaarlijks 0,2 procent van het brutoloon in een fonds dat vernieuwing van de arbeidsverhoudingen in de sport gaat stimuleren. “Die 0,2 procent komt uit de loonruimte die werkgevers beschikbaar stellen, bovenop de eerder genoemde twee procent. Eigenlijk wordt er dus 2,2 procent gereserveerd”, aldus Van den Burg. “Met dat geld worden projecten opgestart en er kan onderzoek worden gedaan. Het moet leiden tot een concreet aanbod aan werkgevers en werknemers om dingen te kunnen doen zoals loopbaan-coaching of advies inwinnen op het gebied van resultaatgerichte beloning.”

De werknemers en de werkgevers zitten nog altijd jaarlijks om de tafel, maar de loonruimte ligt voor de komende vier jaar vast op de eerder genoemde twee procent. “Dat staat zo op de begroting van alle organisaties, tenzij er heel vreemde dingen gebeuren. We kijken van jaar tot jaar hoe we die twee procent precies invullen, dat kan in salaris, pensioenopbouw, een eindejaarsuitkering of individuele beloning.” Werkgevers en werknemers staan volgens Van den Burg niet langer tegenover elkaar, maar zij trekken samen op. “Ik moet de vakbonden dan ook een groot compliment maken dat zij het aandurven om deze vernieuwingsslag te maken.”

Voor meer informatie: www.w-o-s.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.