19 mei 2016
Nieuws
door: Thomas van Zijl | 19 mei 2016
Bewegen en gamen lijken ogenschijnlijk op gespannen voet te staan met elkaar, maar het kan wel degelijk samengaan. De snelgroeiende sport Airsoft bewijst het. Liefhebbers van spellen als Call of Duty of Battlefield turen niet meer naar hun beeldscherm maar gaan de buitenlucht in om hun favoriete game zo goed mogelijk na te spelen. Het enthousiasme onder deelnemers is groot, maar op bestuurlijk vlak valt er nog veel te winnen.
In Japan heeft de militaire simulatiesport een lange geschiedenis. Pas geruime tijd later maakte het Westen kennis met Airsoft en zelfs dat verliep niet al te soepel. Zo moesten Nederlandse beoefenaars tot 2013 uitwijken naar België omdat het hier verboden was. “De apparaten die spelers gebruiken zijn replica’s van echte vuurwapens, soms niet of nauwelijks van het origineel te onderscheiden”, zegt Bas Mooren van de Nederlandse Airsoft Belangen Vereniging (NABV). “Politie en andere overheidsdiensten waren er huiverig voor.”
Legalisering is nu een feit, onder voorwaarde dat beoefenaars zich registeren bij de NABV en beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag. De vereniging groeit sindsdien als nooit tevoren en passeerde vorig jaar de grens van de tienduizend leden.
Professionaliseringsslag
Met de leden komen ook de verplichtingen en verantwoordelijkheden. Mooren beaamt dat er een professionaliseringsslag gemaakt moest worden. En nog altijd is het lastig om aan alle wensen tegemoet te komen. Het voornaamste waar behoefte aan is: speelvelden. Airsoft bestaat voor het grootste deel uit gameplay, het nabootsen van populaire spellen door gamers en van scenario’s door oud-militairen en andere geüniformeerden. Daarbij wordt echt geschoten. Tot ernstige blessures of verwondingen leidt dat overigens niet. Mooren:
“Vergelijk het met een kiezelsteentje dat van korte afstand tegen je aan wordt gegooid. Je voelt het, het doet zelfs even pijn, maar ook niet meer dan dat." Er zijn ieder weekend tientallen evenementen georganiseerd door lokale clubs en ondernemers onder auspiciën van de NABV. Ze variëren in grootte, van 20 tot soms wel 150 deelnemers. De meeste Airsofters spelen gemiddeld een tot twee keer per maand, sommigen zijn zo fanatiek dat ze hun eigen competitie organiseren en het onderling tegen elkaar opnemen.
Airsoft verenigt beste van twee werelden
Mooren schat in dat het de meeste spelers niet te doen is om winst van het spel. “Ze willen net als de meeste andere sporters vooral een leuke dag hebben en het gevoel dat ze gezond bezig zijn geweest.” Dat laatste is zeker niet onbelangrijk. Verreweg de meeste leden zijn mannen tussen de 18 en 45 jaar, een groep die over het algemeen niet makkelijk te mobiliseren is. Bij andere sporten vallen ze met hun voorliefde voor gamen vaak een beetje buiten de boot. Airsoft biedt ze de mogelijkheid het beste van twee werelden te verenigen.
Het in de ogen van Mooren volwaardige alternatief wordt door sportbestuurders nog lang niet altijd zo gezien. Hij noemt hun houding op zijn best terughoudend en verwijt ze indirect een enigszins beperkte blik. “Zodra mensen gympen aan hebben noemen we het sport. Wij lopen op kistjes en dragen atypische kleding. Maakt dat Airsoft minder sportief en inspannend? Integendeel, er wordt flink gezweet.”
Gesprek met NOC*NSF
Onbekend maakt onbemind, vermoedt Mooren. Hij voerde samen met andere vertegenwoordigers van de NABV een eerste gesprek met NOC*NSF, puur om te verkennen of een lidmaatschap in de toekomst tot de mogelijkheden behoort. Er moeten alleen op organisatorisch vlak al hobbels worden genomen om dat mogelijk te maken. Zo is er geen wereldbond. Om die reden kan Airsoft niet erkend worden door Sportaccord, de koepel van internationale sportfederaties.
“De sport is nergens zo goed en gestructureerd georganiseerd als in Nederland. In die zin hebben we onze achterstand de afgelopen jaren weten om te buigen in een voorsprong.” Om de toekomst van de sport te verankeren is echter wel bestuurlijke bereidheid nodig om erin te investeren. “Ik zou het mooi vinden als er lokaal ook het besef ontstaat dat het maatschappelijk veel waard is dat zoveel mensen actief gaan bewegen.” Mooren hoopt dan ook dat zijn verhaal de ogen opent van lokale bestuurders in heel Nederland en dat zij zich zullen inspannen om het aantal speelvelden als een olievlek te laten uitbreiden.
Voor meer informatie: www.nabv.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.