21 september 2023
Nieuws
door: Emilie Maclaine Pont | 21 september 2023
Net zo sterk en sierlijk zijn als Bart Deurloo of Eythora Thorsdottir? Veel jongens en meisjes dromen ervan om ook te turnen. Maar als ze bij een vereniging aankloppen, belanden ze vaak jarenlang op een wachtlijst. De reden is niet een gebrek aan materialen of zalen, maar een chronisch trainerstekort. De hoogste tijd om daar iets aan te doen, vonden ze in Rotterdam.
Daarom sloten Rotterdam Topsport, de nationale bond KNGU, Rotterdam Sportsupport en Sportbedrijf Rotterdam de afgelopen jaren de handen ineen. Maaike Tieman, communicatieadviseur en clubkadercoach van Rotterdam Sportsupport: “Die samenwerking is ontstaan na de opening van de topsportturnhal, die gehuisvest is in Topsportcentrum Rotterdam, in 2021. Deze hal is nu de trainingslocatie van TeamNL, met de best beschikbare faciliteiten. Gelijktijdig viel er in de stad nog veel te halen wat betreft breedtesport. Landelijk is de trend dat er een tekort aan trainers is. In Rotterdam is dat niet anders. Uit gesprekken die we met de zestien verenigingen van de stad voerden, bleken honderden kinderen geen lid te kunnen worden door een gebrek aan opgeleide staf.”
Anders dan bij bijvoorbeeld voetbal zijn er bij het turnen weinig ouders die bijspringen als trainer. Daniëlle Willemsen, accountmanager bij de KNGU: “Dat komt vooral doordat turnen vraagt om specifieke kennis en er meer veiligheidsrisico's aan de sport kleven. Zomaar een training geven, is daarom niet toegestaan. Je moet een opleiding gevolgd hebben om je als trainer te kwalificeren. Met de groeiende populariteit van de sport bij kinderen is er daardoor in de afgelopen jaren een gat ontstaan tussen vraag en aanbod.”
83% wil meer training geven bij hogere vergoeding
In gesprekken met een twintigtal trainers, afkomstig van en aangedragen door de Rotterdamse verenigingen zelf, probeerde het consortium in kaart te brengen wat maakt dat er zo weinig trainers beschikbaar zijn. Martine Willemse, 'verenigingsconsulent toekomstbestendige sportverenigingen' bij Rotterdam Sportsupport: “Stuk voor stuk blijken zij vol passie hun werk te doen. Voor 83 procent van hen gold dat zij nog meer training wilden geven als zij hier een hogere financiële vergoeding voor kregen. Ook het krijgen van voldoende persoonlijke waardering is voor hen van belang, maar de geringe vrijwilligersvergoeding staat niet in verhouding tot de tijd en moeite die ze in hun vak, inclusief de opleiding, steken.”
De Rotterdamse sportpartners keken ook naar landelijke voorbeelden. Willemse: “Zo bleek een turnvereniging in Enschede in korte tijd een stuk meer trainers aan de haak te slaan. De sleutel zat in een gedegen HR-aanpak, waarbij de trainers centraal stonden. Kinderen komen niet omdat ze bij een bepaalde vereniging willen zitten, maar omdat ze graag les krijgen van juf x of meester y.”
Werfweken en basiscursus
Met de uitkomsten van cijfermatig onderzoek (zoals het aantal leden en de grootte van de wachtlijst) onder de Rotterdamse verenigingen, het contact met turnclubs elders in het land en de gesprekken met de twintig trainers stelden de Rotterdamse sportpartijen een actieplan op. Tieman: “Op de korte termijn zagen we allereerst kansen in zogenaamde werfweken: een week waarin ouders welkom zijn op trainingen voor het laagdrempelig bieden van een helpende hand. In plaats van dat ze in diezelfde tijd boodschappen doen, raken ze zodoende meer betrokken bij de trainingen van hun kind. De eerste edities bleken een succes. Zo hoorden we van een vereniging met 290 leden die in één week tijd maar liefst 26 vrijwillige ouders aan de haak had geslagen om op langere termijn mee samen te werken.”
“Daarnaast”, voegde Willemse toe, “start er vanaf dit najaar een basiscursus voor het geven van turntraining. Ook daarvoor is de drempel minder hoog dan als je direct een jaaropleiding volgt. De kosten zijn lager, het kost minder tijd en je groeit naar een rol als aspirant- in plaats van hoofdtrainer. Zo hopen we dat het animo om als trainer aan de slag te gaan stijgt.”
Negatieve publiciteit 'speelt geen rol'
Voorts doet ‘Rotterdam’ onderzoek naar de financiële ruimte onder verenigingen om de vergoedingen voor trainers te verhogen. Willemse: “We bekijken de huidige begroting en adviseren hierop. Welke inkomstenbronnen hebben verenigingen en hoe kunnen ze worden geoptimaliseerd? Welke missen ze? Ook geven we één-op-één-advies en letten we erop dat alles conform wet- en regelgeving gebeurt. Zo proberen we de verenigingen op alle mogelijke manieren te ondersteunen.”
Op de langere termijn moet een trainingscoördinator soelaas bieden om een eventueel gebrek aan trainers op te vangen. Tieman: “Meer aandacht voor trainers zorgt voor makkelijkere werving en langer behouden van trainers, verwachten we. Deze coördinator richt zich concreet op de werving, begeleiding, waardering en behoud van trainers en is een aanspreekpunt voor hen. Niet eenmalig, maar structureel. We zijn er op basis van het onderzoek van overtuigd dat dat nodig is om trainers binnen te halen én te behouden.”
De negatieve publiciteit van de turnsport in de afgelopen jaren heeft volgens Willemsen geen rol gespeeld in het trainerstekort. “Het onderwerp veilig sportklimaat heeft de volle aandacht. Trainers zijn trots op hun vak en het aantal in de sport geïnteresseerde kinderen neemt alleen maar toe. Met een betere geldelijke beloning en een gedegen plan van aanpak zoals in Rotterdam zijn wij ervan overtuigd dat we vraag en aanbod straks beter op elkaar af laten stemmen.”
Voor meer informatie: Turnen in Rotterdam krijgt boost door samenwerking
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.