Johan Steenbergen wordt lector Sport, Bewegen en Samenleving aan de HAN. Op 22 januari houdt hij zijn lectorale rede met als titel: Sport en bewegen, Haarlemmerolie voor de samenleving? Zijn lectoraat kent drie onderzoekslijnen: Een sportief en excellerend Nederland, Maatschappelijke waarde van sport en bewegen en Inspanning voor prestatie en gezondheid. Sport Knowhow XL spreekt in drie opeenvolgende interviews met de associate lectoren van de drie onderzoekslijnen.
Na het verkennen van een sportief en excellerend Nederland (lijn één) en de maatschappelijke waarde van sport en bewegen (lijn twee) is het vandaag de beurt aan inspanning voor prestatie en gezondheid, waaraan Jan-Willem van Dijk als associate lector de leiding geeft.
8 januari 2026
Nieuws
Hoe voorkom je blessures en stimuleer je sport en bewegen met de inzet van digitale technologieën zoals virtual reality, wearables en data-analyse? En hoe bevorder je gezondheid en welzijn, inclusief gezonde voeding, slaap en mentale veerkracht? Die vragen staan centraal in de derde onderzoekslijn van het nieuwe lectoraat Sport, bewegen en samenleving van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen.
Van Dijk houdt zich al jaren bezig met sport, voeding en prestatie. Tot voor kort leidde hij het expertiseteam sport en voeding binnen HAN Sport en Bewegen. Met de komst van het nieuwe lectoraat verandert zijn functie.
Jan-Willem van Dijk
“In plaats van losse teams die ieder vanuit hun eigen expertise werken, ga ik nu een meer verbindende rol vervullen tussen teams die zich bezighouden met inspanning voor prestatie en gezondheid binnen de drie onderzoekslijnen. De kracht zit juist in de overlap. Waar voeding, training, herstel, gedrag en mentale aspecten elkaar raken, daar ontstaan de meest relevante inzichten en kunnen we elkaar versterken.”
"Sport en bewegen heeft in de eerst plaats vooral positieve effecten voor de gezondheid"
Jan-Willem van Dijk
Waar het onderzoek onder Van Dijk eerder vaak gericht was op topsport en specifieke beroepsgroepen zoals sportdiëtisten of fitnessprofessionals, verschuift de focus naar breedtesport en beweegstimulering. “Met het onderzoek willen we bijvoorbeeld ook (hbo-studenten in opleiding tot) leefstijlcoaches, buurtsportcoaches, fysiotherapeuten en andere sportprofessionals bedienen. Het doel is om hen concrete handvatten te geven om effectieve interventies te ontwikkelen, of dat nu gaat om trainingsbelasting, herstel of gedragsverandering.”
Een belangrijk speerpunt binnen de onderzoekslijn is het voorkomen van blessures. Dat is geen overbodige luxe: recent meldde VeiligheidNL dat het aantal sportblessures in Nederland toeneemt.
“Sport en bewegen heeft in de eerst plaats vooral positieve effecten voor de gezondheid”, benadrukt Van Dijk. “Maar blessures zijn wel een groot aandachtspunt en juist daar kunnen wij verschil maken, door mensen te helpen verantwoord te sporten.” Een concreet voorbeeld is het onderzoek naar botgezondheid bij wielrenners. Wielrennen is een populaire sport, maar brengt specifieke risico’s met zich mee. “We zien relatief veel botbreuken bij wielrenners, mede omdat hun botdichtheid vaak lager is. Dat komt doordat fietsen weinig impactbelasting geeft.”
Samen met onder meer Team Visma | Lease a Bike, het damesteam van VolkerWessels, de KNWU en TeamNL werd al onderzocht hoe voeding en aanvullende impacttraining kunnen bijdragen aan sterkere botten, zonder dat dit ten koste gaat van de fietsprestaties. “Het mooie is dat dit onderzoek volledig is ingebed in de praktijk. We sluiten aan bij vragen die daadwerkelijk leven bij professionals en atleten.”
Van Dijk ziet daarnaast ontwikkelingen die hem zorgen baren, zoals de snelle opkomst van de e-bike onder jongeren. “Steeds meer kinderen stappen op jonge leeftijd over op een e-bike. Ons onderzoek laat zien dat het volume van inspanning bijna 50 procent afneemt wanneer de reguliere fiets wordt ingewisseld voor een e-bike. Dat betekent dus minder gezondheidswinst. Om het verlies aan volume te compenseren, zou er met een e-bike veel meer gefietst moeten worden.”
