7 november 2024
Nieuws
door: Emilie Maclaine Pont | 7 november 2024
Directeur van de Nederlandse Ski Vereniging en het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen, bestuurslid van de KNLTB, de KNZB en de Nationale Raad Zwemveiligheid, penningmeester van de Stichting ElemenTree, lid van de Raad van Toezicht van het Mulier Instituut, ambassadeur voor JOGG (Jongeren op gezond gewicht); en zo kunnen we nog wel even doorgaan met de opsomming aan (grotendeels vrijwillige) functies. Niet verwonderlijk dat André van Schaveren (77), want om hem gaat het, half oktober jl. is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Een agressieve vorm van uitgezaaide prostaatkanker plaatst zijn leven ook los van deze eer in perspectief. "Met alles wat ik heb mogen doen, ben ik een enorme bofkont.”
Affiniteit met sport en bewegen zat er bij André van Schaveren al vroeg in. Na de ALO was hij een tijd docent lichamelijke opvoeding en sportofficier bij de Luchtmacht. Drie knieoperaties dwongen hem meer richting beleid en management, waartoe een studie Bewegingswetenschappen aan de VU Amsterdam de ingang vormde. Wat daarna volgde, was een keten aan bestuurs- en directiewerk. “Sport is een verbindende activiteit. Het geeft plezier, bevordert de gezondheid en zorgt dat je meedoet en erbij hoort. Bovendien barst de sportwereld van de leuke mensen”, verklaart Van Schaveren zijn niet aflatende drive om zich een groot deel van zijn leven in te zetten voor het stimuleren van sport en bewegen.
Op zijn tijd bij de Nederlandse Ski Vereniging kijkt Van Schaveren met extra groot genoegen terug. “Die vereniging vormde een prachtige combinatie tussen een sportbond en een consumentenorganisatie. Toen ik daar begon, lag de focus op de consumentenkant. Veel van de pakweg 160.000 leden waren dat vanwege een reis- of skiverzekering. Als sportbond telden we niet mee, terwijl we qua grootte wel de vijfde van Nederland waren. Ik zag het als mijn taak om de vereniging zowel in de breedte- als in de topsport een boost te geven en de juiste mensen aan te stellen, zoals topsporttrainers en –coördinatoren. Vanuit mijn eerdere ervaring als vrijwilliger in de gehandicaptensport hebben we ook die tak volledig in de Nederlandse Ski Vereniging geïntegreerd. Na er elf jaar te hebben gezeten, kan ik zeggen dat het goed gelukt is om van de skivereniging ook een echte sportbond te maken.”
Een lerende organisatie
Een uitdaging vond Van Schaveren ook bij het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen. “Het ministerie van VWS dwong vijf niet-samenwerkende sportstimuleringsorganisaties te fuseren tot een nieuw kennis- en innovatie-instituut. De context was niet gemakkelijk: de organisaties wilden niet en NOC*NSF wilde eigenlijk zelf die kennis- en innovatiefunctie vervullen. De kunst was om over de institutionele belangen van landelijke, provinciale en gemeentelijke organisaties heen de verbindingen te zoeken en samen te werken. Zo hebben we stap voor stap positie veroverd, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van innovatieve aanpakken voor verschillende doelgroepen op lokaal niveau, samen met de gemeente en lokale organisaties. Een geslaagde fusie dus, waarbij ik mocht werken met een geweldig managementteam en gecommitteerde medewerkers en na zeven jaar het stokje kon overdragen.” Clémence Ross - die daarvoor van 2002 tot 2007 staatssecretaris bij het ministerie van VWS was met sport in de portefeuille - nam het NISB-directiestokje van Van Schaveren over.
In 2007 startte Van Schaveren, met toen al een koffer vol ervaring, zijn eigen consultancybureau. Van daaruit was hij onder meer interim-directeur van de Nederlandse Klim- en Bergsportvereniging (NKBV) en actief bij de basketbalbond. “Uniek was ook om als medewerker betrokken te zijn bij het Olympisch Plan 2028. Door de financiële crisis werd de Alliantie Olympisch Vuur in 2012 gedwongen te stoppen, maar het was inspirerend om bezig te zijn met de verbindingen tussen onder meer de sport, gemeenten, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.”
Onbegrijpelijke keuzes
Het is een publiek geheim dat sportverenigingen onder de druk staan. De afname van vrijwilligers en de populariteit van sportscholen en andere vormen van ongeorganiseerde manieren van bewegen zijn hier mede debet aan. Van Schaveren ziet het met lede ogen aan. “Competities organiseren kan niet in losse verbanden, maar er moeten wel oplossingen komen voor het dalende aantal vrijwilligers. Ik heb die ook niet op de plank liggen, maar ik denk wel dat het inzetten van vrijwilligersmanagers en beweegcoaches helpt. De waarde van beweegcoaches, gecoördineerd door de VSG en gesubsidieerd door VWS, heb ik ook gezien bij JOGG. Daarmee slaagde het bijvoorbeeld sneller om sport en bewegen onder kinderen te stimuleren in gemeenten die daar nog niet of maar beperkt mee bezig waren.”
Het heffen van btw over sportactiviteiten en forse bezuinigingen op sportaccommodaties en LO-lessen op lagere scholen zijn volgens Van Schaveren dan ook een no-go. “Als je constateert dat er onvoldoende wordt bewogen én weet dat preventie loont, dan begrijp ik niet hoe je zonder enige beleidsvisie dit soort besluiten maakt. Niet genoeg bewegen en een ongezonde leefstijl zijn vaak gekoppeld aan wijken waar weinig sportieve mogelijkheden en financiële middelen zijn. Alleen al daarom moet je op z’n minst zorgen voor voldoende sportmomenten op school en de financiële drempels zo laag mogelijk houden. Van een eventuele Sportwet, met een wettelijk vastgelegde zorgplicht aan de overheid om toegankelijkheid en kwaliteit van sport- en beweegaanbod zeker te stellen, ben ik dan ook een voorstander. Nu worden gemeenten financieel uitgekleed en moeten ze straks bizarre keuzes maken tussen een bibliotheek en sportieve activiteiten. Ik ga ervan uit dat zo’n Sportwet die ontwikkelingen een halt toeroept.”
Zoveel mogelijk vreugde
Terugblikkend op zijn loopbaan vindt Van Schaveren het niet eenvoudig om er een hoogtepunt uit te pikken als het gaat om de talloze samenwerkingen die hij is aangegaan. “Ik genoot van de contacten met gemeenten bij JOGG, maar dat geldt in feite net zo bij bijvoorbeeld NISB. Ik ben van nature een verbinder. Daar ligt mijn kracht. Als ik die gebruik en merk dat het effect heeft, dan haal ik plezier en voldoening uit iedere klus.”
Nu hij ongeneeslijk ziek is, liggen Van Schaverens prioriteiten begrijpelijkerwijs ergens anders. “Nadat ik het bericht kreeg, keek ik eerst terug op mijn leven. Ik ben een bofkont met een huwelijk van 55 jaar, kinderen, kleinkinderen, goede vrienden, reizen en mooie banen in de sport. Daarnaast wilde ik vooruitkijken. Met een agressieve vorm van kanker is de periode die ik nog heb beperkt. Die wil ik die niet in verdriet en met piekeren invullen, maar door zoveel mogelijk het geluk op te zoeken. Vreugde vind ik in ontmoetingen met familie en vrienden. Mij met hen verbinden. Daardoor voel ik mij, ondanks de huidige situatie, een rijk mens.”
Tip om terug te lezen: 5 vragen aan André van Schaveren, o.m. voormalig directeur van NISB (11 januari 2011)
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.