27 november 2008
Nieuws
Van
sportverenigingen wordt de laatste jaren steeds meer verwacht. Hoewel hun
belangrijkste taak het organiseren van sportieve activiteiten is, rekenen
gemeenten er daarnaast vaak op dat clubs ook maatschappelijk actief zijn.
Marieke de Groot heeft vanuit de Rijksuniversiteit Groningen onderzocht in
hoeverre dit het geval is bij Amsterdamse sportverenigingen.
Sport wordt vanuit de overheid in toenemende mate als middel ingezet om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. Steeds vaker wordt aan sportverenigingen gevraagd ondersteuning te bieden bij projecten die betrekking hebben op kwesties als integratie, probleemjongeren en naschoolse opvang. Onderzoeker Marieke de Groot heeft vanuit de Rijksuniversiteit Groningen geprobeerd in kaart te brengen in hoeverre Amsterdamse sportverenigingen zich hiermee bezig houden. Welke maatschappelijke taken nemen deze sportclubs op zich, hoe doen ze dat en met welke reden? Om uiteindelijk verschillende typen sportverenigingen te kunnen onderscheiden, is ook bekeken welke factoren en randvoorwaarden hierbij een rol spelen.
Motieven voor betrokkenheid
Om de onderzoeksvragen te
beantwoorden, heeft De Groot een telefonische enquête gehouden onder zeventig
bestuursleden van diverse sportverenigingen. Daarnaast zijn ook acht
diepte-interviews afgenomen. Grote, middelgrote en kleine clubs zijn ondervraagd
die zich zowel met individuele sporten als met teamsporten bezig houden.
Bovendien is ervoor gezorgd dat alle stadsdelen van Amsterdam in het onderzoek
vertegenwoordigd waren.
Uit de onderzoeksresultaten is naar voren gekomen dat tweederde van de ondervraagde Amsterdamse sportverenigingen maatschappelijk actief is. “Hiervoor noemen de clubs verschillende redenen”, aldus De Groot. “Het werven van nieuwe (jeugd)leden werd veel genoemd, maar bijvoorbeeld ook het tot uiting laten komen van een bepaalde ideologie. Het derde punt dat vaak naar voren kwam was dat verenigingen door maatschappelijk actief te zijn, laten zien dat ze zich verantwoordelijk voelen en zich bewust zijn van de maatschappelijke waarde van sport.” De Groot benadrukt dat de wil ‘om maatschappelijk betrokken te zijn’ er bij veel verenigingen absoluut is. “Geld blijkt over het algemeen geen primaire motivatie te zijn”, zo licht ze toe. “Uiteraard hebben sportclubs in sommige gevallen wel indirect baat bij het organiseren van maatschappelijke activiteiten, door bijvoorbeeld de mogelijkheid om nieuwe leden aan te trekken.”
Drie typen verenigingen
Na analyse van de
onderzoeksresultaten zijn drie verschillende typen sportverenigingen naar voren
gekomen. Het eerste type - in Amsterdam zo’n vijftien procent van de
sportverenigingen - bestaat voornamelijk uit grote tot middelgrote clubs die
maatschappelijk gezien erg betrokken zijn. “Deze verenigingen weten goed om te
gaan met de middelen die ze hebben, gebruiken hun netwerk binnen de stad en
hebben een groot zelforganiserend vermogen”, legt De Groot uit.
De tweede en derde groep bestaan juist uit kleinere sportverenigingen. “Het tweede type beslaat in Amsterdam de helft van het aantal sportclubs”, aldus De Groot. “Deze verenigingen willen graag een maatschappelijke bijdrage leveren, maar het ontbreekt hen aan een aantal randvoorwaarden om dit goed op te zetten. Zij hebben bijvoorbeeld geen eigen clubhuis, niet genoeg materiaal of weinig financiële mogelijkheden.” Het resterende deel van de Amsterdamse sportverenigingen bestaat uit homogene, recreatieve clubs die samen sporten als belangrijkste doelstelling zien, maar volgens de definitie in beleidsstukken geen extra maatschappelijke rol vervullen.
Handvat voor beleidsmakers
Voor beleidsmakers vormt deze
typering een nuttig instrument om een startsituatie van sportverenigingen en hun
maatschappelijke betrokkenheid in kaart te brengen. “Ieder type sportclub vraagt
immers om een ander soort beleid”, legt De Groot uit. “Aan de hand van verdeling
binnen een stad of gemeente kan bepaald worden hoe het beleid eruit moet komen
te zien. Waar hebben sportverenigingen behoefte aan en wat kun en wil je als
gemeente bieden?” Of deze aanbeveling landelijk opgevolgd zal gaan worden is nog
niet bekend.
Voor meer informatie: Marieke de Groot, mdegroot@dsp-groep.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.