19 maart 2018
Nieuws
Het sportakkoord komt volgens de Nederlandse Sportraad (NLsportraad) precies op tijd. De maatschappelijke betekenis van sport en bewegen komt steeds vaker in maatschappelijke discussies ter sprake. De maatschappelijke betekenis van sport en bewegen (verder: sport) wordt naar de mening van de NLsportraad niet ten volle benut. Dit concludeert de NLsportraad na een uitgebreide oriëntatie op het sportakkoord en de mogelijke partners daarvan.
Sport verbindt mensen ongeacht hun achtergrond, sport leert onze kinderen gezamenlijke waarden, sport is gezond voor alle leeftijden, sport zorgt voor werkgelegenheid en economisch rendement, sport inspireert en sport maakt het land trots. Sport is toegankelijk voor velen en er is haast geen ander thema denkbaar dat Nederland zo verbindt als sport: sport als ‘belangrijkste bijzaak’. Het sportakkoord zet een proces in gang om partnerships te smeden tussen sportsector, overheden en bedrijven en op zowel landelijk als regionaal afspraken te maken om de waarde van sport voor de samenleving te vergroten.
De samenwerking tussen sportsector, overheden en bedrijfsleven - maar ook bijvoorbeeld kennisinstellingen en organisaties in onderwijs, zorg, welzijn - kan alleen slagen als de rijksoverheid daarin een leidende rol neemt. De NLsportraad acht het essentieel dat de ministeries in dit proces samen optrekken en in de samenwerking het goede voorbeeld geven.
Een van de redenen waarom de waarde van sport onderbenut blijft, is dat overheden en andere organisaties geen slagkracht kunnen ontlenen aan helder omschreven doelen en verantwoordelijkheden. In tegenstelling tot vele andere sectoren kent sport geen wettelijk kader. Het sportakkoord kan een opmaat zijn om de (publieke) taken op het gebied van sport en bewegen te borgen, bijvoorbeeld in de Wet publieke gezondheid of de Wet maatschappelijke ontwikkeling.
Begin bij de basis
Om sport te benutten als verbindende factor in onze maatschappij is het essentieel om aan de basis te beginnen: bij de jeugd. Voor de fysieke, mentale en sociale ontwikkeling van kinderen, valide of met een beperking, zijn sport en bewegen van wezenlijk belang; echter op scholen kunnen sport en bewegen nog veel beter worden ingebed in het onderwijs. Kinderen en jongeren bewegen te weinig, zitten te veel en zijn motorisch minder vaardig dan vroeger.
Waarom zouden we aan sport niet meer aandacht geven in zowel het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs? Dit biedt collectieve voordelen op het gebied van gezondheid, integratie, leerprestaties; tegelijkertijd wordt er voor kinderen een betere basis gelegd voor talentontwikkeling en ontstaan meer gelijke kansen op een mogelijke topsportcarrière.
De NLsportraad acht het belangrijk dat sport nog meer onderdeel wordt van het nationale denken en doen. De basis voor de jeugd wordt gelegd door de kinderopvang, op scholen en bij sportverenigingen. Gemeenten spelen een belangrijke rol omdat zij kinderopvangcentra, scholen en sportclubs met elkaar kunnen verbinden. Daarmee ontstaat een beter sport- en beweegaanbod voor kinderen en jongeren. Voor verdere uitwerking van deze mogelijkheden verwijzen wij naar het advies over sport, bewegen en onderwijs dat de NLsportraad samen met de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) in de zomer van 2018 uitbrengt.
Maak samenwerking tussen ministeries structureel
Een rondgang van de NLsportraad langs alle ministeries heeft geleerd dat ieder departement raakvlakken heeft met of belangen heeft bij sport. De NLsportraad constateert dat er momenteel, op z’n best, sprake is van ad hoc samenwerking tussen departementen op het gebied van sport. Een gezamenlijke inbreng van alle ministeries in het sportakkoord leidt tot een hoger rendement van maatregelen en subsidies. Hiervoor is een meer structurele vorm van samenwerking tussen departementen nodig, bij voorkeur op portefeuilleniveau.
Betrek bedrijfsleven bij financiering
De sport is een hybride sector die wordt georganiseerd en gefinancierd door zowel burgers, overheden als bedrijfsleven. Steeds meer sportbonden geven aan dat zij en hun achterban tegen de grenzen aanlopen. De verenigingsinfrastructuur staat onder druk: zowel de organisatie als de financiering. Mede op basis van deze signalen heeft de NLsportraad in het werkprogramma opgenomen te adviseren over de organisatie en financiering van de sport. Dit advies komt eind 2018 uit.
Alle partners in de sport zijn autonoom in hun beleid en uitvoering. Dat geldt (zonder wettelijk kader) zowel voor overheden, bedrijven als de sportsector zelf. Bijzondere aandacht vraagt de NLsportraad voor het bedrijfsleven. Bedrijven investeren in zowel breedtesport als in topsport en sportevenementen, maar dit kent vaak een grillig verloop. Het sportakkoord biedt mogelijkheden om de rol van het bedrijfsleven bij deze onderwerpen te versterken en de betrokkenheid te vergroten.
Versterk de sportsector
Om de impact van de sport te behouden en de raakvlakken met andere terreinen te versterken, is een sterke branche nodig. Algemeen wordt onderkend dat de basisinfrastructuur van sportbonden en sportverenigingen versterking nodig heeft.
De NLsportraad adviseert het beschikbare budget voor versterking van de sportsector in te zetten voor voorstellen uit de sportsector zelf. De minister heeft een belangrijke rol om de sector te stimuleren om tot goede en vernieuwende meerjarige plannen te komen. Voor de toekenning van middelen zijn criteria als cofinanciering en samenwerking met andere partijen randvoorwaardelijk.
De minister beoordeelt uiteindelijk zelf welke voorstellen het meest kansrijk zijn en financiering verdienen. Op deze manier denkt de raad dat het geld terecht komt waar het voor bedoeld is: in het hart van de sport. De NLsportraad is geen voorstander van een evenredige verdeling van het budget over de vele organisaties in de sport; dit leidt tot versnippering van het budget en marginalisering van de impact.
Zet een stip op de horizon
Met de hierboven aangegeven adviezen is de basis gelegd voor de volgende stap: een gezamenlijke stip op de horizon, gedragen door sporters en niet-sporters. Een stip op de horizon geeft richting aan het sportbeleid voor de komende jaren, aan de samenwerking tussen ministeries en aan het partnership in het sportakkoord met andere overheden, de sportsector en het bedrijfsleven. De ‘Dutch approach’, privaat gefinancierd en gefaciliteerd door overheden en samenleving, is volgens de NLsportraad het uitgangspunt voor de stip.
De NLsportraad adviseert om de organisatie van een groot multi- of megasportevenement als stip op de horizon te benoemen. Evenementen maken de kracht van sport bij uitstek zichtbaar en hebben een relatie met vrijwel alle andere beleidsterreinen. Ook de rol van het bedrijfsleven komt sterk terug bij evenementen.
De NLsportraad benadrukt dat de weg naar de stip belangrijker is dan de stip zelf. De maatschappij kan in de volle breedte profiteren van het streven naar een gezamenlijke ambitie: van inspirerende sportsuccessen, aansprekende topsportevenementen op basis van een toekomstbestendige sportinfrastructuur tot een vitale, betrokken bevolking en een bloeiende economie.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.