Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Allochtone vrouwen vormen moeilijke doelgroep sportclubs

Allochtone vrouwen vormen moeilijke doelgroep sportclubs

10 maart 2011

Nieuws

door: Leo Aquina | 10 maart 2011

Het betrekken van allochtone vrouwen bij sportverenigingen valt niet mee. Eind 2008 startte een door de ministeries van VWS en OCW geïnitieerd pilotproject ‘(maatschappelijke) participatie allochtone vrouwen in de sport’. In december 2010 publiceerde het W.J.H. Mulier Instituut een eindevaluatie. ‘We zijn nog wel een beetje zoekende’, luidt de titel. “De doelstellingen bleken te ambitieus”, concludeert onderzoekster Agnes Elling.

Het pilotproject kwam voort uit de doelstellingen uit de emancipatienota 2008-2011 ‘Meer kansen voor vrouwen’, en maakte deel uit van het in 2007 gestarte project ‘Duizend en één Kracht: vrouwen en vrijwillige inzet’. Ook sloot het project aan bij het programma ‘Meedoen alle jeugd door sport’ van de ministeries van VWS en het niet meer bestaande Wonen, Werken en Integratie (WWI), gericht op stimulering van verenigingssportdeelname onder jeugd met achterstanden in sportparticipatie, waaronder allochtone meisjes.

KNVB en KNGU
Het project ‘Meedoen’ was een succes. De verenigingen slaagden erin meer jeugdleden aan zich te binden en de positie van de verenigingen in de wijken werd versterkt. Het project ‘(maatschappelijke) participatie allochtone vrouwen in de sport’ selecteerde op basis van ‘Meedoen’ twee sportbonden voor de pilot: de KNVB en de KNGU. Deze twee bonden waren er goed in geslaagd etnisch gemengde jeugd aan zich te binden (bij voetbal meer jongens en bij gymnastiek meer meisjes) en het lag voor de hand te denken dat daarmee ook de mogelijkheden om allochtone moeders te benaderen groter zouden zijn. Het project werd uigezet in de Amsterdam en Arnhem als representant van een grote en een kleinere stad. Beide steden hadden goede resultaten geboekt in het project Duizend en één Kracht.

De KNGU wilde allochtone vrouwen werven die op incidentele of structurele wijze bij de vereniging betrokken zijn. Het kon daarbij gaan om sporttechnische begeleiding, maar ook om ondersteunende taken als toiletmoeder en het helpen klaarzetten/opruimen van toestellen. De KNVB stelde zich in het projectplan ten doel om per pilotvereniging structureel tien vrijwilligers aan te trekken. “Dat was echt te hoog gegrepen”, concludeert Elling. “Als je allochtone vrouwen maatschappelijk wil laten participeren en als sportverenigingen meer mensen nodig hebben, zouden zij elkaar in dit project kunnen versterken, maar dat is de theorie. De praktijk blijkt weerbarstiger.”

Elkaar leren kennen, is al lastig
Gebrek aan wederzijdse kennis is volgens Elling de hoofdoorzaak van het niet halen van de doelstellingen. “Sportverenigingen willen graag nieuwe mensen, maar hebben veelal niet de capaciteit om een groep te bereiken die zich niet vanzelf aanmeldt. Islamitische vrouwen willen vaak wel maatschappelijk participeren, bijvoorbeeld werken met jeugd, maar ze hebben meestal niet veel benul van het reilen en zeilen van sportverenigingen. Hoewel ze wel steeds vaker langs het veld staan als hun kind daar iets doet, weten de meesten niet veel over de manier waarop vrijwilligers zo’n club runnen. Elkaar leren kennen is dus al lastig genoeg. Die eerste stapjes bleken vaak al zo moeizaam dat het in dit project vaak niet verder kwam, bijvoorbeeld tot dat structurele vrijwilligerswerk, wat dus wel het doel was.”

In het pilotproject ontbrak het aan kennis, tijd en geld voor de noodzakelijke investeringen om vrouwen uit de beoogde doelgroepen te werven en begeleiden, zo concludeert het W.J.H. Mulier Instituut. Het is volgens de onderzoekers van belang om meer vraaggericht te werk te gaan: wat kunnen en willen allochtone moeders? Die aanpak is succesvol gebleken bij vergelijkbare projecten vanuit gemeentelijke sportafdelingen. “Duizend en één Kracht speelt in meerdere sectoren van de samenleving, ook in sectoren waar meer menskracht was om die vrouwen te begeleiden. Dan is het trouwens nog steeds niet makkelijk. Gemeenten waren vaak net iets verder, meer dan de sportbonden hebben zij een aantal vrouwen weten op te leiden tot recreatieve sportbegeleiders”, aldus Elling.

“Er worden andere keuzes gemaakt”
Het rapport eindigt met een aantal aanbevelingen waaronder: vrouwen moeten persoonlijk worden benaderd; veel eerste generatie islamitische vrouwen missen noodzakelijke kennis en basiscompetenties (taalniveau, omgaan met computer, afspraken maken en nakomen); contact maken en elkaar leren kennen, vergt veel tijd; als er geen continuïteit of ontbrekend perspectief is, haken vrouwen snel af en wordt de belemmering groter om opnieuw te beginnen. Of er van die aanbevelingen veel terecht komt, is nog onduidelijk. Het ministerie kan er op dit moment nog niets over zeggen. De minister moet nog een beleidsbrief naar de kamer sturen en daar willen de ambtenaren niet op vooruitlopen. Elling betwijfelt of er een vervolgproject komt. “Een project als Duizend en één Kracht heeft op dit moment geen prioriteit. Dat heeft natuurlijk te maken met het beleid van het huidige kabinet. Er worden andere keuzes gemaakt.”

Klik hier voor de eindrapportage ‘We zijn nog wel een beetje zoekende’ van het W.J.H. Mulier Instituut

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.