"Sommige kinderen krijgen thuis simpelweg geen gezond voedingspatroon mee"
Jan-Willem van Dijk
Volgens Van Dijk ligt een simpele interventie voor de hand: “Voor jongeren tussen de twaalf en zestien jaar die prima op een gewone fiets kunnen rijden, zou dat ook de norm moeten zijn. Ik hoop dat we het belang van de reguliere fiets weer nadrukkelijker op de kaart kunnen zetten. Een meer voor de hand liggende oplossing voor te weinig bewegen is er niet. Dat sommige scholen geen verkeersexamen meer afnemen omdat veel kinderen geen fiets hebben of niet geleerd hebben om te fietsen, vind ik de wereld op z’n kop.”
Naast blessurepreventie richt de onderzoekslijn zich op innovatie, onder meer via virtual reality (VR), wearables en data-analyse, vooral als middel om meer mensen in beweging te krijgen. “Voor sommige kinderen is de digitale wereld veel aantrekkelijker dan traditionele sport”, zegt Van Dijk. “Met VR kunnen we die wereld benutten om hen juist vertrouwen te geven in bewegen. Denk aan kinderen met ernstig overgewicht die niet mee kunnen komen in de gymles. Voor hen is bewegen met een VR-bril soms een meer laagdrempelige start dan via de ouderwetse manier van sporten.”
Inspanning staat nooit op zichzelf. Daarom besteedt de onderzoekslijn ook aandacht aan voeding, slaap en mentale veerkracht, met bijzondere aandacht voor sociaaleconomisch kwetsbare groepen. Een voorbeeld is onderzoek binnen het jeugdvoetbal. “Wat is eigenlijk de voedingsbehoefte van kinderen? En verschilt de beschikbaarheid van gezonde voeding tussen kinderen onderling? Dat laatste is in feite al duidelijk. Sommige kinderen krijgen thuis simpelweg geen gezond voedingspatroon mee. Dan is de vraag: wat kun je als coach of club doen om dat te faciliteren? Daar doet een promovendus bij ons nu onderzoek naar. De inzichten zijn uiteindelijk breder toepasbaar, bijvoorbeeld in wijken en op scholen.”
Hoewel het onderzoek ook beleidsrelevant kan zijn, ligt de nadruk nadrukkelijk op de professional. “Deze onderzoekslijn richt zich primair op het ondersteunen van sport- en beweegprofessionals, zodat zij hun werk beter kunnen doen, vraag-gestuurd en vanuit de praktijk.”
"Er circuleert veel halve of onjuiste informatie over training en supplementen"
Jan-Willem van Dijk
Die praktijkgerichtheid zie je ook terug in de samenwerkingen. Van Dijk werkt samen met sportbonden, TeamNL, ziekenhuizen, universiteiten, het RIVM, sportbedrijven en maatschappelijke organisaties. En de ambitie reikt verder. “Binnen defensie, politie en brandweer zien we ook uitdagingen: er is veel uitval tijdens opleidingen door blessures. Daar liggen enorme kansen om mensen fysiek beter voor te bereiden en duurzaam inzetbaar te houden. Samen met sportprofessionals in deze domeinen zouden we hier graag onderzoek naar te doen.”
Als Van Dijk vooruitkijkt, ziet hij nog talloze relevante onderzoeksthema’s open liggen: van het leren fietsen van alle jonge kinderen tot de impact van e-bikes op dagelijkse inspanning; van botgezondheid in de breedtesport tot de rol van sportscholen als sociale ontmoetingsplek. “Voornamelijk in low-budget fitnesscentra is begeleiding vaak minimaal, terwijl juist daar veel mensen sporten die behoefte hebben aan goede begeleiding. Ik zie onder meer kansen om met AI en bewegingsanalyse verantwoorde trainingsschema’s toegankelijk te maken.”
Ook wil hij professionals beter toerusten met betrekking tot de invloed van fitfluencers. “Er circuleert veel halve of onjuiste informatie over training en supplementen. Wij kunnen helpen om daar onderbouwde kennis tegenover te zetten. Ons doel is om alle gevallen om beweegprofessionals zo goed mogelijk uit te rusten, zodat sport en bewegen bijdragen aan prestatie en gezondheid.”
Deel dit bericht:
Door: Emilie Maclaine Pont
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.