15 januari 2009
Nieuws
Zoveel mogelijk mensen laten sporten en bewegen op door de overheid gefinancierde accommodaties: dat is het doel dat de gemeente Amsterdam al zeven jaar voor ogen heeft met het organisatiemodel ‘Sportcentrum Nieuwe Stijl’. Het realiseren van dergelijke sportcentra bleek echter meer tijd nodig te hebben dan verwacht. Nu de adviserende stichting per 31 december 2008 is opgeheven, is het de beurt aan de gemeente om middels het Sportplan 2009-2012 te laten zien dat het concept wel degelijk toekomst heeft.
Sportcentrum Nieuwe Stijl is in 2001 ingevoerd naar aanleiding van het rapport ‘Vereende krachten. Beleidsplan verenigingssport’ van de gemeente Amsterdam. De gemeente signaleerde daarin een aantal aanhoudende problemen in de sport. Zo bleken veel verenigingen moeite te hebben met het werven en behouden van leden, het vinden van vrijwilligers en het onderhoud en beheer van accommodaties. Daarnaast werd in het rapport een relatief lage sportdeelname en een versnipperd aanbod in Amsterdam geconstateerd. Een van de maatregelen die naar aanleiding van het rapport door de gemeente werd gepresenteerd, was het introduceren van een organisatiemodel onder de naam ‘Sportcentrum Nieuwe Stijl’ (ScNS). Met dit model zou niet alleen aan de versterking van sportverenigingen, maar ook aan de groei van het sportaanbod gewerkt kunnen worden.
Pilots missen ondernemerschap
Om mogelijkheden te creëren, is ondernemerschap en een doeltreffende manier van werken nodig. Om die reden is ScNS gericht op een nieuwe manier van het organiseren van sport en het beheren van accommodaties. “In de twee pilotprojecten die we in Geuzenveld-Slotermeer en Osdorp zijn gestart, bleken de projectmanagers echter over te weinig bevoegdheden en sturingsmiddelen te beschikken”, aldus Marcel Bouw, voormalig adviseur van de stichting ScNS. “Doordat deze managers beiden deel uitmaakten van de ambtelijke organisatie van de stadsdelen, waren ze teveel gebonden aan het reguliere sportbeleid. Op die manier is het lastig ondernemerschap in beheer en aanbod te verwezenlijken.”
Het veranderingsproces dat met ScNS gepaard gaat, vereist volgens Bouw dan ook politieke moed. Hoewel de stichting verschillende stadsdelen wel degelijk het nut van ScNS heeft doen inzien, bleek de wil om organisatorische veranderingen door te voeren over het algemeen ver te zoeken. Toch betekent dit volgens Bouw niet dat het concept geen kans van slagen heeft. “Hoewel onze stichting niet in zijn doelen is geslaagd, is er binnen de gemeente en stadsdelen nog steeds draagvlak voor ScNS. Het kost alleen wat meer tijd om sport anders te gaan organiseren en bevoegdheden op een andere manier te verdelen.”
Vertrouwen in ScNS blijft
Ook uit het feit dat ScNS is opgenomen in het nieuwe sportplan van de gemeente Amsterdam, blijkt dat er nog steeds vertrouwen is in het organisatiemodel. De vraag is echter hoe ScNS gaat proberen het concept nu wél te laten slagen. “We gaan ons beleid uitvoeren middels een meer centrale aansturing en een centraal geregeld budget”, aldus Jan Paddenburg, programmamanager van het sportplan. “Dit alles zal uiteraard in nauwe samenwerking met de stadsdelen gebeuren. Het gedachtegoed van Sportcentrum Nieuwe Stijl willen we absoluut blijven benutten; we laten die ideeën niet los.” Ook Bouw ziet nog steeds kansen: “Het is nu aan de gemeente en de stadsdelen om de ondernemende sportcentra uit het Amsterdamse sportplan waar te maken.
Om het Sportplan 2009-2012 in te zien, klik hier.
Voor meer informatie over de Stichting ScNS: Marcel Bouw, sportcentrumnieuwestijl@dmo.amsterdam.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.